Altijd zin in chocolade of chips? Dat is deels genetisch bepaald

Getty Images/iStockphoto
Een echte zoetebek of eerder een zoutlover? Uit onderzoek blijkt dat je genen weleens je voorkeur kunnen bepalen, al mag je hen niet de schuld geven van je slechte eetgewoontes.

Nanette Steinle, professor endocrinologie aan de universiteit van Maryland School en hoofd van de sectie diabetes van het Maryland Veterans Affairs Medical Center, onderzocht het fenomeen tussen onze genen en smaakvoorkeuren en voedingskeuzes. “Er zijn bepaalde receptoren die de smaak van zout tegenover de smaak van suiker regelen”, vertelt ze. “Er zijn geen grote studies die deze kwestie onderzoeken, maar uit de studies die wel beschikbaar zijn, kunnen we concluderen dat er een link is tussen je genen en je voorkeur voor zout, bitter of zoet”, aldus de professor.

Zo onderzocht ze samen met haar team het verband tussen je genen en de vijf smaakprofielen zoet, bitter, zout, zuur en umami. Daaruit konden enkele genen geïdentificeerd worden die een invloed hebben op je voorkeur voor zoet en umami en andere die gelinkt zijn aan je bittere smaakreceptoren. Daarnaast zijn er een aantal eiwitten gevonden die de zout- en waterabsorptie regelen in je lichaam en die gelinkt zijn aan een zoutvoorkeur.

Veel onderzoekers zijn ervan overtuigd dat niet alleen je smaakvoorkeur, maar ook je body mass index (BMI), metabolisme, beloningscentrum en je honger- en verzadigingshormoon beïnvloed worden door je genen. Maar gezondheids- en voedingsdeskundigen waarschuwen er wel voor dat dat geen smoes mag zijn voor een ongezonde levensstijl.

De genen die gelinkt zijn aan zoete of zoute voorkeuren

Wetenschappers van 23andMe, een bedrijf dat genetische testen uitvoert, vonden dat er 43 genen gelinkt kunnen worden aan je voorkeur voor zoet of hartig voedsel. “Die genen worden ook vaak in verband gebracht met de genen die je metabolisme en BMI beïnvloeden”, vertelt Janie Shelton, wetenschapper bij het bedrijf. “Een van de belangrijkste is het befaamde FTO- of ook wel het obesitasgen genoemd. Uit onderzoek blijkt dat mensen die over dat gen beschikken, vaak meer zin hebben in zoete en zoute voeding en een hoger risico lopen op overgewicht dan degenen die het gen niet bezitten.”

Dat bevestigt ook Sonya Angelone van de Academy of Nutrition and Dietetics. “Het FTO-gen speelt een sleutelrol in je hunkering naar bepaalde voeding omdat het je ghreline- of hongerhormoon en het leptinehormoon, ofwel waardoor je je verzadigd voelt, beïnvloedt. Maar dat is niet alles. Er zijn nog tal van andere genen verbonden met je honger- en verzadigingsgevoel én vaak is het moeilijk om een onderscheid te maken tussen een verlangen, honger of een slechte gewoonte, die te maken heeft met het beloningscentrum in de hersenen. Het is dus behoorlijk ingewikkeld.”

Uit een Deense studie blijkt dan weer dat mensen met een variant van het FGF21-gen, 20% meer kans hebben om naar suikerrijke snacks te grijpen.

De gegevens van 23andMe-databank tonen ook aan dat 24% van de vrouwen zoete boven zoute voeding verkiest, terwijl dat bij mannen maar 2,6% bedraagt. “Maar het betekent niet dat omdat sommige mensen meer naar zoet neigen, ze nooit een zak chips zullen eten. Bij de meeste mensen is er een gematigd evenwicht en mag het dus geen excuus zijn voor slechte eetgewoontes.”

Bovendien is eetgedrag erg complex. “Samen met je genen en omgeving, kunnen ook je slaap, tekort aan voedingsstoffen, slechte voeding, je bloedsuikerspiegel, uitdroging en stress bijdragen aan je onweerstaanbare trek in zoet of zout”, aldus Angelone. “Daarom is het goed om voor jezelf na te gaan waar je hunkering nu precies vandaan komt, al moet je ook weten dat het best oké is om van tijd tot tijd toe te geven aan die overheerlijke reep chocolade of zak peper- en zoutchips.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.