Activity trackers voor kinderen: een slechte of goede evolutie?

Getty Images
Activity trackers zijn al langer razend populair bij volwassenen. Maar sinds kort zijn er ook exemplaren voor kinderen op de markt. Kunnen deze wearables je kroost er ook echt toe aanzetten om meer te bewegen? En hoe leid je dat als ouder in goede banen? Wij vroegen het aan professor Jan Seghers, hoofd van de Onderzoeksgroep Fysieke activiteit, Sport en Gezondheid aan de KU Leuven.

De Vlaamse jeugd beweegt veel te weinig. Dat blijkt uit een onderzoek dat professor Jan Seghers en zijn team vorig jaar deden in samenwerking met UGent, Sciensano en het Vlaams Instituut Gezond Leven. “Elke dag 60 minuten matige tot intensieve beweging, dat is de norm die de Wereldgezondheidsorganisatie voorschrijft voor kinderen en jongeren”, legt Jan Seghers uit.

“Wij hebben onderzocht hoeveel Vlaamse jongeren tussen 6 en 17 elke dag die norm halen. We vroegen hun om gedurende een week een beweegmeter of accelerometer aan hun heup te dragen. Dat is een soort activity tracker die gebruikt wordt voor wetenschappelijke doeleinden. In veel andere studies worden jongeren bevraagd, maar uit het verleden leerden we dat daar altijd een afwijking op zit, omdat ze hun hoeveelheid beweging dan vaak gaan overschatten. Uit onze test blijkt dat amper 7% van de 6- tot 9-jarigen de bewegingsnorm dagelijks haalt. Bij de 10- tot 17-jarigen is dat nog amper 3%. Zorgwekkend, want die dagelijkse beweging is niet alleen nodig om een goede ontwikkeling van de botten, spieren en longen te garanderen, we zien ook dat ze bijdraagt tot de cognitieve ontwikkeling.”

“Je zou je kunnen afvragen of het niet volstaat dat de jongeren de beweegnorm halen op weekbasis: de ene dag bewegen ze niet zoveel, de volgende meer omdat ze bijvoorbeeld voetbaltraining hebben. Bij volwassenen is dat inderdaad het geval, maar bij jongeren is het écht wel belangrijk dat dat uur beweging élke dag gehaald wordt.”

Monitoren en motiveren

“Activity trackers voor kinderen zijn een vrij recent gegeven’, vervolgt Seghers. ‘Daardoor hebben we er zelf – aan de KU Leuven – nog geen onderzoek naar verricht. De technische universiteit van München deed dat wel al. Uit hun studie uit 2017 blijkt dat activity trackers bijzonder geschikt zijn om de hoeveelheid fysieke activiteit van kinderen te monitoren. Net dat is ook volgens mij de grootste meerwaarde van deze wearables: ze zorgen ervoor dat je als ouder op een objectieve manier zicht krijgt op het bewegingspatroon van je kind, dat je ziet of ze de eerder genoemde norm halen of niet.”

“En dat is anders niet zo gemakkelijk, want terwijl het bewegingspatroon van volwassenen vrij voorspelbaar is – we maken ons ’s ochtends klaar, gaan dan werken en doen ’s avonds het huishouden en beoefenen onze hobby’s – ligt dat bij kinderen en jongeren toch net iets anders. Hun beweeggedrag is veel onregelmatiger. Neem nu kleuters: die zijn soms heel inactief, maar hebben op andere momenten zogenaamde bursts of physical activity, waarbij ze net heel beweeglijk zijn. Hoe variabeler het beweegpatroon, hoe moeilijker het is om het op een correcte manier te meten en net daar kunnen activity trackers voor kinderen héél erg nuttig zijn.”

“Of activity trackers kinderen ook motiveren om meer te bewegen? Naar mijn mening doen ze dat op korte termijn sowieso wél. De eerste dag dat kinderen en jongeren een beweegmeter dragen, gaan ze opvallend meer bewegen. Uit onderzoek weten we dat dat effect vaak na enkele dagen wegvalt en dat ze dan hervallen in hun oude beweeggewoonten. Daarom vragen wij in wetenschappelijk onderzoek steeds om de beweegmeter minstens een volledige week te dragen. Zo krijgen we een correct beeld van de beweeggewoonten van het kind. Om te weten te komen in welke mate activity trackers het gedrag van kinderen en jongeren op lánge termijn veranderen, is verder onderzoek nodig. Daarvoor zijn ze momenteel nog niet lang genoeg op de markt. Mijn gevoel zegt dat ze zeker een toegevoegde waarde kunnen zijn, maar dat ze sowieso gecombineerd moeten worden met coaching en begeleiding. En daar is vooral voor de ouders een belangrijke rol weggelegd”, aldus de professor.

De coachende ouder

Wat kan je als ouder dan precies doen om je kind te stimuleren om meer te bewegen? En hoe kan je zijn of haar eventuele gebruik van een activity tracker in goede banen leiden? “Uit een eerder onderzoek dat we voerden, bleek dat sociale steun van de ouders heel belangrijk is”, legt Jan Seghers uit. “Die sociale steun bestaat uit twee aspecten: enerzijds is er de logistieke steun, anderzijds het coachende aspect.”

“Logistieke steun is vooral belangrijk voor jongere kinderen en houdt onder meer in dat je je zoon of dochter inschrijft voor een sportles en hem of haar ernaartoe brengt. Het coachende aspect is je kind effectief motiveren om in beweging te komen. Let daarbij wel goed op. Je wil je kind ook niet onder druk zetten. En dat brengt ons meteen ook bij het – naar mijn mening – grootste nadeel van activity trackers voor kinderen. Kinderen zijn nogal gevoelig voor het al dan niet halen van normen. Als je zoon of dochter het gevoel krijgt dat hij of zij te weinig beweegt en de doelstelling nooit haalt, kan dat ontmoedigend werken. Denk dus goed na over welk doel haalbaar is voor je kind en moedig het aan door te focussen op vooruitgang, en níét op resultaat. Heb jij zelf ook een activity tracker? Zeg dan bijvoorbeeld tegen je kind dat jij gaat proberen om vandaag vijfhonderd stappen meer te zetten en vraag of hij of zij meedoet. Op die manier wordt bewegen een positieve competitie, zonder dat je een overdreven hoog doel stelt.”




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Emi De graeve

    Ik hoor dat er in Duitsland een soort nieuwe kleuterklassysteem bestaat : je kan je kind naar de boerderij brengen waar het een ganse dag "leert" en .... spontaan beweegt.