Exclusief voor abonnees

Welke vragen stel je voor er deze zomer een vriendje kan komen spelen? Orthopedagoog geeft coronaproof tips

Getty Images
De zomervakantie is begonnen en heel wat ouders gaan op zoek naar manieren om hun kind te entertainen. Een vriendje vragen om te komen spelen, is een handige optie. Maar door de pandemie is dat niet zo evident als anders. Welke vragen moet je jezelf én andere ouders stellen om het veilig en leuk te houden? Wij legden ons oor te luisteren bij orthopedagoog en bezieler van ZITDAZO Steven Gielis. 

Het was lang onzeker of kampen en activiteiten deze zomer konden door gaan. Plannen werden overhoop gegooid en ouders zitten soms nog met de handen in het haar: wat met de zomerplanning? Bij een vriendje gaan spelen is haast altijd een goed idee. Tenzij er een pandemie heerst, misschien. Orthopedagoog Steven Gielis weet raad. 

Op dezelfde golflengte zitten 

“Gaan spelen is belangrijk voor de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen”, vertelt Gielis. “Maar het is ook belangrijk dat je de afspraken van de overheid nakijkt en opvolgt.” Je wil als ouder niet overbezorgd of bazig overkomen, maar veiligheid primeert. Leg uit aan de ouders van het andere kind hoe jullie de lockdown doormaakten en welke regels bij jullie gelden. 

“Contact met anderen is nu eenmaal onvermijdelijk”, stipt de pedagoog aan. “Maar je kan bijvoorbeeld het aantal kinderen in de bubbel beperken door bijvoorbeeld steeds dezelfde vriendjes te laten komen spelen. Een uitwisselingssysteem als het ware.” 

Geen eten delen 

Daarnaast is het belangrijk dat simpele regels overal gelden. “Laat je kinderen hun handen vooraf en achteraf ontsmetten en neem ook het speelgoed onder handen”, benadrukt Gielis. “Maak jouw kind en het vriendje duidelijk dat handen wassen altijd érg belangrijk is.” Ook tijdens de lunchpauze geldt: safety first. “Laat hen niet uit elkaars bord eten en niet van dezelfde bekers drinken.” 

Knuffel?

Het is niet altijd evident, maar leg uit waarom het belangrijk is dat we nog niet iedereen begroeten met een dikke knuffel. “Probeer zo veel mogelijk afstand te bewaren, zeg dat ze elkaar nu even niet mogen vastpakken of dit toch zo weinig mogelijk doen”, stelt Gielis. 

Vraag naar hun omgeving 

Wees niet bang om ouders te vragen met wie hun kinderen al in contact kwamen. “Je mag gerust vragen wie ze de jongste weken zagen, hoe lang dat contact duurde en of er zieken in de omgeving waren”, aldus nog Gielis. 

“Voor ouders van kinderen uit een risicogroep of mensen die samenwonen met iemand uit een risicogroep, is extra voorzichtigheid geboden. Je kan best ook een arts om raad vragen bij twijfel.”

Tonen dat je ongerust bent, is niet erg. “Het is niet onbeleefd als je bezorgd bent over je kind. Het gaat in deze situatie ook niet alleen over je kind, maar ook over het vermijden dat kwetsbare groepen ziek worden”, sluit de orthopedagoog af.