Exclusief voor abonnees

Week tegen pesten: alles wat je moet weten wanneer je kind pest of gepest wordt

Getty Images
Pesten is een veelvoorkomend probleem, op elke school en in elke klas. Wij zochten uit wat je als ouder kan doen als jouw kind pest of gepest wordt. 
Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.

In Vlaamse scholen wordt gemiddeld een kind op de vijf gepest. Bijna een kind op de twintig heeft er dagelijks mee te maken. Pesten is dus een hardnekkig probleem dat niet lichtzinnig opzijgeschoven mag worden, want als er niet tijdig ingegrepen wordt, kan pestgedrag diepe wonden slaan. “Het is de taak van volwassenen om pesten zo snel mogelijk op te merken”, meent Steven Gielis, opvoedingscoach bij ZITDAZO.  Die VZW biedt informatie over het opvoeden van kinderen. “Alleen zo kan escalatie voorkomen worden. Tijdig opmerken betekent ook dat de schade en de impact nog beperkt blijven en de weg naar herstel gemakkelijker ingeslagen kan worden. Helaas blijft pesten nog al te vaak onder de radar. Meer dan vier op de tien leerlingen zeggen dat pesten gebeurt zonder dat een volwassene op de hoogte is. Neem als volwassene dus zeker elke melding ernstig en wees alert voor de signalen. Aarzel als ouder ook niet om contact op te nemen met de school als je merkt dat er sprake is van een pestproblematiek - zelfs als jouw kind er niks mee te maken heeft - want alleen een structurele aanpak per school, die oog heeft voor alle betrokken partijen, heeft écht kans op slagen.”

Waar ligt de grens?

Het is niet altijd evident om pesten te onderscheiden van plagen of ruziemaken. Om pestgedrag accuraat aan te pakken, is het noodzakelijk het eerst te (h)erkennen. “Plagen is onschuldig gedrag”, legt Steven Gielis uit. “Bij plagen worden al lachend opmerkingen gemaakt, die als grapje bedoeld zijn en waar wie plaagt absoluut geen negatieve bedoelingen mee heeft. Er is ook geen sprake van een machtsonevenwicht: nu eens plaagt de ene, dan de andere. Af en toe geplaagd worden, daar moet je kind tegen kunnen.” “Bij pesten ligt dat anders”, gaat Stevens collega Bieke Geenen verder. “Dan is er wel sprake van een bewust negatieve actie. Pesten is er echt op gericht de ander te kwetsen. Er is bij pesten bovendien ook altijd sprake van een machtsonevenwicht: de ene is altijd winnaar, de andere altijd verliezer. De ene beleeft er plezier aan, de andere absoluut niet.”

“Ruziemaken is nog wat anders”, gaat Kelly Heylen, eveneens opvoedingscoach bij ZITDAZO verder. “Volwassenen doen het en kinderen ook. Omdat ze het ergens over oneens zijn bijvoorbeeld, of omdat ze het tegenovergestelde of net hetzelfde willen. Tijdens een ruzie worden ook weleens dingen gezegd die harder overkomen dan ze bedoeld zijn en soms zelfs kunnen kwetsen, maar de intentie is anders dan bij pesten. Ruziemakers hebben niet de bedoeling elkaar pijn te doen en achteraf hebben ze ook altijd de mogelijkheid zich te verontschuldigen. Als je als kind kan leren het na een ruzie weer bij te leggen en de plooien glad te strijken, is dat een vaardigheid die je in je verdere leven absoluut nog van pas zal komen.”

Help, mijn kind wordt gepest

Als ouder hoop je natuurlijk altijd dat jouw kind nooit het slachtoffer wordt van pesterijen. Is dat toch het geval, dan kan je maar beter tijdig actie ondernemen. Deze tips helpen je op weg.

* Wees alert voor de signalen

“Kinderen die gepest worden, schamen zich daar dikwijls voor”, zegt Bieke Geenen. “Ze zullen er dan ook niet gemakkelijk over praten. Wees dus zeker alert voor signalen die kunnen wijzen op pestgedrag op school. Is je kind plots heel prikkelbaar en agressief of net ongewoon stil en teruggetrokken, dan kan dat een teken zijn dat er iets aan de hand is. Ook lichamelijke klachten, zoals buikpijn of misselijkheid, en nachtmerries kunnen wijzen op een pestprobleem. Al kunnen al deze dingen uiteraard ook een andere oorzaak hebben.”

* Luister goed

“Als een kind thuis eindelijk toegeeft dat het gepest wordt, luister dan goed”, adviseert Steven Gielis. “Laat je kind vertellen en stel het gerust dat het boos, bang en verdrietig mag zijn. Maak hem of haar ook duidelijk dat niemand het recht heeft om te pesten. Verzeker je kind dat je het zal steunen en dat jullie samen naar een oplossing zullen zoeken. Maak je kind duidelijk dat het goed is dat het met zijn zorgen bij jullie komt, want dat dergelijke problemen te groot zijn om alleen te dragen. Maak afspraken dat je kind nooit nare geheimen hoeft te hebben, zeker niet als anderen die geheimen bij hem afdwingen.”

* Breng de situatie in kaart

Kelly Heylen: “Breng samen met je kind de situatie in kaart: wie pest er? Waar en wanneer? Welke kinderen zijn behulpzaam? Wat is pesten en wat is plagen? Vertel aan je kind waarom het nodig is om de school te contacteren en/of naar de politie te stappen als de situatie dat vraagt. Sta ook uitvoerig stil bij de gevoelens en beleving van het kind. Bevraag het hele verhaal. Het is belangrijk voor de gepeste om erover te praten, zo moet hij of zij de zware lasten niet alleen dragen.”

* Erken het leed

“Erkenning van schade en leed is nodig om verder te kunnen in het leven”, weet Bieke Geenen. “De pijn heeft ruimte nodig om er te mogen zijn, om gevoeld te worden. Daarnaast is het belangrijk dat je kind zichzelf niet langer door de ogen van de pestkoppen gaat bekijken, maar door zijn eigen ogen. Daar kan je kind jouw hulp - en die van anderen - goed bij gebruiken.”

* Blijf rustig en vermijd emotionele adviezen

Wanneer je kind gepest wordt, raakt dat je als ouder in het diepst van je hart. Geen wonder dat veel ouders emotioneel reageren. Toch helpt het niet om vanuit je emotie te willen helpen. Steven Gielis: “Slachtoffers hebben niets aan goedbedoelde, emotionele adviezen, zeker niet als ze ook nog eens pedagogisch onverantwoord zijn. Je helpt hen niet met een boodschap als ‘Negeer ze gewoon’, ‘Sla terug’ of: ‘Bijt dan van je af!’ Verzet je ook tegen de neiging pesters publiekelijk aan de schandpaal te nagelen. Het delen van berichten en filmpjes op sociale media zorgt mogelijk voor een gewenning aan geweld en kan leiden tot een escalatie van geweld en wraakacties. Bel ook liever niet in een impulsieve bui naar de ouders van de pester. Probeer je kalmte te bewaren. Doe je dat niet, dan vererger je de situatie mogelijk nog en loop je het risico het vertrouwen van je kind te verliezen.”

*Spreek over de pesterrol

Kelly Heylen: “Help je kind het pesten te begrijpen. Schets de rol van een pester en laat je kind inzien dat dit gedrag een oorzaak heeft, zonder het gedrag goed te praten. Maak je kind ook duidelijk dat pestkoppen uit zijn op een reactie. Als je laat merken dat de pesterijen je raken, wordt het pesten alleen maar heviger. Leg de schuld van het pesten zeker niet bij je kind, maar leer het wel manieren om ‘neen’ te zeggen.”

*Durf hulp te zoeken

“Weerbaarheids- of assertiviteitstrainingen zijn een ideaal middel om preventief je kind op een goede manier te leren opkomen voor zichzelf, met het nodige respect voor anderen,” meent Bieke Geenen, “maar een kind dat gepest wordt naar zo’n training sturen, daar ben je toch beter voorzichtig mee. De kans is immers groot dat het kind dat ervaart als een bevestiging van zijn of haar slachtofferrol: het pesten wordt veroorzaakt door hem of haar en de oplossing ligt in het volgen van een training. Je kan het gevoel creëren dat het ‘slachtoffer’ zelf de oorzaak is van de pesterijen. Mocht de training niet het verhoopte resultaat opleveren, dan zal dat in de beleving van het slachtoffer ook weer aan zichzelf liggen en gaat hij zichzelf definitief beschouwen als een ‘hopeloos geval’. Individuele therapie is een veiligere eerste stap. Als slachtoffers daar de juiste handvatten aangereikt krijgen om in de werkelijkheid mee aan de slag te kunnen, kan een weerbaarheids- of assertiviteitstraining in groep wel een interessante volgende stap zijn.”

*Zet in op preventie

Ook voor pesten geldt: liever voorkomen dan genezen. Uiteraard wil je als ouder alles doen wat binnen je bereik ligt om te voorkomen dat je kind het slachtoffer wordt van pesterijen. Steven Gielis: “Ouders kunnen preventief handelen door er in de opvoeding voor te zorgen dat hun kinderen hun zelfvertrouwen en sociale competentie goed ontwikkelen. Dat maakt dat zij sociaal en hulpvaardig gedrag vertonen, waardoor zij ‘geliefd’ zullen zijn bij anderen. Dat is uiteraard geen garantie, maar het vormt alvast een beschermende factor, zowel tegen slachtofferschap als tegen de ‘nood’ om pester te worden. Het is een opvoedkundige uitdaging om met liefde en betrokkenheid grenzen te stellen en kinderen zo te leren omgaan met frustraties én met het feit dat bepaald gedrag niet gewenst is. Daarnaast is het meegeven van zelfvertrouwen en een realistisch zelfbeeld een ultieme sleutel in de preventie van pesten.”

Help, mijn kind is een pester

Uit onderzoek blijkt dat pesten niet alleen nadelig is voor wie gepest wordt, ook pesters zijn in zekere zin ‘slachtoffers’ Achter de stoere pester gaat heel vaak een onzeker persoontje met een negatief zelfbeeld schuil. Hun kwetsbare kant verbergen pesters achter hun agressief gedrag en stoer imago. Als een pestprobleem niet aangepakt wordt, kunnen ze daar op langere termijn heel wat negatieve gevolgen van dragen. Het pesten levert hen geen échte vrienden op, integendeel. Bovendien lopen pesters het risico onaangepast gedrag te ontwikkelen, wat op langere termijn niet zelden tot problemen leidt. Aan de slag gaan met een pester is dus absoluut een must. Niet alleen in het belang van het slachtoffer, maar ook in het belang van de pester zelf. En van de rest van de groep, want ook voor hen heeft het gepest nadelige effecten. Volgende tips kunnen daarbij helpen.

*Neem het probleem altijd ernstig

“Pesten blijft nog al te vaak onopgemerkt”, weet Steven Gielis. “Met alle nadelige gevolgen van dien. Wees als volwassene dus altijd alert, observeer en neem je verantwoordelijkheid indien nodig. Ontkennen (Mijn kind doet dat niet), bagatelliseren (Zo erg is het toch niet) of het slachtoffer de schuld geven (Hij heeft het zelf uitgelokt) is geen goed idee. Ontloop ook je verantwoordelijkheid als volwassene niet (Laat ze het zelf maar uitvechten, daar worden ze sterker van) maar besef dat als er daadwerkelijk gepest wordt, alle partijen er belang bij hebben dat de pesterijen zo snel mogelijk stoppen en dat ze daar jouw hulp bij nodig hebben.”

*Probeer de oorzaak te achterhalen

“Een pestkop is in de eerste plaats een ‘rol’ in een sociale context en pas in tweede instantie een persoon”, legt Bieke Geenen uit. Dat geldt trouwens ook voor het ‘slachtoffer’. Het is belangrijk om het verschil tussen de rol en de persoon voor ogen te houden. Pesten is vaak een middel om je populair te maken of om je machtspositie in de groep te handhaven. Pesten komt vaak voort uit onzekerheid. Het gevoel van macht kan dan heel prettig voelen. Er zijn ook kinderen die ooit slachtoffer waren en zich in een nieuwe groep profileren als pester. Zij zien vaak maar twee opties in een groep: pesten of zelf gepest worden. Pesten is een (foute) manier om gevoelens te tonen. Is jouw kind een pester, probeer dan te achterhalen wat de achterliggende oorzaak is, spoor op waar het schoentje wringt en zoek naar oplossingen.”

*Werk aan het inlevingsvermogen van je kind

“Het is van cruciaal belang om het inlevingsvermogen van de pester te versterken. Veel pesters kunnen zich wel iets voorstellen bij wat de gevolgen van hun gedrag op korte termijn zijn, maar ze hebben vaak geen idee wat de gevolgen op lange termijn kunnen inhouden”, zegt Steven Gielis. “Help hen dat in te zien. Stel vragen zoals ‘Hoe zou jij je voelen in zijn plaats?’, ‘Denk je dat dit jou ook zou kunnen overkomen?’, ‘Weet je wat er met iemand kan gebeuren die langdurig gepest wordt?’ Leer kinderen ook het verschil tussen ruziemaken, plagen en pesten, tussen grappig en kwetsend. Leer een pester dat hij moet stoppen als iemand ‘neen’ zegt.”

*Laat merken dat dit gedrag niet door de beugel kan

Hoe graag je je kind ook ziet, je helpt hem of haar niet door pestgedrag door de vingers te zien. Kelly Heylen: “Keur pestgedrag altijd af, maak duidelijk dat het echt niet door de beugel kan en verbind er ook een consequentie aan. Maak ook duidelijke afspraken over toekomstig gedrag en bespreek wat de gevolgen zullen zijn als de pester de afspraken niet nakomt. Waak er wel over dat je de pester aanspreekt op zijn gedrag en niet op zijn persoonlijkheid.”

*Geef zelf het goede voorbeeld

Steven Gielis: “Met je kind praten over pesten, uitleggen waarom bepaald gedrag niet door de beugel kan, is zeker zinvol, maar ook zelf het goede voorbeeld geven is cruciaal. Toon dus hoe respect hebben voor anderen werkt en praat ook zeker zelf niet denigrerend over anderen waar je kinderen bij zijn.”

*Durf hulp te zoeken

“Raak je er zelf niet uit, aarzel dan zeker niet om hulp te zoeken. Om pestgedrag een halt toe te roepen, is er soms nood aan individuele, professionele begeleiding”, weet Kelly Heylen. “In een veilige, niet-veroordelende en professionele omgeving durven pesters vaak beter hun gedrag eerlijk te bespreken en nieuw gedrag aan te leren.”

Meer weten? ZITDAZO organiseert zowel lezingen over pesten voor ouders, leerkrachten en schoolbesturen als workshops voor leerlingen. Voor kinderen en jongeren tussen negen en achttien jaar biedt de organisatie ook assertiviteitstrainingen aan. Interesse? Neem dan contact op via info@zitdazo.be of 0485/72.55.75. Op www.zitdazo.be vind je een schat aan informatie over pesten en tal van andere opvoedingsthema’s.