Wat moet je doen als je kind aan het stikken is?

Beeld ter illustratie.
Getty Images/iStockphoto Beeld ter illustratie.
Het is de nachtmerrie van elke ouder: het ene moment is je kind nog vrolijk aan het spelen, het volgende moment hapt het naar adem en lijkt het te stikken. Maaike Deschoemaeker, adviserend arts bij Kind en Gezin, legt uit hoe je alert reageert.

Een ongeval is gauw gebeurd, zeggen ze. Dat is zeker zo als er kleine kinderen en dito stukjes speelgoed in de buurt zijn. Maar ook een noot of zelfs een onschuldig brokje vlees of brood kunnen soms kwalijke gevolgen hebben en bijvoorbeeld tot verstikking leiden. Hoewel het aantal ongevallen met een slechte afloop beperkt is - gelukkig maar -, blijft snel reageren de boodschap.

Hoe herken je verstikking?

Hoesten, een piepende ademhaling, paniek in de ogen. Het zijn allemaal symptomen die wijzen op verslikking en verstikking. Zolang je kindje geluid maakt, betekent het dat de luchtwegen slechts gedeeltelijk belemmerd zijn. Bij volledige obstructie zal het snel het bewustzijn verliezen. Er is geen seconde te verliezen, dus. Hoe je reageert, hangt af van de leeftijd van het kind.

Wat doe je bij verstikking?

A. Is het kind jonger dan 1 jaar?

1. Leg je baby met het hoofd naar beneden op je arm. Let erop dat het hoofd lager ligt dan de romp.
2. Klop 5 keer hard tussen de schouderbladeren.
3. Is het stukje er nog niet uit, draai je baby dan om. Druk nu 5 keer met 2 vingers op de borstkas. Dat is dezelfde beweging als bij een reanimatie van een baby.
4. Nog niet gelukt? Herhaal dan de 5 rugstoten en de 5 borststoten.
5. Blijft het stukje zitten of is het kindje intussen buiten bewustzijn, verwittig dan onmiddellijk de hulpdiensten en start de reanimatie.
6. Ook wanneer het stukje verwijderd is, raadpleeg je best een dokter.

B. Is het kind ouder dan 1 jaar?
De aanpak is dezelfde als bij een volwassene:

1. Klop 5 keer hard tussen de schouderbladeren.
2. Geen effect? Doe dan de Heimlich-greep: sta achter het kind, sla je armen om zijn/haar middel en bal je handen samen tot een vuist. Trek nu je vuisten hard naar binnen en omhoog, alsof je hem/haar op zou tillen. Doe dit maximum 5 keer.
3. Is het probleem nog niet opgelost, geef dan afwisselend 5 rug- en 5 borststoten.
4. Verwittig de hulpdiensten als de luchtwegen nog steeds belemmerd zijn.
5. Ook als het stukje verwijderd is, ga je best bij de dokter langs. Borststoten kunnen interne letsels en ribbreuken veroorzaken.

Wat mag je zeker NIET doen?

• In de keel grijpen. Als je het stukje in de keel van het kind ziet zitten, zal je misschien geneigd zijn om het er met je vingers uit te halen. Niet doen, want zo dreig je het verder in de luchtpijp te duwen.
• Schudden is schaden. De hersenen van jonge kinderen ‘wiebelen’ in de schedel. Als je hen gaat schudden, dan kan je een hersenletsel veroorzaken, met alle kwalijke gevolgen van dien.

(Lees verder onder de foto).

Maaike Deschoemaeker, adviserend arts bij Kind en Gezin.
rv Maaike Deschoemaeker, adviserend arts bij Kind en Gezin.

Hoe verklein je het risico op verstikking?

• Blijf in de buurt als je kind eet of speelt. Dan zie je waar het mee bezig is en kun je ook makkelijk ingrijpen als het iets ‘gevaarlijks’ doet.
• Ruim op als er kleine kinderen in je huis komen. Legoblokjes, platte batterijen, dobbelstenen... Ze zijn niet bedoeld voor peuterhandjes.
• Respecteer het leeftijdsadvies op de verpakking van speelgoed. Als er kleinere onderdelen bij zitten, dan staat er vaak ‘niet geschikt voor kinderen jonger dan 3 jaar’ op. Hou je daaraan.
• Let extra goed op rond de leeftijd van 1 jaar. Rond hun eerste verjaardag ontwikkelen kinderen de pincetgreep en rapen ze elk kruimeltje, stofje of ander dingetje van de grond.
• Ken je kind. Het ene kind houdt al sneller op met dingen in de mond steken dan het andere. Het ene kind zal ook beter brokjes kunnen kauwen dan het andere. Een algemene richtlijn geven over wat wanneer toegelaten is, is dus moeilijk. Als ouder moet je vooral de ontwikkeling van je kind volgen.
• Volg het advies van Kind en Gezin als het over voeding gaat. Vaste voeding introduceer je ten vroegste vanaf 4 maanden. Boterhammen en brokjes in de groentepap kunnen vanaf 8 maanden.
• Geef zeker geen nootjes aan kinderen jonger dan 4 jaar.

Lees ook:

Kind opvoeden? Kijk eerst naar jezelf: vijf type ouders (+)

Vanaf welke leeftijd kan een kind alleen thuisblijven? (+)

Hoeveel zakgeld geef je aan je kind? “Niet erg als ze het eens over de balk smijten” (+)