Slechts 1 op 3 kansarme baby's krijgt borstvoeding

THINKSTOCK
Borstvoeding in Vlaanderen: het is geen succes, zo blijkt uit de nieuwste cijfers van Kind en Gezin in hun rapport 'Het kind in Vlaanderen 2012'. Het allerslechtste nieuws is dat de cijfers alleen maar dalen, in alle groepen, op alle leeftijden. In vergelijking met 2009 krijgen 3 à 7 procent minder baby's borstvoeding. Baby's van Belgische moeders zijn slechter af dan baby's van niet-Belgische moeders, zeker als ze kansarm zijn: zij krijgen maar de helft zo vaak borstvoeding als niet-kansarme baby's: 35 versus 70 procent. De cijfers op een rijtje:

Eerste dag
75 procent van de moeders begint aan borstvoeding na de bevalling. Opvallende afwijkingen hiervan zijn te vinden in West-Vlaanderen (68 procent) en Vlaams-Brabant (79 procent). De andere provincies schommelen rond het gemiddelde.

Eerste kind
Eerstgeborenen krijgen zo'n twee procent vaker borstvoeding dan de latere kinderen.

Zesde dag
Na zes dagen krijgt nog  63 procent van de pasgeboren baby's uitsluitend borstvoeding. De provinciale verschillen blijven bestaan, dus de 'uitval' is gelijk in heel Vlaanderen.

Te vroeg
Prematuurtjes krijgen opvallend minder borstvoeding: 51 procent tegenover 64 procent op dag 6.

Borstvoeding bij vroeggeboorte is extra uitdagend omdat de melkstroom moeilijker op gang komt en er van in het begin gekolfd moet worden omdat de baby meestal niet sterk genoeg is om aan de borst gelegd te worden. Daartegenover staat wel dat de voedingsstoffen in moedermelk net voor prematuurtjes extra belangrijk is.


Op 12 weken krijgt nog geen drie op tien kinderen nog exclusief borstvoeding, op 26 weken is dat nog 6 procent. Deze cijfers zijn nog voorlopig.

Vrouwen die na de eerste week nog borstvoeding geven, stoppen het vaakst tussen de derde en de vijfde maand. Dit komt overeen met de terugkeer naar de werkvloer, al dan niet verlengd met ouderschapsverlof.

Slechts tien procent van de Vlaamse kinderen krijgt na zes maanden nog borstvoeding. De wereldgezondheidsorganisatie raadt aan de eerste zes maanden exclusief borstvoeding te geven, en minstens tot 1 jaar alle melkvoedingen borstvoeding te houden.

Na 12 maanden krijgt 8,3 procent van de kinderen nog minstens één maal per dag borstvoeding. Wie het op zes maanden nog geeft, doet dus meestal door tot na de eerste verjaardag.

Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.


Belgische vs niet-Belgische moeders
Niet-Belgische moeders geven vaker borstvoeding dan Belgische moeders, ongeacht of het gezin leeft in kansarmoede of niet. Het verschil bedraagt ruim 10 procent.

Kansarmoede speelt maar een kleine rol bij niet-Belgische moeders (73,7 versus 71 procent), maar een grote rol bij Belgische moeders (61 versus 35,4 procent).

Het slechte nieuws is dat het aandeel niet-Belgische borstvoedende moeders dubbel zo snel zakt als de Belgische borstmoeders: - 6 procent tegenover - 3 procent op vier jaar tijd.

Leeftijd van de moeder speelt een belangrijke rol. Borstvoedende moeders zijn het vaakst tussen 25 en 35 jaar. Tienermoeders geven het minst vaak borstvoeding.

Een verklaring voor de cijfers en de daling geeft Kind en Gezin niet.

THINKSTOCK


Ook na de eerste verjaardag is de voeding van kinderen niet altijd optimaal.

Eén op drie kinderen krijgt tussen 12 en 24 maanden minstens één keer per dag een 'ongeschikte' melk te drinken, zoals magere melk (niet geschikt voor kinderen), sojamelk (niet voor 2 jaar) en groeimelk (overbodig bij evenwichtige voeding).

80 procent van de kinderen eet dagelijks fruit of fruitpap. Groenten zijn nog 'populairder': 92 procent eet dagelijks groenten of groentepap.

Één op vijf kinderen krijgt 'aangedikte' melk (met koek of kindermeel).
8 procent van de kinderen ouder dan één jaar krijgt gezoete dranken zoals chocolademelk of melk met siroop.