NINA-columniste Anke brengt een boek uit: "Mijn mannen zijn mijn beste materiaal"

Brit Guns
Kom maar op, jongens! Dat Anke Michiels het leven met haar vier mannen aankan, bewijst ze hier elke week in haar reallifecolumn voor NINA. Dat ze soms worstelt, zoekt en haar mama mist, kan je ook lezen in haar boek, waarin ze die innemende stukjes gebundeld heeft.

Een van de warmste dagen van de zomer, in een Blankenbergse beachbar. Er zijn slechtere plaatsen om een interview te doen, vindt ook NINA-columniste Anke Michiels (42), die hier geniet van een laatste weekje écht vakantie met zonen Senne (15), Bas (12) en Lex (6). Man Johannes (41) is er helaas niet bij, te veel werk. Meer nog dan een week vakantie is het ook heel bewust genieten van de tijd met de oudste zoon, die as we speak het nest uitgevlogen is en op internaat is gegaan, waarover je vorige week kon lezen in haar column. “Een les in loslaten, alweer.” Terwijl de oudste twee zich ontfermen over de jongste, die af en toe eens komt piepen, hebben wij tijd voor een babbel over haar columns en haar eerste boek ‘Kom maar op, jongens’. “De jongens vinden het spannend. ‘Ben je nu beroemd, mama,’ vroegen ze vanmorgen, ‘omdat je zelf een interview mag geven?’”

Het zat er al vroeg in, Anke, schrijfster worden?

“Klopt, als kind heb ik altijd geschreven. Brieven aan mezelf, brieven aan vriendinnen, liefdesbrieven aan jongens die ik nooit verstuurde. Omdat er een mijn hart gebroken had, of omdat ik iemand niet kon krijgen. Ik deed dat omdat het mij hielp. Die brieven heb ik allemaal bewaard, misschien om er ooit iets mee te doen.”

Hoe kwam je drie jaar geleden bij het idee van een eigen column?

“Ik schrijf al lang interviews waarin ik het moet doen met de ingrediënten van anderen – ik stel vragen en krijg antwoorden, en dat is dan mijn materiaal. Terwijl een column heel erg vanuit jezelf vertrekt, vanuit je eigen wereld, zeker in mijn geval. Ik las al jaren de column van mijn voorgangster Hilde Sabbe. Ik bewonderde heel erg hoe zij de lezer zo kon meenemen. Toen Hilde stopte, ben ik gaan vragen aan de hoofdredactie of ik dat eens mocht proberen. Ik wist niet of ik het kon. Ik wilde mezelf schrijftechnisch uitdagen ook. Week na week heb ik geoefend op de juiste toon die mij ligt. En dat is gelukt. Hoop ik. (lacht)”

Wat vind je zo fijn aan columns schrijven?

“Een column doet me stilstaan bij zaken waar ik anders aan voorbij zou lopen. Het maakt me alerter. Als een van mijn zonen iets zegt of er gebeurt iets met mijn man, en ik weet: ik heb iets, dan vind ik het de leukste schrijfopdracht van de week. Ik hou ervan om in mijn column een cirkeltje te maken, om via omzwervingen tot een clou te komen. Als dat werkt en het ook op die ene pagina past? Dan is dat zalig. Ik heb een zwak voor beeldspraak en dat kan in een column allemaal. Ik vind het fijn als mensen zich erin herkennen en ik mails krijg van lezers, of als mijn eindredacteur zegt: het is er boenk op. Een goeie column is er een die iets met de lezer doet. Die ontroert of doet glimlachen, omdat ie je op een of andere andere manier raakt.”

Overleg je soms voor je iemand aan bod laat komen?

“Met mijn man niet. Aan mijn zonen vraag ik het weleens. Vooral dan aan de oudste, omdat hij het vaakst dingen uitspookt waar ik gewoon over móét schrijven, omdat ze opvoedkundig interessant zijn. Maar als ik het over mijn mama heb, die vijftien jaar geleden overleed aan de gevolgen van kanker, of over mijn grootmoeder, die dit jaar gestorven is, stuur ik de tekst altijd eerst even naar mijn papa en mijn broer. Ergens zoek ik dan een goedkeuring, omdat ik het over iets emotioneels of intiems heb, maar ik heb nog nooit een veto gekregen.”

Heb je taboes?

“Ik zit er niet op te wachten, maar mocht ik een zware huwelijkscrisis meemaken, dan zou het moeilijk zijn om dat te delen. Terwijl het tegelijk ook heel interessant is en ik het misschien toch zou overwegen. De Nederlandse columniste Monica Beek schreef in AD Weekmagazine over de scheiding waar ze volop doorging. Ik vond dat straf. Over seks schrijf ik niet, of toch nooit expliciet. Niet dat ik dat niet kan of durf, maar euh … mijn papa leest mee, hè. (lacht) En mocht ik ooit een minnaar nemen, dan kan ik daar toch ook beter wat discreet over zijn, toch? (lachje)”

Omschrijf jouw stijl eens. Wat maakt jouw column uniek?

“Ik wil vooral niet per se literair of stilistisch straf uit de hoek komen, ik moet het hebben van eenvoud, van het dagdagelijkse en van echtheid. Mensen vragen vaak: ‘Verzin je niet af en toe iets?’ Nee dus. Soms krijgt een gebeurtenis iets meer kleur of kracht door het op te schrijven, maar de basis is a true story.”

Je noemde al Monica Beek. Naar welke columnisten kijk je nog op?

“Een van de meest humoristische vrouwelijke columnisten is An Olaerts. En ook haar partner in crime Tom Heremans lees ik heel graag, net als de wekelijkse column van Marnix Peeters. Ik volg ook de Nederlandse Roos Schlikker en Saskia Noort.”

Bas en Lex komen even piepen, puber Senne passeert in de verte. “Kom eens dag zeggen!”, roept Anke. “Weet je nog, Senne, toen ik je betrapt had met een elektronische sigaret en ik vroeg of ik erover mocht schrijven? (Senne schudt het hoofd) Toen zei je dus: ‘Doe maar mama, want er zullen nog kinderen stiekem roken en zo weten andere ouders hoe jij gereageerd hebt.’ Weet je dat niet meer? Waarover heb je liever niet dat ik schrijf? Meisjes en verliefdheden? Dat heb ik stiekem toch al eens gedaan.”

Senne: “Ja, mama, dat weet ik dus niet, ik lees jouw columns niet.” (Hij beent weg.)

Anke: “Voilà. Het leven zoals het is met een puberzoon. (lacht) Bas beweert dan weer dat ik nooit over hem schrijf. Maar als ik vraag of hij meer aan bod wil komen, zegt hij nee.”

Hoelang zie je het jezelf doen?

“Het moet plezant blijven, want om de haverklap lig ik ervan wakker. Waarom? Ik kan nogal muggenziften en dan lig ik te denken: morgenvroeg moet ik dat ene woordje veranderen. En als de clou niet helemaal goed zit, ben ik echt ongelukkig. Het moet juist zitten. Dat is elke week een uitdaging. En al zéker als ik op donderdagavond nog geen idee heb. In het begin flipte ik, maar ik heb geleerd om me echt even terug te trekken en bijvoorbeeld in bad te gaan liggen. Even de rust opzoeken. Er komt altijd een idee. Altijd. Dan moet het natuurlijk nog geschreven worden. En het is eigen aan journalisten om dat altijd op het laatste moment te doen. Ik heb die deadline nodig. En soms ook een glas wijn. Of twee. (lacht)”

Op welke onderwerpen krijg je het meest reactie?

“Dat is als ik over mijn mama schrijf. Ik probeer dat niet te vaak te doen. Ik wil daar spaarzaam mee omgaan of zo. Maar soms passeert mijn mama zo overduidelijk in mijn leven dat ik wel over haar moet schrijven, en dan krijg ik altijd hele lieve reacties. Iedereen verliest een dierbare, je herkent dat als lezer.”

“Als het gaat over de puber die af en toe vervelend doet of mij durft te kwetsen, krijg ik hele troostende woorden van lezers: ‘Mijn zoon was vroeger ook zo, intussen is hij 24 jaar en is het goed gekomen’ of ‘Je bent goed bezig’. Dat doet me veel plezier. Mails, berichtjes via FB en Instagram bewaar ik en ik beantwoord die persoonlijk. Ik vind het heel belangrijk om dat contact te onderhouden.”

Tot slot, wat betekent dit boek voor jou?

“Zelfs als je me niet gevolgd hebt, kan je het lezen als de evolutie van een gezin in drie jaar tijd. Voor mijn kinderen is het hopelijk ook een leuke herinnering. Zelf archiveer ik veel. Ik maak van die ouderwetse fotoboeken. Thuis heb ik ook een boekje met quotes van de jongens van toen ze kleiner waren, met van die grappige taalfoutjes die ze maakten. Ik moet daar zo om lachen, ik kijk daar nog vaak in. Ik verwijt ze absoluut niet dat ze al die NINA’s nú niet gelezen hebben. Dat is ook heel logisch. Maar later, als zij groot zijn en ik een oude doos, zullen ze misschien graag eens heel dat boek doornemen en zien: ‘Ah, hebben wij het zo hard uitgehangen. Ocharme, mama. (lacht)’’

‘Kom maar op, jongens. Leven met vier mannen in goede en slechte dagen’ (192 pagina’s) is uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts en is vanaf 21 september te koop voor € 22,99.




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Jan Peters

    seksistisch