Exclusief voor abonnees

Expert waarschuwt voor vals veiligheidsgevoel bij gebruik zwembandjes: “Blijf als ouder altijd in de buurt”

Expert Karel Logghe van de Vlaamse Reddingfederatie.
Steven Richardson/Shutterstock Expert Karel Logghe van de Vlaamse Reddingfederatie.
Zwemhulpmiddelen zijn een must voor wie deze zomer op en rond het water vertoeft met kinderen die nog niet (goed) kunnen zwemmen. Hoe veilig een hulpmiddel is, hangt vooral af van de EN-norm die je op het product terugvindt, stelt Karel Logghe, opleidingsverantwoordelijke van de Vlaamse Reddingsfederatie. “Plezierartikelen zoals opblaasbanden moeten aan minder strenge eisen voldoen, maar zelfs met ‘veilige’ drijvers aan kan een kind verdrinken.” De resultaten van de test lees je hier.

Zwemhulpmiddelen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, die je terugvindt op het product zelf. “De EN12402-norm zie je op officiële reddingsvesten, maar die gebruik je niet om je kind aan water te leren wennen of te leren zwemmen”, zegt Logghe. “Drijfhulpmiddelen zoals zwemvleugels, -zitjes voor baby’s, -plankjes en -pakjes met drijvers moeten voldoen aan de EN13138-norm, wil je je kinderen ermee aan het water leren wennen of zwemmen. Daarnaast zijn er recreatieve zwemhulpmiddelen, die vaak de EN15649-norm of een CE-markering dragen, en dus aan minder strenge eisen moeten voldoen. Doorgaans gaat het om opblaasbare zwemartikelen als opblaasbanden en -matrassen. Ze vallen onder de speelgoednorm en zijn dus echt bedoeld voor het plezier.”

Perfect gepast

Voor kinderen die nog niet goed kunnen zwemmen, kies je dus standaard voor de EN13138-norm. “Gebruik alleen producten die perfect passen en die onbeschadigd zijn. Zwemhulpmiddelen mag je nooit op de groei kopen”, benadrukt Logghe. “Doorgaans vermelden de producten en verpakkingen de perfecte omstandigheden waarin ze veilig gebruikt kunnen worden door middel van gewichtscategorieën en/of leeftijden. Qua veiligheid is er geen verschil tussen zwemhulpmiddelen die opgeblazen moeten worden of die met schuim (drijvers). Zwemvesten en -banden met schuim zijn wel duurzamer — ze gaan makkelijk tien jaar of langer mee — en kunnen niet lek gaan. Opblaasbare zwemhulpmiddelen zijn dan weer makkelijker mee te nemen in de koffer. Kies je voor opblaasbaar, let er dan op dat er meerdere luchtkamers zijn. Als er toch eentje lek loopt, blijft je kind alsnog drijven dankzij de andere.”

Logghe raadt ook aan om bandjes nooit helemaal leeg te laten lopen. “Door er nog wat lucht in te laten, voorkom je dat de wanden aan elkaar plakken. Gebeurt dat, dan is opblazen nadien moeilijker en kunnen er onzichtbare scheurtjes in de binnenkant ontstaan die later door de luchtdruk en/of warmte kunnen openscheuren.”

Waar je de zwemhulpmiddelen koopt of hoeveel je ervoor betaalt, maakt amper iets uit. Logghe: “Het allerbelangrijkste is dat je kind ze gráág draagt, ze niet zelf kan uitdoen, ze perfect passen en voldoen aan de EN-norm. De producten die je in Belgische winkels koopt, voldoen aan alle veiligheidsnormen. Wie buiten Europa zwembandjes koopt, kan al eens een slechte koop doen. Geef wel de voorkeur aan opvallend gekleurde zwemhulpmiddelen, zodat je kind beter zichtbaar is voor redders. Of je nu kiest voor opvallend gele of oranje exemplaren van een zwemsportmerk of producten met cartoonfiguurtjes uit de speelgoedwinkel, maakt weinig verschil. In de praktijk merk ik soms wel dat modellen van zwemsportmerken een betere pasvorm hebben, maar de ervaring leert dat een kind het vooral leuk moet vinden om het altijd te dragen.”

Wennen aan het water

Logghe stipt nog aan dat zwemhulpmiddelen ook bij juist gebruik niet zaligmakend zijn. “Zelfs de beste zwembanden en -vesten kunnen het risico op verdrinking niet uitsluiten. Laat je kind dus nooit alleen in het water. Het woord zwemhulpmiddel zegt het: het is een hulpmiddel voor je kind in het water, maar als ouder moet je áltijd in de buurt blijven. Ook in ondiep water kan een kind verdrinken.”

“Zelfs als je kind een eerste zwemdiploma op zak heeft, zijn de gevaren nog niet geweken. Mijd ook gebieden met stroming, want door de kracht van het water kunnen ze in luttele seconden wegdrijven. Ga dus alleen in een zwembad of waterplas met stilstaand water met kinderen die nog niet (goed) kunnen zwemmen en die nog zwemhulpmiddelen gebruiken.”

Voor je als ouder je toevlucht neemt tot zwemhulpmiddelen, is het ook belangrijk om je kind eerst te laten wennen aan het water en ervoor te zorgen dat het zich veilig voelt. “Doe dit stap voor stap én op het niveau van je kind”, zegt Logghe. “Laat het eens zonder jouw hulp los in het water, leer het om zich om te draaien op de rug zodat het blijft drijven als hij of zij het moeilijk krijgt, laat het verschil voelen tussen mét en zonder bandjes... Het is ontzettend belangrijk dat je kind niet panikeert in het water, want zo gebeuren helaas de meeste ongevallen.”

Verdrinking: de stille dood

De jongste weken waren er tal van verdrinkingsincidenten met Vlaamse kinderen. Dinsdagavond nog verdronk een peuter van 2, nadat hij in een zwembad was gevallen in Oostakker, bij Gent. 

“Een verdrinking gebeurt helaas vaak onopvallend”, weet Karel Logghe. “Onlangs hebben we met het collectief ‘Would You React’ in Océade een verdrinking geveinsd om na te gaan of andere badgasten zouden opmerken of iemand aan het verdrinken is. Wat bleek: de meeste mensen hadden het gewoonweg niet door! Ze denken ten onrechte dat een verdrinking gepaard gaat met veel geroep, getier, theatraal gezwaai van de armen, zoals op tv en in de film. Maar in het echte leven is dat zelden het geval. Iemand die verdrinkt, kán meestal niet om hulp schreeuwen, omdat hij of zij zijn adem nodig heeft om de spieren te laten werken.”

“Doorgaans blijft de mond niet lang genoeg boven het wateroppervlak om effectief te kunnen in- en uitademen. Het lichaam is ook helemaal rechtop in het water gepositioneerd en het lijkt alsof hij of zij ongecontroleerd een ladder probeert op te klimmen: met de voeten wordt een trapbeweging gemaakt en met de handen een pootjesbeweging, zoals een hond. Gemiddeld kan iemand die in verdrinkingsnood verkeert 20 à 60 seconden spartelen om boven het wateroppervlak te blijven alvorens helemaal onder water te verdwijnen. Niet voor niets heet het ‘de stille dood’.”

5 tips bij het gebruik van zwemhulpmiddelen

Het juiste zwemhulpmiddel uitkiezen is één ding, het juist gebruiken wat anders. Tips van Karel Logghe:

• Doe je kind geen gewone luier aan als je ermee in het water gaat. Een normale luier kan lucht vasthouden of water opnemen waardoor de billetjes makkelijk boven het water uitsteken en het hoofd kopje onder gaat. Gebruik dus altijd een speciale zwemluier.

• Ga voor zwemhulpmiddelen die hoog zitten (rond de bovenarmen en/of hals) voor kinderen die nog niet zelfstandig hun hoofd boven water kunnen houden. Zwempakjes met drijvers (schuim) rond de buik en rug mogen dan populair zijn, ze zijn niet de veiligste keuze: als je kind voorover valt, kan het hoofd onder water gaan. Kies beter voor zwempakjes met schuim of zwemvleugels rond de armen en/of hals.

• Koop alleen opblaasbare zwemhulpmiddelen met veiligheidsventielen en bij voorkeur met meerdere luchtkamers. Let erop dat die laatste bij gebruik goed gesloten én volledig ingedrukt zijn.

• Blaas zwemhulpmiddelen niet te hard op. Door de warmte kan de lucht uitzetten en kunnen er scheuren ontstaan of kan de zwemband lek gaan.

• Verwar reddingsvesten niet met zwemvesten. Een reddingsvest dient om een kind mee te nemen op een boot en zorgt ervoor dat het automatisch op zijn rug draait als hij in het water valt. In ondiep water, waar je kind met zijn voeten de boden kan raken, gebeurt dit echter niet. Zwemvesten hebben niet het vermogen om het kind op de rug te draaien en zijn alleen geschikt voor kinderen die al kunnen zwemmen.

Lees ook binnen HLN+:

Zwemhulpmiddelen onderworpen aan strenge test: “Dit vest zal geen enkele zwemleraar gebruiken”




9 reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Dian Jans

    Deze week met mijn kleinzoontje in t zwembad, hij spartelde en lachte en plots sloeg die band om, gelukkig was ik erbij , kleine zo geschrokken dat hij niet eens huilde. Met een aantal redders in dd familie zijn wij zeer alert met kindjes in t water.

  • Guido De Deken

    Gouden tip, kinderen die goed kunnen zwemmen mogen in zee nooit ,alleen, dieper gaan dan hun nagelenbuik. Referentiepunt dat ze altijd bij hebben en is een kantelpunt van het menselijk lichaam.

  • Barbara Bontje

    Toen ik 4 kon ik al zwemmen maar had ik opblaasbare armbandjes.ik deed ze een keer om mijn enkels en sprong in het diepe, mijn voeten bleven drijven de rest niet. De badmeester heeft mij er net op tijd uitgevist. Dus ook al kunnen je kinderen zwemmen er kan altijd iets mis gaan.

  • christianne bruyland

    Ben steeds bij onze dochter gebleven, altijd waren er redders in de buurt, maar ik maakte daar tijd voor. Nu met onze kleinkinderen is dat niet anders, met nog meer redders, maar ook meer badgasten vind ik dat nodig. Onze oudste vraag ik steeds om in zee nooit op de laatste rij te gaan zwemmen en steeds in het oogzicht van de kiosk v d redders....dat stelt me een beetje gerust, omdat ik niet steeds tot borsthoogte in het water ga.

  • Bart Engels

    De donut vormige ronde banden nooit rond je middel doen! Als die omdraait ,kun je er nie meer uit, zeker kinderen niet.