Exclusief voor abonnees

Columniste Femke neemt afscheid van het meisje dat ze nooit zal hebben: “Toen we het geslacht zagen, was het toch even slikken”

NINA
Femke is 32 en een rasecht, ongefilterd Kempenkind. Ze is getrouwd met Mathias, die ze ontmoette op het dak van haar moeder - lang verhaal - en mama van Amedee, een rock-’n-rollkleuter van anderhalf. Ze verkoopt bier om de kost te verdienen, waarmee ze vooral het eten van haar (pleeg)katten en konijnen betaalt. Om van de vogels, kippen en vissen nog maar te zwijgen. Ze is een 40’s- & 50′s-lover (hallo, opvallende lippenstift), is zot van eten en nog zotter van mooie woorden. Op NINA.be schrijft ze elke week haar gedachten van zich af.

“Geslacht: mannelijk”

Mijn man en ik hebben de brief van het lokale medisch centrum in onze handen. Twee weken geleden liet ik bloed prikken voor de NIPT-test, een onderzoek waarbij ze op zoek gaan naar enkele chromosoomafwijkingen bij je ongeboren kindje. Een leuke bijkomstigheid is dat je ook meteen het geslacht van je baby kent zonder dat de gynaecoloog moet gaan zoeken naar een goed verstopt piemeltje tussen dichtgeknepen billetjes. We krijgen opnieuw een jongetje. Ik word mama van twee zoontjes. Een echte hashtag boysmom.

Toen ik destijds zwanger was van onze oudste, had ik echt een onwaarschijnlijk sterke voorkeur voor een jongen. Ik wilde ab-so-luut een stoere kerel op de wereld zetten. Toen bevestigd werd dat het inderdaad een jongetje werd, sprong ik letterlijk een gat in de lucht. Ik kocht mezelf meteen helemaal arm aan petjes en bretellen en leren jekkertjes. Ik was ervan overtuigd dat een jongen ook gewoon makkelijker was, minder huilbuien, minder drama. Ha-ha. Ik had geen idéé. Ondertussen is Amedee ruim anderhalf en leerde ik uit ervaring dat dat idee van “minder drama” de grootste misvatting is die er bestaat over jongens. Onze zoon huilt en maakt ook Broadway-waardig theater wanneer hij een jas aanmoet. En daarna omdat de jas weer uit moet. Of omdat hij een bijna-doodervaring meemaakt wanneer hij tegen de hoek van de tafel botst. 

Maar zelfs dan vind ik het fantastisch met onze kleine man. Hij is lekker stoer en wild en geeft de meest hartstochtelijke knuffels. Zijn gezichtje licht op wanneer ik hem ‘s avonds ophaal en hij komt met open armpjes op me afgelopen. Om dan op een halve meter van mij met een ondeugende twinkel in z’n ogen rechtsomkeer te maken, want zo’n deugniet is hij dan ook wel weer. Hij is m’n hele leven, verpakt in 82 centimeter.

Nooit een dochter

Voor nummer twee had ik niet zo’n voorkeur. Als het maar gezond was. Het is gek hoe ik daar deze keer veel feller mee bezig ben dan tijdens m’n eerste zwangerschap. Toen was ik nog veel te hard bezig met mezelf zorgen te maken over m’n eigen leven en wat er allemaal zou veranderen en of ik dat allemaal wel plezant zou vinden. Ik had geen idee wat me te wachten stond en kon ook niet inschatten wat de impact ervan zou zijn. Deze keer is het anders. Ik weet exact welke onmetelijke liefde je -letterlijk - in de schoot geworpen krijgt. Ik weet precies hoe bang je mogelijks kàn zijn dat er iets misgaat met dat kleine mensje van jou. En ik weet maar al te goed wat je te verliezen hebt. Ik werd ondertussen zelf genadeloos verpletterd onder die gigantische blok rauwe liefde. 

Dus deze keer wachtte ik wel nerveus af tot ik bevestiging kreeg dat alles oké was met ons tweede kindje. En dat was gelukkig ook zo. Maar toen we het geslacht te zien kregen, moesten we toch even slikken, mijn man en ik. Want een tweede jongetje betekende ook dat we nooit een dochter zouden hebben. We besloten enige tijd geleden al dat we het bij twee kindjes zouden houden. Dat leek ons organisatorisch gezien ruim voldoende en ook ons huis is simpelweg niet groot genoeg voor meer. En hoewel ik er geen enkele aanleiding toe had, was ik ervan overtuigd dat we dit keer een meisje zouden krijgen. Ik was er zelfs zo zeker van dat ik al een schattig roze pyjamaatje had gekocht, met fijne bloempjes en een wit kraagje. Het allerkleinste maatje, voor in het ziekenhuis. 

Maar m’n gevoel heeft me beetgenomen. Het wordt dus opnieuw een jongen. En natuurlijk ben ik blij. Ik zou niet durven en nog minder wíllen klagen. Ik ben dolgelukkig dat ons kuikentje gezond is, dat zijn hartje stevig klopt en dat hij driftig wiebelt in m’n buik. Het gaat fantastisch worden later, met al m’n mannen in huis. En ook luid en druk en bruut. En ze zijn zo onwaarschijnlijk lief, die jongens. Eerlijk en puur en stapelverliefd op mama. M’n eigen kleine wolfpack, m’n eigen kleine legertje van pure liefde en zweetvoeten. Maar al die schoonheid neemt niet weg dat het ook een heel klein beetje afscheid nemen is. Met de komst van een tweede zoontje neem ik verplicht afscheid van een mogelijke toekomst als mama van een dochter. Eentje van wie ik de nagels lak en de haartjes vlecht, eentje die gek is op glitter en wel rokjes draagt, maar enkel met stoere boots eronder. Eentje waarvoor later geen enkele jongen goed genoeg zou zijn. Eentje waarmee ik later ga shoppen en een koffietje drink. Eentje waarmee ik dezelfde moeder-dochterband heb als ik met m’n eigen ma. Eentje waarin ik mezelf herken als ik naar haar kijk.

Afscheidje

Ik ben het afgelopen jaar van op een afstandje getuige geweest van hoe een moeder haar dochtertje moest laten gaan, een krijgertje van amper zeven jaar. Ik zag hoe een mama na zes maanden zwangerschap onverwacht haar kindje verloor. Ik ken een prachtig koppel dat overloopt van liefde, maar voor wie het lot besliste dat ze nooit ouders zullen worden. Hoewel ze het zo graag willen en zo onwaarschijnlijk hard verdienen. Mijn kleine afscheid is een kleinigheid, een bagatelletje - bijna verwaarloosbaar - in vergelijking met wat zij hebben doorstaan. Met een kerngezonde zoon naast mij en de volgende al in mijn buik, prijs ik mezelf onpeilbaar gelukkig. Ons tweede jongetje is hoegenaamd geen ‘tegenslag’, verre van zelfs. 

Maar dat betekent niet dat dat kleine verdriet van mij er nu niet eventjes mag zijn. Ook mijn afscheidje mag bestaan. Het roze pyjamaatje ligt ondertussen in de kast. Ik bewaar het voor de eerstvolgende vriendin die een dochtertje krijgt. En ik zal het met heel veel liefde cadeau doen, wanneer ik op bezoek ga met al mijn mannen. En ach, ik kijk er zo naar uit, naar dat tweede jongetje en naar dat drukke, brute leven met die twee schelmen. Want eigenlijk, als ik echt heel eerlijk ben, hield ik toch al meer van voetbal dan van ballet.