Wettelijk kader voor draagmoederschap niet evident

THINKSTOCK
Een wettelijk kader voor draagmoederschap uitwerken kan enkel met zware garanties voor de draagmoeder die zal moeten verzaken aan een aantal rechten die haar privacy raken. Zelfs met die garanties is het volgens professor Patrick Wautelet van de Luikse rechtsfaculteit "niet zeker dat het Europees Hof van de Rechten van de Mens zal instemmen met het voorafgaandelijk verzaken aan de verwantschap". Dat zei hij vandaag in de Senaatscommissie Institutionele Aangelegenheden tijdens een hoorzitting in het kader van een informatieverslag over mee-ouderschap.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) laat toe dat een draagmoeder zich akkoord verklaard om te verzaken aan een aantal rechten - roken, het beoefenen van gevaarlijke sporten zoals bergbeklimmen, werken in ongezonde arbeidsomstandigheden... - indien ze de nodige psychologische, medische en juridische begeleiding krijgt. Maar voor professor Wautelet gaat er "een oranjelicht knipperen" indien de draagmoeder voor de geboorte zou verzaken aan de afstamming en zij een genetische band heeft met het kind.

Een wettelijke regeling van draagmoederschap houdt onder meer in dat wensouders en draagmoeder een overeenkomst sluiten waarbij de wensouders bij de geboorte van het kind meteen ook de juridische ouders van het kind zijn. Daardoor wordt de rompslomp en onzekerheid weggenomen die vandaag bestaat. Nu moet de wensmoeder steeds het kind erkennen. De biologische vader kan het kind reeds voor de geboorte erkennen. Indien de draagmoeder gehuwd is, moet haar echtgenoot dan wel eerst het vaderschap ontkennen.

Momenteel heeft geen enkel Europees land een wettelijk kader voor draagmoederschap. In Frankrijk is de praktijk zelfs bij wet verboden. Dat is meteen één van de redenen waarom de helft van de IVF-kinderen die in het UMC Sint-Pieter in Brussel geboren werden Franse ouders heeft, zo stelde Candice Autin van UCM Sint-Pieter.

In een aantal Amerikaanse staten bestaat er wel een wettelijke regeling voor draagmoederschap, zo bleek uit de uiteenzetting van Tom Wijnant (UGent) die voor zijn masterproef in de Rechten de toestand in vier staten analyseerde. Elke staat heeft een eigen regeling uitgewerkt, waar volgens hem bruikbare elementen in zitten. Zo wordt de afstamming in Californië voor de geboorte geregeld, in Florida na de geboorte, in Illinois via een administratieve procedure en in de Uniform Parentage Act van 2002 door een voorafgaandelijke rechterlijke beslissing.

In California is zelfs commercieel draagmoederschap mogelijk, maar daar bestaat volgens Wijnants in België of Europa geen draagvlak voor. Maar voor Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) sluit een verbod op commercieel draagmoederschap niet uit dat de onkosten en het inkomensverlies van de draagmoeder vergoed worden en dat er een geschenk "binnen redelijke grenzen" gegeven kan worden voor de ongemakken die de zwangerschap meebrengt.