“En plots jeukt het overal”: redactrice Valérie werd luizenmoeder

Nina.be
Deze week is het week van de vrijwilliger. Elke dag van deze week maakt één van onze redacteurs zich nuttig door een vorm van vrijwilligerswerk uit te voeren. Redactrice Valérie bijt vandaag de spits af, en gaat aan de slag als luizenmoeder op de school van haar zoontjes.

Luizenmoeder, oversteekmoeder, groenevingermoeder, voorleesmoeder, knutselmoeder, reftermoeder, opvangmoeder, schoolreismoeder, schoolraad, schoolkoepel, oudercomité. Met enkele afleveringen van ‘De Luizenmoeder’ achter de kiezen weet ik inmiddels perfect hoe de hiërarchie van het vrijwilligerswerk er op de gemiddelde Vlaamse Kleuter- en Basisschool uitziet. Omdat ik zelf twee kleuterzonen heb, weet ik dan ook meteen waar ik mij deze week nuttig kan maken: dicht bij huis en helemaal onderaan de hiërarchische ladder. Ik word luizenmoeder.

“Of ik me misschien nuttig kan maken tijdens de komende luizencontrole?” Ik mail het haast verontschuldigend naar de juf van mijn oudste zoon. Vragen of je ergens mag komen helpen lijkt onverwacht een grotere stap dan ik eerst dacht. Wat als ze mij opdringerig vinden? Of ze gewoon geen pottenkijkers wensen in de klas? Het verlossende antwoord volgt gelukkig al snel: ik ben meer dan welkom om op twee momenten te komen helpen. Er woedt immers al een tijdje een heuse luizenplaag in de klas, die maar niet uitgeroeid lijkt te raken. De komende paar weken wordt de controle dus opgedreven, en wordt er om de andere dag ‘gekriebeld’ in de derde kleuterklas.

Kriebelen blijkt in dit geval vooral een lieve term te zijn voor iets wat in werkelijkheid allesbehalve een schattig taakje is: met de blote hand op zoek gaan naar luizen en neten in kleuterhaar. Voelt u het al kriebelen? Ik in ieder geval wel.

Ik neem mijn taak serieus, meet mezelf een hoge paardenstaart aan (just in case, je weet maar nooit welk beestje in mijn blonde lokken zijn toekomstige thuis ziet) en rep me op een voormiddag naar de school van mijn zoontjes. Daar word ik ontvangen door kriebeljuf Christine, die me meteen een flesje desinfecterende gel in de hand drukt “voor als je er eentje tegenkomt”. Dit is serious business.

We stappen samen de deur van de derde kleuterklas binnen, en worden enthousiast onthaald door een gezellige bende vijfjarigen. “Alexander, je mama is hier!!!” wordt er vrolijk gegild, terwijl zoonlief een beetje verlegen heen en weer schuifelt. Trots dat z’n mama ook eens in de klas is, maar ook een beetje ongemakkelijk, want dit is duidelijk niet de gewone gang van zaken. Wat wél doodgewoon blijkt voor de kleuters, is de kriebelcontrole zelf. Op deze school wordt duidelijk veel aandacht besteed aan het luizenprobleem, en de kleuters weten dan ook precies wat er van hen verwacht wordt tijdens een controle. Christine en ik zetten ons aan een tafeltje in de klas, terwijl rondom ons de schooldag z’n gewone gangetje gaat. Eén voor één roepen we de kleuters bij ons, en gaan we aan het werk. Staartjes worden losgemaakt, vlechtjes ontward en we buigen ons een beetje dichter over de kruintjes van de kleuters. Die laten zich het gekriebel welgevallen en heel even lijkt het nog gezellig te worden ook. Tot ik plots vanuit een ooghoek iets zie wegschieten tussen een bos blonde haartjes. “Was dat…?!”, vraag ik verbouwereerd aan Christine, terwijl het plots spontaan overal begint te jeuken. Met een blik op haar papier bevestigt de kriebeljuf mijn vermoeden. Bij het kindje in kwestie werden de vorige controle al neten gespot. Wanneer deze niet afdoende behandeld worden, is het dan ook geen wonder dat er binnen de kortste keren een hoop kriebelbeestjes een luizenleventje leiden op een kinderhoofdje. “Het is belangrijk om niet alleen te wassen met luizenshampoo”, geeft Christine me nog mee, “maar ook om zeker alle neten te verwijderen. Want wanneer deze achterblijven, blijft de luizenplaag gewoon verdergaan en zit het kind binnenkort opnieuw met de handen het haar.”

Dat blijkt meteen ook op de tweede dag dat ik in het klasje langsga. Ondanks de verwoede pogingen van de school om het probleem onder controle te krijgen blijven de beestjes vrolijk de kop opsteken. “De eindverantwoordelijkheid ligt natuurlijk bij de ouders”, zegt kleuterjuf Ellen daarover. “Wij kunnen blijven signaleren dat er luizen of neten gevonden werden in het haar van het kind, maar wanneer er thuis niet of verkeerd behandeld wordt, staan wij ook met de rug tegen de muur.” Jammer, en behoorlijk demotiverend lijkt me dat, zeker wanneer ik zie hoeveel tijd en moeite er vanuit de school wordt geïnvesteerd in de kriebelcontroles. Wanneer mijn taak als vrijwilliger ad interim er na twee beurten opzit, besluit ik dat ik in de toekomst best wel luizenmoeder wil blijven. Oversteekmoeder lijkt me namelijk net iets té veel verantwoordelijkheid, en groene vingers heb ik toch nooit gehad. 




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.