Exclusief voor abonnees

Ankes column: Kleinkinderen

Nina 483_ column
Brit Guns Nina 483_ column
Hoe hou je een huishouden, een relatie en me-time overeind? Het leven zoals het is als je veertiger bent: journaliste Anke vertelt.

“Ik wil later geen kinderen.” Een droge dienstmededeling van oudste zoon op zondagochtend. De avond
ervoor was er een koppel met kleine kindjes op bezoek: het huis staat te dansen, de speelhoek is één ravage, alsof er een hele kleuterklas een week in onze living gekampeerd heeft. Ik herinner zoon aan het feit dat hij ook ooit een broekventje was, die evenveel rommel maakte met zijn vriendjes. Maar dan klinkt het vastberaden: “Ik wil er gewoon geen. Nooit.” Waarna ik in stilte verder de Playmobil sorteer, denkend: hoezó, hij wil geen kinderen?

“Wilde jij al kinderen op je vijftiende soms?”, lacht man daarna in de keuken terecht mijn gejammer weg. Natuurlijk niet. Ik was lang niet gek op kinderen. Als twaalfjarige ging ik weleens in de kleuterklas van mijn mama langs: ik kon er niet snel genoeg weer weg zijn. Snottebellen. Vuile nagelrandjes. De stank van een accidentje in de broek. Ging ik bij de buren babysitten, dan kon ik alleen maar hopen dat die kinderen al zelf de wc-rol konden hanteren. Ik hoopte dat ze niet met mij wilden spelen, ik hoopte vooral dat ze geruisloos naar bed gingen. En ook dat er paprikachips in huis waren en een film met Brad Pitt op tv.

Ik was niet zo’n meisje dat elke baby wilde vasthouden. Ik halveerde regenwormen in de tuin, liep geschaafde knieën en blauwe plekken op en speelde meer met een voetbal dan met poppen. Behalve met Barbie dan. Die had in mijn speelkamer stomende affaires met ene Ken, maar daar kwamen gelukkig geen kindjes van.

Ook later stonden kinderen niet meteen op het verlanglijstje. Ik zou afstuderen, een jaar in het buitenland stage doen en correspondent worden in het Midden-Oosten. Dat was het plan. Maar het leven valt niet te plannen en dromen laten zich aanpassen. Aan een mama die opnieuw ziek werd, en voor wie ik liever in het land bleef. Aan een eerste baantje bij de krant, dat beter meeviel dan verwacht. Aan een mooie jongen die een blijver bleek. Iemand bij wie ik na enkele maanden al voelde: met hem wil ik kinderen.

Man en ik hebben er uiteindelijk even op moeten wachten: het lukte niet meteen met zijn zaad en mijn eitjes, maar we vonden al dat oefenen ook helemaal prima. En zo zie je maar: zelfs iemand die niet in de wieg gelegd leek voor het moederschap, is vandaag doodgraag, en drie keer, mama.

Toch blijft de uitspraak van zoon me die dag bezighouden. Wat als die andere twee ook zo redeneren? Ik ken er: koppels met meerdere kinderen die alsnog kleinkinderloos blijven. Omdat de ene doctoreerde en de andere niet tijdig van de straat raakte. Misschien kiest je kind bewust voor een leven zonder, is hij liever wereldreiziger of eeuwig feestvarken. En natuurlijk heb je daar niks aan te zeggen. Het mag al egoïstisch zijn om kinderen te zien als middel tegen eenzaamheid, nog erger is het om te verwachten dat die kinderen zich gaan voortplanten, zodat jij de hippe oma of gezellige bompa kan spelen. Zo werkt het niet.

Ook de levens van onze jongens zullen zich niet laten plannen, ook hun dromen zullen zich aanpassen. Aan jobs, aan passies, aan buitenkansen, aan vreugde en verdriet, aan bochten en kronkels op hun pad, aan eerste en eeuwige liefdes.

“Toch hoop ik later kleinkinderen te hebben”, fluister ik vlak voor het slapengaan tegen man. “Maak je maar geen zorgen. De jongens moeten nog ontdekken hoe plezánt het is om kindjes te maken”, zegt hij, terwijl hij dichterbij kruipt tussen de lakens.

ANKE MICHIELS (43) SCHRIJFT VOOR NINA, IS GETROUWD EN HEEFT DRIE ZONEN VAN VIJFTIEN, DERTIEN EN ZES JAAR. REAGEREN? ANKE@NINA.BE




Reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.