Exclusief voor abonnees

Elise Mertens knokt zich naar de wereldtop

‘Elk uur, elke dag, maak ik mezelf beter’

Tine Claerhout
Wát een jaar heeft tennisster Elise Mertens (22) achter de rug. De Limburgse sloeg zich naar de wereldtop en plant er volgend seizoen – na een korte vakantie waar ze momenteel van geniet – opnieuw een lap op te geven. Het is haar meisjesdroom die werkelijkheid wordt. “Dit is wat ik al mijn hele leven wil.”

Elise Mertens is op-en-top een sportvrouw – je kent haar toch vooral van haar tennistenue of joggingpak. Maar steek haar elegante 1,79 meter en die mooie gespierde benen in een paar trendy outfits en er staat pure fashion op het tennisveld. “Zoveel glamour: het is eens wat anders”, klinkt het ietwat verlegen. De dag na onze fotoshoot vertrekt Elise naar Azië voor een reeks toernooien. De afsluiter van een wonderbaarlijk jaar: ze klom op tot de dertiende plaats van de WTA-ranglijst (bij het ter perse gaan, red.) en ook in het dubbelspel bereikt ze met haar team de dertiende plek. Elise is overigens het meisje uit de top honderd van de wereld met het hóógste aantal wedstrijden op zak. Chapeau.Een lang seizoen dus, waardoor de vermoeidheid al eens in de weg van de overwinning zit en ook een lichte armblessure haar parten speelt. “Een match verliezen is niet het einde van de wereld. Als ik alles gegeven heb, kan ik mezelf niets verwijten”, zegt Elise, die intussen aan een korte vakantie toe is. We kondigen aan dat we het in ons interview niet de hele tijd over tennis zullen hebben. “Dat mag ook weleens”, lacht ze.

Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.

Dat poseren gaat je goed af, Elise.

“Het is de eerste keer dat ik zoveel verschillende outfits aan moet voor een reportage. En het zijn voor één keer géén typische sportkleren. Heel leuk.” 

Zit er veel meisjesmeisje in jou?

“Goh. Niet wat mode betreft alleszins. Ik word gesponsord door Lotto, en ik krijg zes tot zeven collecties per jaar. Naast het tennis heb ik weinig vrije tijd en zal ik me zelden opkleden of hakken dragen. Ik ben daar weinig mee bezig. Mijn kleerkast met sportkledij is dertig keer zo groot als mijn gewone kast. Want als ik na een training thuiskom, trek ik weer een jogging aan. (haalt schouders op) Ook make-up en haar zijn niet mijn grootste zorg. Ik ga meer voor de naturelle look. Een beetje mascara hoogstens. Uren voor de spiegel? Dat is niks voor mij.”

Je hebt een aangeboren elegantie, dat wel.

“Dank je wel. (lachje) Pas op, ik ga ook weleens naar de kapper, hè. Maar dat doe ik dan het liefst ergens op een toernooi. Ja, daar zijn soms kappers aanwezig. Lekker handig. En soms laat ik ook mijn nagels doen. Dat zie ik dan als ontspanning.”

Waarom ben je ooit met tennis gestart?

“Omdat ik geen andere keuze had. (lacht) Mijn zus Lauren is zes jaar ouder, zij speelde tennis en mama reed altijd met haar naar trainingen. Ik was vier en moest dus mee. Na een tijdje begon ik dan ook maar met een balletje tegen de muur te slaan. Daarna volgde een eerste tennisles. Zo ben ik daarin gerold.”

En dan blijk je dus Groot Talent te hebben.

“Ja, men heeft toen duidelijk iets in mij gezien. Ik deed het zo graag – nog altijd trouwens – en speelde als klein meisje al met hart en ziel. Op mijn negende ben ik bij Tennis Vlaanderen op internaat gegaan in Hasselt. In het eerste jaar middelbaar onderwijs ging ik naar de topsportschool in Antwerpen en op mijn vijftiende heb ik een jaar in Parijs getraind. Dat maakt dat ik heel zelfstandig opgegroeid ben.”

En nooit eens heimwee gehad naar huis?

“Niet echt. Ik had een gsm waarmee ik naar huis kon bellen wanneer ik dat wilde. Ik had bovendien vriendinnetjes op internaat, dus ik voelde me niet alleen. Op een bepaald moment was de combinatie school en trainingen te moeilijk. Ik miste een heel aantal lessen zoals turnen, godsdienst en bijvakken. Vanaf het tweede jaar middelbaar onderwijs ging ik steeds minder en was het niet makkelijk om klasnotities bij te houden en daarna examens af te leggen. Mijn mama besliste dat het beter was om me thuisonderwijs te geven. Mijn leven draaide toen al rond tennis. Ik ben mijn ouders heel dankbaar voor hun steun: dat heb je nodig om te groeien in die sport. Het is zo’n beetje ‘nu of nooit’. Als je er op jonge leeftijd niet je prioriteit nummer een van maakt, kom je er niet.”

Tine Claerhout

Net die overgave heeft je doen pieken dit jaar. Hoe kijk je daar zelf op terug?

“Ik ben heel blij en fier. Maar ik ben nog altijd dezelfde persoon, hoor. Het is niet dat het succes naar mijn hoofd gaat stijgen.”

Je gaat niet naast je tennisschoenen lopen?

“Dat is inderdaad niet aan de orde. Dat zou zowel naast als op het terrein geen positieve indruk geven. (denkt na) Ik heb dat zo meegekregen van mijn ouders: mijn mama en papa zijn twee heel nuchtere mensen. Want natuurlijk verdien je in zo’n jaar wel wat centen. Maar geld is maar geld, hè. Daar draait het allemaal niet om. Ik hou ook niet van luxe of van exuberante dingen. Ik vind dat alles gewoon moet blijven zoals het is.”

Akkoord. Maar jezelf eens belonen mag wel, toch?

“Ik ga niet zomaar een horloge van honderden euro’s of een nieuwe auto kopen. Dat zijn voor mij onnodige zaken.”

Een Chanelhandtas? Ik zeg maar wat.

(lacht) “Absoluut niet. Ik wéét hoe hard ik gewerkt heb om hier te raken. Om dat geld dan uit te geven aan van die prullen – met alle respect voor Chanel, hoor – nee, bedankt.”

Hoe ziet je gemiddelde werkdag eruit?

“Elke dag, van maandag tot vrijdag, begint om halfnegen, met een conditietraining tot halfelf. Gevolgd door tennis tot twaalf uur. Van één tot drie is er opnieuw tennis en daarna weer conditie. Ik ben pas thuis na zes uur ’s avonds. Als ik dan thuis ben, is het makkelijk om me te ontspannen. Maar op toernooien zit je ’s avonds in een hotelkamer, is er vaak een tijdsverschil met het thuisfront en kan je niemand bereiken. Ach, dat hoort er allemaal bij.”

Hoe ga je om met verlies?

“Daar moet je tegen kunnen. Nederlagen maken je sterker. Belangrijk is om niet negatief te worden en om in jezelf te blijven geloven. Soms is dat best even moeilijk – dat zullen andere atleten vast herkennen. Vroeger, toen ik klein was, had ik daar echt heel veel last van.”

Als in: rackets kapotslaan?

“Nee, dat niet. Maar ik ging fel wenen, zo van ‘laat me met rust’. (lachje) Dat duurde een dag of langer. Ik geloofde altijd dat ik meer of beter kon, en als dat eens niet lukte, kwam dan de grote emotie. Door de jaren ben ik die klik beter gaan maken. In de sportwereld moet je snel volwassen worden. Als ik nu een match verlies, zeg ik nog altijd: ‘Laat me maar gewoon even met rust.’ Maar dat duurt geen dag meer. Ik ken mijn werkpunten en weet waar ik naartoe moet.”

Tine Claerhout

Je staat onder veel druk.

“Ik gaf mezelf vooral veel druk mee. In de categorie onder de achttien jaar ben ik zevende geëindigd. Maar daarna – bij de profs – begin je weer helemaal onderaan. Als ik het hier niet haal, is het gedaan. Dit jaar heb ik het goed gedaan, waardoor ik een titel te verdedigen heb, en dat geeft uiteraard extra stress. Maar elke week is er weer een ander toernooi om je te bewijzen.”

Heb je eigenlijk een bijgeloof?

“Ik heb altijd deze ketting aan (toont hangertje): dit zijn mijn oma en opa. Dat doe ik altijd aan, zo zijn ze bij me. Ze zijn overleden toen ik negen en twaalf was maar ik heb tal van warme herinneringen aan hen.”

Je mama reist bijna altijd met je mee: heb je haar nodig?

“Ik denk van wel. Toen ik minderjarig was, ging ze sowieso mee. We hadden in die tijd geen financiële ondersteuning, ook niet van de tennisfederatie. We moesten alles zelf bekostigen. Hotelkamers, eten, vluchten, zonder de zekerheid dat ik ooit ‘iemand’ zou worden in de tenniswereld, hè. Mijn ouders hebben zwaar geïnvesteerd in me en ik ben superblij dat ik nu kan bevestigen. Net daarom doe ik zelf dus ook geen zotte kosten. Volgens mij is dat ook de enige juiste manier van leven. Ik vind het fijn dat mijn mama nu nog altijd met me meereist. Zij heeft me al op mijn moeilijkste momenten gekend, maar ook op mijn beste. Als ouder is het leuk om die unieke ervaringen van je kind van zo dichtbij mee te maken. Omgekeerd: tennis is al zo individueel. Het doet deugd te weten dat er iemand in het publiek zit die mij onvoorwaardelijk steunt. Op dat veld staan en één blik krijgen van iemand die van je houdt? Dat volstaat.”

Je zus koos een heel ander vak: ze is piloot.

“Ze werkt inderdaad als piloot bij KLM. We zien elkaar heel weinig, soms twee tot drie maanden niet, maar ik ben heel close met haar. We hebben bijna dagelijks contact via de telefoon. Volgend jaar gaat ze trouwen en ze heeft speciaal een datum uitgekozen waarop ik er zeker bij kan zijn. Ik zou haar huwelijk voor geen geld van de wereld
willen missen. Ja, ik zou er zelfs een toernooi voor opgegeven hebben.”

Tennist je zus nog altijd?

“Nee, ze is lang geleden gestopt. Toen ze nog klein was, wist ze al dat ze piloot wilde worden, net zoals ik al wist dat ik wilde tennissen. Het is best grappig dat wij allebei zó jong al zó vastberaden waren. Trouwens, als we samen gingen tennissen vroeger, was dat niet altijd even plezierig. We wilden allebei winnen en na een halfuur moesten we meestal stoppen: zussenruzie. Ik kon toen nog niet zo goed tegen mijn verlies, zeg maar.” (lacht)

Zelf woon je nog bij je ouders?

“Met gemiddeld 25 tot 30 toernooien ben ik zo’n 35 weken per jaar weg. Waarom zou ik alleen gaan wonen? Bovendien hebben we veel dieren, waaronder ook vier honden: een Zwitserse herder, een Tervuerense, een groenendaeler en een Schotse collie, zoals Lassie. Zodra ik kan, ga ik ermee wandelen. Verder hebben we nog vissen, fazanten, kippen, vogeltjes en twee schildpadden. Die laatste twee heb ik aan mijn papa te danken. Hij zei vijf jaar geleden: ‘Als je dat toernooi wint, krijg je schildpadden.’ En zo geschiedde: ik won. Schildpadden kunnen honderd jaar oud worden. Mijn kinderen zullen er dus nog voor mogen zorgen ooit. (lacht) Ook mijn droomhond, de Schotse collie, kreeg ik als beloning voor een toernooi. Hij heet ‘Beau’ en is een geadopteerde hond. Ik heb hem op het internet gevonden en hij is overgevlogen uit Griekenland.”

Staan er nog dieren op je verlanglijstje?

“Nee, nu is het wel even oké, denk ik.” (lacht)

Heb jij tijd voor een sociaal leven?

“Een beetje, in het weekend. Maar het mag dan nooit laat worden, want ik heb mijn rust echt wel nodig. Om halfelf gemiddeld wil ik mijn bed in. Ik heb een kliekje van zes vriendinnen met wie ik graag afspreek. Maar alcohol? Eentje misschien. Uitzonderlijk. Ik heb daar niet echt behoefte aan.”

En is er tijd voor de liefde, Elise?

“Hier wil ik liever niet te diep op ingaan. Een relatie is tamelijk moeilijk. Ik moet me op zoveel dingen focussen. En het moet liefst ook weer iemand zijn die begrijpt dat ik zoveel weg ben.”

Ik ging net zeggen: zo’n jongen moet jou vooral vaak uitzwaaien.

“Absoluut. Ik verwacht dus veel begrip van iemand. Want ik hoop dit nog zeker tien jaar of meer te doen. Mijn sport en al wat erbij komt kijken, is gewoon een moeilijke factor. En niet iedereen kan daarmee om, dus ik denk ...”

... dat tennis je grote liefde is?

“Zo is het, ja. Een partner moet dat écht … wíllen begrijpen. Niet iedereen kan of wil zomaar met je meereizen, hè. In het tennis zie je trouwens vaker vrouwen van tennissers meereizen dan mannen van speelsters.”

Als je mag kiezen: graag een sportieve man?

“Ja, dat zit er toch fel in. Ik vind dat uiteraard belangrijk omdat ik zelf zoveel sport. Dat hoeft niet tot het uiterste te zijn, hij hoeft niet elke dag te trainen zoals ik. Maar toch. Toch vaak genoeg.” (lacht)

Valt er in die tenniswereld zelf niks te rapen?

“Niet zo. Je komt ook altijd dezelfde mensen tegen. Veel toernooien zijn trouwens voor mannen en vrouwen apart. Alleen de grand slams zijn gemengd. Ach, ik heb nog tijd zat. Op Facebook en Instagram krijg ik weleens rare berichten van mannen of jongens die iets willen gaan drinken met me, terwijl ik hen totaal niet ken. Dat vind ik altijd een beetje bizar.”

Iets anders: mag jij eigenlijk alles eten?

“Tijdens toernooien staan er vooral veel koolhydraten en elke dag pasta op het menu. Ik kan je zeggen: als je daarna thuiskomt, komt de pasta je de oren uit. Ik eet verder altijd gezond – havermout, muesli, yoghurt, weinig suiker, veel proteïnen – en niet te vettig. Mijn guilty pleasure? Ik lust graag frietjes van België, echt van de frituur. Dat vind je nergens anders ter wereld. Ik eet ze soms, niet vaak.”

Wegens de weegschaal?

“Toch wel. Je moet als tennisster snel naar links en rechts kunnen lopen: hoe zwaarder je bent, hoe minder snel je in de hoeken van dat veld komt. Daarom kan ik beter geen kilo’s bijkomen en train ik hard op spierkracht.”

Tine Claerhout

Dat levert je mooie benen op.

“Dat is inderdaad mooi meegenomen. En al zeker omdat we altijd in rokjes spelen.” (lachje)

Maak je, buiten je teamgenoten, vriendinnen in de tenniswereld?

“Er is toch wel wat concurrentie, al hangt er geen negatieve spanning in de lucht. Meestal beperken de gesprekken met andere meisjes in het hotel zich tot: ‘Hallo, alles goed?’ Verder is iedereen vooral bezig met zijn of haar eigen team. In hotels zie je per tafel een land zitten: dat is normaal.”

Wat is het mooiste aan tennis?

“Je kan je elke dag verbeteren. Elk uur, elke training kan je jezelf beter maken. Ofwel technisch of tactisch, fysiek of mentaal. En voor mij persoonlijk: tennissen op dit niveau? Dit is wat ik altijd al wilde. Ik ben een meisjesdroom aan het waarmaken.”

Wat zijn de minder mooie puntjes?

“De vele uren in het vliegtuig. Het feit dat je je privéleven naar de achtergrond verschuift. En dat je amper vrije tijd hebt. De tenniswereld is als een soort bubbel, waardoor je jezelf vaak tegenkomt en je jezelf dus ook heel goed kent.”

Vertel.

“Wel, ik ben iemand die het heel graag wil. Die heel gemotiveerd is en heel hard werkt. Ik blijf niet graag op dezelfde plaats staan. Ik wil altijd beter en beter. Ik ben 24 uur per dag bezig met mijn sport. Dat er ook nog iets buiten tennis is? Ik weet dat wel, maar voor mij is het moeilijk om me op iets anders te focussen. Soms moet iemand tegen mij zeggen: ‘Elise neem nu eens wat rust.’ Van mezelf zal het niet komen. Ik heb geen geduld en wil iets bereiken. Dat ongeduld heb ik ook in het gewone leven. Zit ik in een restaurant en komt het eten niet meteen, dan begin ik op mijn stoel te draaien: waar blijft dat eten nu?” (lacht)

Krijgt iemand jou boos?

“Niet snel. Ik kan zeer goed relativeren. Ik denk dat ik dat in mijn carrière ook best goed kan gebruiken. Als ik al eens op iemand boos ben, is het op mezelf. Maar ook dat mag nooit te lang duren.”

Als je eens niet aan het trainen bent …

“Wat niet vaak gebeurt. Maar op zondag bijvoorbeeld ben ik graag gewoon thuis. Net omdat ik zelden thuis ben, snap je? Wat in de zetel liggen. Een taart bakken. Een kruiswoordraadsel oplossen. Gaan bowlen met vriendinnen. Heel rustige, eenvoudige dingen. Ik kijk ook graag naar ‘Thuis’. Als ik thuis ben, doe ik dat samen met mijn ouders. In het buitenland volg ik het online.”

Kijk eens in de toekomst voor me.

“Ik hoop op een hele mooie toekomst in het tennis, maar dat blijft natuurlijk onzeker. Je kan blessures krijgen, of pech hebben. Op persoonlijk vlak zou ik na mijn tenniscarrière in principe nog mijn diploma moeten behalen via de middenjury. Maar eerlijk gezegd, is dat echt nodig? Al die reizen, al die ervaringen op en naast het veld: dat is de school van het leven. Bovendien ben ik zeer vlot drietalig. Dat lijkt me toch ook veel waard.”

Plan je, na je korte vakantie, iets minder hooi op je vork te nemen?

“Ik ga mijn schema binnenkort vastleggen, in overleg met mijn team. Maar ik ga volgend jaar sowieso minder toernooien spelen, en ook toernooien van een hogere categorie. Het aantal matchen zal sowieso iets lager liggen.” 

Ten slotte: wat maakt jou gelukkig?

“Het feit dat alle mensen met wie ik heel close ben, me ten volle begrijpen. Me honderd procent steunen ook. En telkens blij zijn als ze me terugzien. Mijn honden maken me ook gelukkig: hen mis ik het meest van al, als ik lang in het buitenland zit. En mijn zus – en het feit dat ze gaat trouwen met Bart – maakt me gelukkig. Wat me eraan doet denken: ik moet dringend gaan shoppen voor een outfit voor het huwelijksfeest.” (lacht) 

Probeer ook wat te rusten. Bedankt, Elise.




Reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.