Columniste Femke ergert zich dood aan winterkleren: “Daar sta ik dan met een halve kleerkast tussen de riem van mijn sjakosj”

Nieuwe column

NINA
Femke is 32 en een rasecht, ongefilterd Kempenkind. Ze is getrouwd met Mathias, die ze ontmoette op het dak van haar moeder - lang verhaal - en mama van Amedee, een rock ‘n roll kleuter van anderhalf. Ze verkoopt bier om de kost te verdienen, waarmee ze vooral het eten van haar (pleeg)katten en konijnen betaalt. Om van de vogels, kippen en vissen nog maar te zwijgen. Ze is een 40's & 50's lover (hallo, opvallende lippenstift), is zot van eten en nog zotter van mooie woorden. Op NINA.be schrijft ze iedere week haar gedachten van zich af.

Ik hou wel van de winter. Enfin, toch zo ongeveer.

Ik hou van kaarsjes en dekentjes en kaassaus en kerstfilms. En ook van sneeuw en ijs, respectievelijk achter en in een glas. Maar er is één ding waar ik mij in de winter mateloos aan erger en dat zijn kleren.

Niks is zo gemakkelijk als de zomer, toch? Kleedje aan en hup, vertrokken. Maar in de winter trekken we omdat het moet laag na laag na laag na laag aan... Verschrikkelijk. En ik ben dan ook nog eens zo’n koukikker die bij temperaturen van minder dan twee cijfers al meteen een hoop extra stof nodig heeft. Ik draai duizend machines meer dan in de zomer omdat ik elke dag vier keer zoveel kleren aanheb.

En al die lagen stroken ook nooit met het decor. Want als je naar buiten moet dan trek je een T-shirt aan en een sous pull en een trui en een broek en sokken en sokken - ja, ik ben diegene met twee paar sokken. Always. En dan nog een jas en een muts en een sjaal. En dan begint de miserie. Want dan stapt ge in de auto met uw 27 lagen en van zodra uw gat de zetel raakt lijkt het alsof uw airbag is afgegaan. Die jas zit tot onder uw kin, ge krijgt uw gordel niet vast want uw mouwen zitten in de weg, uw muts wordt omhoog geduwd door uw sjaal die op zijn beurt omhoog wordt geduwd door uw jas. Ge ziet geen steek omdat uw haar vol statische elektriciteit zit en als een soort bruine suikerspin rond uw kop plakt. Uw handen vriezen intussen vast aan uw stuur, want als ge wanten aandoet kunt ge alleen maar rechtdoor rijden omdat bocht onbegonnen werk zijn wegens “geen grip”.

Enfin.

Ge komt dan uiteindelijk aan op uw bestemming en hebt het ondertussen gezellig warm in uw stoffen coconnetje. Maar ‘t is winter, dus overal staat de chauffage op honderd graden. In no time begint ge te zweten als een otter en moet ge uzelf ontdoen van al die lagen. Ge staat uzelf daar dan te pellen als een ajuintje, en aangezien ze nog altijd geen kledingrek in handtasformaat hebben uitgevonden, sta je daar dan, aan de traagste kassa van allemaal, met uw halve kleerkast tussen de lits van uw sjakos. Terwijl ge even vloeibaar wordt in uw thermisch onderlijfje als die gekke bakboter van tegenwoordig die eigenlijk helemaal geen boter is, maar gewoon vloeibaar vet. Mocht die warmte op mijn vet hetzelfde effect hebben, zou ik trouwens wél met plezier die 27 lagen kleren aanhouden aan de kassa, tot m’n lovehandles vanzelf tot in m’n sokken lopen.

En nog zo’n winterse topper is De Pyjama. Ik hou in’t algemeen niet van pyjama’s. Ik sliep tot voor kort het liefst van al gewoon in m’n bloot vel, lekker vrij en al, en ik voelde mij dan ook altijd een beetje cool of zo, als naaktslaper. Niet dat er veel publiek was om mij cool te vinden, buiten m’n echtgenoot die gewoon zijn eigen blote kont tegen de mijne duwde -wij doen niet aan spoonen- en onze kat die al lang blij was dat ze ‘s nachts haar eigen pels wel mocht aanhouden. Tot een wijze vriendin mij erop wees dat dat gewoon niet zo properkes is eigenlijk, dat ge wel elke dag een propere onderbroek aantrekt, maar dat ge dan wel met uw bloot gat tussen uw lakens rolt. Dus sindsdien draag ik wel kleren ‘s nachts. Enkel het hoogstnoodzakelijke, maar in de winter volstaat een enkele onderbroek niet voor een koukleum, en dus moet ik een pyjama aan.

En pyjama’s zijn de meest tegendraadse kledingstukken in een kleerkast, want die doen gewoon altijd hun eigen goesting. Pyjama’s zijn namelijk de stukken die - wanneer gij uzelf 180 graden naar de perfecte slaappositie draait - zeggen: “Awel nee, ik lig hier eigenlijk best goed.” En bijgevolg gewoon blijven liggen waar ze lagen, terwijl gij als een rups in die stof gedraaid zit. Dat puberale gedrag van die pyjama’s zorgt er dus voor dat ge elke nacht zo’n keer of 5 wakker wordt met een koude rug/een slapend been/een dooie flamoes waar geen bloed meer door stroomt omdat gij 10 centimeter naar beneden gekropen bent in bed, maar uw pyjama weigerde om te volgen.

En dat is waarom ik in de winter m’n wekker 20 minuten vroeger zet. Niet om beter uit m’n bed te geraken, maar in de eerste plaats uit m’n pyjama.




13 reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Liesbeth Van Doninck

    Top Femke !ik kijk uit naar je volgende column en alles is relatief he?Door de gure wind en regen met de fiets met een aangedampt brilleke bvb

  • Wannes Vandevelde

    Toffe, grappige column, ook al is maar de helft herkenbaar. Wel helemaal eens met Paul Keulemans.

  • Rachel Cousse

    Knap geschreven, ik heb zeer genoten van dit zalig stukje tekst, zo echt, zo menselijk. Nog van da ;-)

  • Evelien Dobbelaere

    Prachtig geschreven! Voor pyjama probleem: een onesie met voetjes?

  • Karel Dierckx

    Tenzij die pyjama zo'n thermisch geval voor bergbeklimmers en poolreizigers is zal die weinig verschil maken. En je slaapt gewoon beter in een koude kamer onder een warme deken. Laat die pyjama dus maar zijn en koop een warmer dekbed als je niet tegen de kou kan.