Exclusief voor abonnees

Zij doen hun ‘dirty job’ met hart en ziel: “Ik ben al eens voor telefoonprosituee uitgescholden”

Slager Ingrid Vanbosch.
Joel Hoylaerts Slager Ingrid Vanbosch.
Je dagen vullen met het slachten van dieren, het behandelen van callcentertelefoontjes of het poetsen van mobiele toiletten, daar staat niemand echt voor te springen. Behalve deze mensen. Zij praten vol passie over hun ‘dirty job’.

Ingrid Vanbosch (52) is slager. Ze is getrouwd en heeft meer dan 35 jaar ervaring

“Mijn vader heeft altijd zelf koeien geslacht op de boerderij van mijn grootouders. Als twaalfjarig meisje stond ik na school al mee vleespakketten te maken tot ’s nachts. Ik ben dus echt opgegroeid tussen het vlees. Twee jaar later trok ik al naar het PIVA om voor slager te studeren. In de klas was ik het enige meisje. In de beenhouwerij van de supermarkt, waar ik na mijn opleiding aan de slag kon, heb ik mijn man leren kennen. Ondertussen hebben we al dertig jaar een eigen slagerij.”

“Mijn man en ik hebben nog lang zelf onze eigen runderen en kalveren geslacht. Dan ligt de kop van het kalfje, dat je de avond voordien in de wei gaan uitkiezen bent, de volgende dag naast je in een vleesbak. Is dat hartverscheurend? Dat maken mensen ervan. Zodra een dier geslacht is, is het een stuk vlees. Zolang mensen leven, eten ze al dieren. Dat is een levensnoodzaak. Begrijp me niet verkeerd, mijn man en ik zijn echte dierenvrienden. Soms klaagt de buurt over onze haan, maar ik wil hem in geen honderd jaar in de soeppot gooien. Dat is toch anders. Ik heb ook veel moeite met rituele slachtingen. Dat zorgt voor onnodig lijden.”

“Op onze sluitingsdag sta ik nog altijd zelf vlees uit te benen en charcuterie klaar te maken. Onlangs zag ik de melkboer grote ogen trekken toen hij me een koe uiteen zag halen. Iedereen schrikt daarvan. Het blijft ook eerder een mannenstiel. Als vrouw kan ik geen halve koe over mijn schouder gooien. Gelukkig kan je een koe ook makkelijk aan de haak versnijden.”

“Als je deze job niet met passie doet, dan hou je hem niet vol, want het is een harde stiel. Je moet kunnen afzien. Goed in je vel zitten. Flink eten. En je dik aankleden. Hamburgers rollen, dat doe je op nul graden. Je handen moeten dus goed tegen de kou kunnen. Ik heb geen vingers meer. Ik heb worstjes, zeg ik altijd. Er zijn dagen geweest dat ik ziek in de winkel stond. Of dat mijn man en ik pilletjes pakten, om wakker te blijven tijdens de feestdagen.”

Nooit op vakantie

“Maar als de mensen me in de winkel dan een lekker stuk vlees vragen, kan ik hen dat geven. Dat geeft mij voldoening. Daarom zijn we ook al jaren overgestapt op een natuurslagerij. Als de varkens vroeger aankwamen, moest er in de koeling een emmer onder om het water op te vangen. Dat vlees zat vol rommel.”

“Niet stoppen, zeggen de mensen, want waar moeten we dan naartoe? Dus we zullen maar voortdoen. Als je job je hobby is, dan ben je gelukkig. Laat de mensen maar voorbijfietsen terwijl ik worsten sta te draaien. Ik ben niet jaloers. Mijn man en ik gaan zelfs amper met vakantie. De winkel gaat wel dicht, maar wij nemen vakantie op onze hoeve. Bij onze hondjes en paarden. Dat is ons leven. Altijd tussen de dieren.”

Warm bad tegen de spierpijn

“Ik heb altijd gezegd: ik wil een zaak of kindjes. Als leermeisje, bij een slagerskoppel, heb ik vaak genoeg gezien hoe moeilijk dit te combineren valt. De ouders hadden nooit tijd om met de kinderen naar de speeltuin of een feestje op school te gaan. Ik heb geen spijt van mijn keuze, want dit is mijn leven. Als beenhouwer word je geboren. Dat is tegenwoordig nog weinig mensen gegeven.”

“Na elke werkdag neem ik een heet bad. Anders verrek ik van de spierpijn. Ik heb verkalking op mijn heupen en schouders. Slijtage. De kou werkt ook reuma en artrose in de hand. Veel beenhouwersvrouwen hebben van die rode wangen. Van de couperose. Dat probeer ik te vermijden door me goed te verzorgen. Slagersvrouw of niet, ik heb toch een zekere fierheid. We zijn geen manvrouwen, hè.”

(lees verder onder de foto)

Callcenteragent Nina Daniëls.
Joel Hoylaerts Callcenteragent Nina Daniëls.

Nina Daniëls (30) is callcenteragent. Ze woont samen en heeft 5 jaar ervaring

“Na mijn opleiding woordkunst en drama besefte ik snel dat daar geen toekomst in zat. We kunnen niet allemaal meespelen in ‘Familie’. In afwachting van mijn droomjob ben ik in een callcenter begonnen. Ik dacht: we zullen wel zien, ik doe het gewoon! Dit werk leek me ook een verademing na een verschrikkelijke interimjob in een wafelfabriek, waar ik soms acht uur per dag plastic bakjes moest klaarzetten. Zo afstompend en repetitief.”

“In het callcenter kostte het mij, met mijn vlotte babbel, geen enkele moeite om hele dagen rond te bellen. Om winkeliers en kleine zelfstandigen te vragen naar hun telefoniepakket. Bovendien waren de collega’s leuk. Drie jaar later veranderde de sfeer wel. In die periode werd er ontzettend veel geprospecteerd op mobiele telefonie. Dat begon mensen de keel uit te hangen. Elke dag uitgescholden worden aan de telefoon, dat was het mij niet waard. Ik ben er toen even mee gestopt. Na een zijsprongetje in de horeca werk ik sinds een half jaar toch opnieuw voor een callcenter. Deze job is me gewoon op het lijf geschreven.”

Slechte dag

“Wat voor mij de doorslag gaf, is dat het takenpakket bij Skondras heel gevarieerd is. We werken in opdracht van meerdere firma’s. De ene dag bellen we prospects op over een nieuw boekhoudpakket, de andere dag maken we afspraken voor verzekeringen of beursstanden. Tijdens het bellen bots je soms op heel bijzondere situaties.
Receptionistes die niet weten hoe ze de lijn in wacht kunnen zetten, en luidkeels schreeuwen: ‘Zeg, Gerard, weet je waar Els zit?’ Of een kleine die opneemt en zegt: ‘Papa zit op de wc.’ Sommige grapjassen proberen je weleens van de wijs te brengen door zichzelf uit te geven voor je contactpersoon.”

Telefoonprostituee

“Natuurlijk heb ik soms weleens mensen aan de lijn die een slechte dag hebben. Bouwvakkers die zeggen: ‘Madammeke, daar dient mijn telefoon niet voor.’ Bij mijn vorige werkgever slingerde een boze man ooit ‘telefoonprostituee’ naar mijn hoofd. Toen ben ik wel keihard in de lach geschoten. Dat was best origineel. Vrijdagnamiddag is het moeilijkste moment om te bellen. De mensen zitten al met hun hoofd in het weekend, of hebben een vrije dag. Ook woensdagnamiddag, als de kindjes thuis zijn, vang ik vaker bot.”

“Het vervelendst zijn mensen die de telefoon klakkeloos dichtgooien. Soms laten ze je amper je naam uitspreken. Bij Skondras hebben we een chillroom om na lastige telefoontjes even te ontstressen, maar meestal blaas ik gewoon even stoom af bij mijn collega’s. Als team leef je ook de hele dag met elkaar mee. Als ik hier ’s avonds de deur achter me dichttrek, dan is het ergste al gepasseerd.”

“Mensen zeggen me vaak: ‘Chapeau Nina, dat je deze job doet.’ In gedachten zien ze me al zitten in zo’n grote belzaal onderverdeeld in piepkleine telefoonhokjes. Onterecht, want we werken per team in aangename belruimtes. In ons bedrijf is er zelfs weinig verloop. Van callcenters die klantendiensten beheren, hoor ik andere verhalen. Mocht mijn job morgen verdwijnen, dan maak ik mijn lerarenopleiding misschien af. Als het al zover komt, want callcenter-agent is een knelpuntberoep. Overmorgen ben ik vast elders aan de slag.”

(lees verder onder de foto)

Hans Noyen onderhoudt mobiele toiletten.
Joel Hoylaerts Hans Noyen onderhoudt mobiele toiletten.

Hans Noyen (35) onderhoudt mobiele toiletten. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen. Hans heeft 10 jaar ervaring

Na onenigheid met mijn vorige baas heb ik zelf ontslag genomen als magazijnier bij een brouwerij. Ik moest dus snel een andere job vinden. Het verhuurbedrijf Liekens zocht een uitzendkracht als chauffeur industriële reiniging. Een aparte job, ik wilde het wel proberen. Het gaf me ook ademruimte om iets anders te zoeken. Ondertussen zijn we tien jaar later en loop ik hier nog altijd rond.”

“Ik onderhoud vooral mobiele toiletten op bouwwerven. Af en toe ook op kleinere festivals of evenementen. Op mijn dagelijkse route liggen zo’n zestig toiletten. Ik trek ze leeg, giet er een biologisch reinigingsmiddel in, spuit de cabine schoon met een hogedrukreiniger en hang nieuw toiletpapier op. Zo’n klusje duurt drie minuten. Soms bots je wel op aparte toiletgewoontes. Als het wc-papier op is, durven bouwvakkers weleens een T-shirt te gebruiken. Ooit zag ik ook vijftien vrouwenslipjes in een pot liggen.”

“Meestal worden de toiletten wekelijks gereinigd. Op een werf waar vier metselaars aan de slag zijn, is dat een
klein klusje. Op werven van grote bouwprojecten kom je wel iets anders tegen. Soms zijn de toiletten smeriger dan op een festival. Die knop moet je kunnen omdraaien. De hogedrukreiniger haalt het meeste vuil snel weg. En je draagt ook altijd rubberen handschoenen.”

Gezicht vol spetters

“Veel mensen halen hun neus op voor mijn job, maar dat ik héél vuil werk doe, is een groot misverstand. Als mijn kleren vuil zijn, dan is het meestal van wat slijk. Tenzij er een accidentje gebeurd is, natuurlijk. De grootste smeerboel? Dat was op de werf in Zaventem. Het toilet in de tunnel zat elke week vreselijk vol. Op een keer, tijdens het leegtrekken van het toilet, raakte de afvoerdarm verstopt. Net op het moment dat ik boven het toilet ging hangen, schoot er een papieren overall los door de buis. Door de overdruk spoot alle ontlasting in het rond. Mijn gezicht hing vol spetters. Dat zijn momenten waarop je denkt: wat sta ik hier in feite te doen?! Gelukkig hebben we altijd een andere trui en een ketel met water en zeep bij om ons helemaal op te frissen.”

Moeilijke start

“Toen ik pas aan de slag was, kon ik me er moeilijk overheen zetten dat ik hele dagen met kak bezig was. Maar na twee maanden begin je eraan te wennen en weet je hoe je spetters kan vermijden. Nu gebeurt het hooguit nog drie keer per jaar dat er drek op mijn arm belandt. Als beginner overkomen zulke dingen je haast wekelijks. Onder de nieuwe chauffeurs is er wel wat verloop, maar we hebben toch ook een grote kern van vaste medewerkers.”

“Er zijn heel wat fijne kanten aan de job. Ik heb veel bewegingsvrijheid, want ik beslis zelf hoe laat ik aan mijn werkdag begin en hoe ik mijn route afleg. En als de nood hoog is, heb ik altijd een proper toilet bij de hand.”

Wiskundeknobbel

“Als ik wat harder gestudeerd had, dan was ik nu misschien ingenieur geweest. In de humaniora walste ik met het allergrootste gemak door acht uur wiskunde-wetenschappen. Ik ben begonnen aan de opleiding burgerlijk ingenieur. Na een jaar ben ik overgestapt naar de richting industrieel ingenieur. Het was allemaal tevergeefs. Zelfs na drie jaar regentaat wiskunde, fysica en informatica had ik nog altijd geen diploma op zak. Gebrek aan discipline, heet dat.”

“Ik heb nog overwogen om mee te doen aan de middenjury, maar dat plan is van de baan. Mijn broer is industrieel ingenieur. Als ik zie met welke kopzorgen hij soms thuiskomt... Daar blijf ik mooi van gespaard. ’s Avonds kan ik me met mijn drie kindjes bezighouden. En bovendien verdien ik goed mijn boterham. Mijn liefde voor fysica kan ik trouwens helemaal kwijt in mijn vrije tijd, als vrijwillige brandweerman.”

Lees ook binnen HLN+:

Radiostemmen Linde Merckpoel, Heidi Van Tielen en Anke Buckinx luiden de ochtend in

Zes schoonmaakdilemma’s op een rij: moet je die vieze wc-borstel vervangen en hoe vaak verschoon je je lakens?

‘Van stress val je af’ en vijf andere misvattingen over vet




Reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.