Exclusief voor abonnees

De Belgische estafetteploeg loopt in de kijker: “Door zo intensief te sporten, verdwijnen je borsten helemaal. Gelukkig hebben we wel schone billen”

De Belgian Cheetahs (v.l.n.r. Margo Van Puyvelde, Camille Laus, Cynthia Bolingo, Hanne Claes)
Stephen Mattues De Belgian Cheetahs (v.l.n.r. Margo Van Puyvelde, Camille Laus, Cynthia Bolingo, Hanne Claes)
Ze zijn razendsnel, elegant en ze hebben hun prooi in zicht. De Belgian Cheetahs dromen hardop van een ticket voor de Olympische Spelen in 2020. Volgende maand zet de vrouwelijke estafetteploeg daarom de klauwen in een belangrijk kampioenschap in Japan. “Er is niks leuker dan ons samen vastbijten in één doel; een echte cheetah weet wat ze wil.”
Camille Laus.
Stephen Mattues Camille Laus.

Voor de volledigheid: de vrouwelijke estafetteploeg 4 x 400 meter telt méér dan vier atleten. Al poseert alleen het basisteam – Camille Laus (25), Margo Van Puyvelde (23), Hanne Claes (27) en Cynthia Bolingo (26) – voor ons in de Plantentuin van Meise. We zien vier hechte vriendinnen, vier mooie vrouwen, vier op-en-top sporters, die ook individueel sterke prestaties neerzetten. Half mei reizen de Belgian Cheetahs naar de belangrijke atletiekmeeting ‘World Relays’ in Japan, in oktober volgt dan het WK in Doha. Met een eerste vraag – “Wie koos de naam ‘Belgian Cheetahs?” – schiet ons interview uit de startblokken.

Camille: “Deze naam was de enige waarover we het allemaal eens waren. (lacht) Een jachtluipaard is het snelste dier ter wereld en we vinden het heel elegant.”

Margo: “We dachten eerst in het thema te blijven van de Belgian Tornados (het mannelijke estafetteteam, red.) en zochten een natuurelement. Maar blizzards of hurricanes klinkt zo euh … mannelijk.”

Cynthia: “De jachtluipaard is het dier dat ons het meest weerspiegelt – al klinkt dat pretentieus – omdat hij elegant is in zijn beweging, maar eenmaal zijn prooi in zicht, weet hij agressief toe te slaan. Hij weet wat hij wil.”

Hanne: “De Cheetahs zijn bovendien meer dan een leuke naam. We hebben in korte tijd veel bereikt. We komen allemaal goed overeen, er is een echte verbintenis – meteen ook de kracht van ons team.”

Is estafette een moeilijke discipline?

Camille: “Alles moet meezitten, iedereen moet in topvorm zijn. Je kan nog zo snel zijn: als je het stokje laat vallen, is alles verloren. We trainen daar uiteraard veel op. We trekken en duwen elkaar een beetje, omdat dat tijdens wedstrijden ook gebeurt, door andere teams.”

Margo: “Ik ben nog altijd zenuwachtig om het stokje aan te nemen: je moet op het juiste moment vertrekken, de juiste snelheid hebben, en dan dat stokje niet laten vallen. Maar het fijnst aan estafette is dat je niet alleen bent. Eenmaal over de finish vallen we elkaar in de armen.”

Wanneer vielen jullie voor atletiek?

Margo: “Ik rond mijn veertiende. Daarvoor ging ik van dans naar judo: een beetje van alles en niks. Ik wilde in het begin geen wedstrijden lopen. Ik bleek goed op de vierhonderd meter, maar ik miste motivatie. Twee jaar geleden maakte ik de klik: ik begon elke dag te trainen. Mijn prestaties schoten de lucht in.”

Cynthia: “Ik had als kind altijd veel energie. Met mijn neven speelde ik voetbal en basketbal. Alles wat te girly was, interesseerde me niet. Op mijn vijftiende startte ik met atletiek. Het was niet wat ik ervan verwacht had. Ik kwam vaker niet opdagen op trainingen dan wel. Mijn coach zei dat ik ver kon raken, maar ik geloofde er niet in. Hij spoorde me aan om het serieuzer te nemen. Ik begon regelmatiger te trainen, vertrok op stages, startte met wedstrijden, en al snel was ik bij de elite op nationaal niveau.”

En hopla: zilver op het EK in Glasgow dit jaar. Hoe voel je je daarbij?

Cynthia: “Als ik een individueel record breek, is dat dankzij al het werk dat ik erin gestoken heb. Er zijn seizoenen geweest waarin het moeilijk ging, maar ik heb doorgebeten. Dit jaar heb ik alles op alles gezet, ik heb zelfs mijn studies politieke wetenschappen aan de kant geschoven om me op mijn atletiek te concentreren. Dat heeft geloond.”

Waarom politieke wetenschappen?

Cynthia: “Goeie vraag, want politiek interesseert me niet zo. (lacht) Maar de inhoud van de lessen sprak me aan. Ik krijg enorm veel geschiedenis, en boeiende algemene vakken. Met dit diploma kan ik nog alle kanten uit, zoals in de richting van communicatie of journalistiek – wat me erg interesseert.”

Margo, jij combineert topsport dan weer met studies archeologie.

Margo: (knikt) “Ik was als kind al gefascineerd door Egypte en piramides en mummies. Het combineert wetenschap en cultuur en ik hou van die mix. Ik heb nu drie stages gedaan, ook in Italië. Voorwerpen opgraven in Romeinse grafvelden, sporen vinden van objecten die vergaan zijn. Met je handen in het zand, met de schop en de kruiwagen de ene keer, met een klein borsteltje de andere keer: ik vind het echt leuk. Ik heb sport en studies ook altijd goed kunnen combineren: tijdens de examens, als iedereen zat te blokken, trok ik mijn spikes aan voor een training. Dat verzette mijn gedachten.”

En jij, Hanne?

Hanne: “Tussen mij en atletiek was het meteen raak toen ik er op mijn vijftiende mee startte. Sinds januari ben ik – na een periode van blessures – weer voltijds profatleet en kan ik leven van mijn sport.”

Camille: “Ik won steevast alle crossen op school, en iemand merkte op dat ik best goed liep. En of atletiek niets voor mij was? Zo rolde ik op mijn vijftiende in jeugdkampioenschappen en al snel was ik op topsportniveau.
Ik zat op een gewone school, trainen deed ik voor en na de schooldag. Toen ik daarna naar de businessschool in
Brussel ging, legde ik zo de nadruk op mijn sport dat school me ging vervelen. Ik koos uiteindelijk voor avond-
onderwijs: zo kon ik overdag trainen en ’s avonds les volgen. Op die manier heb ik mijn diploma behaald.”

Jij werkt vandaag, naast je sportcarrière.

Camille: (knikt) “Sinds augustus 2016 werk ik voor vzw European Sports Academy (projecten voor topsporters, onder leiding van Jacques Borlée, red.). We doen tal van projecten en ik moet die mee coördineren.”

Is werken een absolute must?

Camille: “Hoe moet ik anders mijn hypotheek betalen? (lacht) Jammer genoeg heb ik als atlete geen contract. De Brussels-Waalse federatie heeft voor alle topsporters een beperkt aantal contracten. Eenmaal dat aantal bereikt is, is het op. Niks aan te doen. Ik ben de ‘nieuwste’ in het systeem en kom achteraan in de rij. Terwijl mijn prestaties er wel zíjn. De overheid beweert dat ze oplossingen zoekt. Tot die tijd blijf ik werken. Gelukkig doe ik mijn job graag.”

Cynthia: “Het is financieel niet makkelijk zonder profcontract. Je kan dan alleen hopen dat er een aantal sponsors rechtstaan, maar dat is niet evident. Natuurlijk beoefen je geen atletiek voor het grote geld, maar niets
verdienen is een beetje zot, toch? Het heeft wat tijd gekost, maar gelukkig heb ik sinds deze maand een profcontract.”

Margo: “Mijn ouders betalen deels nog en ik kan wat onkosten indienen dankzij mijn studentencontract, maar verder? Soms krijg je een beetje geld op een wedstrijd, of een klein bonusje van je club, maar dat zijn kleine bedragen.”

Hanne: “Wij trainen niet alleen veel uren, we moeten ons lichaam verzorgen, kine volgen en voldoende rusten. Toen ik een tijdlang zonder contract zat, combineerde ik atletiek met werk als personal trainer. Alles wat ik verdiende, gaf ik vervolgens uit aan stages. Ik ben toen een jaar terug bij mijn mama gaan wonen, omdat ik zelfs geen huur kon betalen.”

Je bent acht maanden gestopt met sporten door een blessure aan je achillespees. Wat deed je in die periode?

Hanne: “Toen ik door die kwetsuur de Olympische Spelen in Rio miste, was ik zo teleurgesteld dat ik gaan rondreizen ben. Van Midden-Amerika – Costa Rica, Nicaragua – naar Australië en Bali. Ik heb als kind zes jaar in Costa Rica gewoond. Mijn ouders werkten voor Vredeseilanden. In Costa Rica wonen nog veel vrienden.
Ik heb daarna stukken van de reis alleen afgelegd. En in Australië had ik afgesproken met mijn lief Max.”

Je lief is een Australiër?

Hanne: “Ja. Maar hij woont in Europa. We waren samen met twaalfduizend andere atleten op de Wereldspelen voor universitairen. We raakten aan de praat in de refter. Hij volleybalde bij het Australische nationale team en zou twee maanden later in België beginnen te spelen. Al snel kwam de vraag: ‘Wil jij me rondleiden in Leuven?’ (lacht) En van het een kwam het ander. Nu speelt hij in Tsjechië.”

Langeafstandsliefde dus.

Hanne: “Dat gaat best goed. We begrijpen elkaar. Ik ben ook vaak weg naar het buitenland, en ik ben net als hij veel bezig met mijn topsport. We sturen veel berichten, zien elkaar dagelijks via Facetime en om de vier à zes weken in het echt. Ik mis hem het meest die laatste dagen voordat ik hem ga zien. En het afscheid is telkens even lastig, maar je wordt dat gewoon. We doen dit nu al drie jaar zo. Er hoeft voor mij voorlopig niets te veranderen.
Na de Spelen in Tokio zullen we wel zien. Ga ik nog verder of stop ik? Ga ik hem volgen, of hij mij? In een ander land gaan wonen is voor mij geen obstakel.”

Liefde, dames: hoe zit dat bij jullie?

Margo: “Ik ben single. Of er iets rondloopt in de atletiekwereld? Ik denk het wel, ja. Maar ik ben niet op zoek.”

Cynthia: “Ik woon samen met mijn verloofde, we zijn zes jaar samen. Als ik een slechte dag heb, weet hij me op te peppen. Hij is altijd een enorme steun geweest, mon chéri. Hij is ook de eerste die ik bel als ik heel diep zit.”

Zoals?

Cynthia: “Op de Spelen in Rio in 2016. Ik zat er volledig naast, haalde een slechte tijd. In het Olympisch dorp belde ik hem op, maar ik was niet in staat om een zin uit te brengen. Elke keer als ik het probeerde, barstte ik in tranen uit. Daarna belde ik mijn coach, in de hoop dat zij me kon kalmeren. C’était pire! Echt, het was nog erger, want wat zij zei, was waar. (lacht) Daarna belde ik mijn mama en papa en zij hebben me even doen lachen. Eindelijk.”

Margo Van Puyvelde en Hanne Claes.
Stephen Mattues Margo Van Puyvelde en Hanne Claes.

Camille, jij bent al zes jaar samen met topatleet Kevin Borlée.

Camille: “Ik denk niet dat ik het zonder Kevin tot hier geschopt zou hebben. Beter nog, het is een combinatie van Kevin, Jacques en mijn ouders. Aan hen draag ik al mijn prestaties op. Jacques omdat hij mijn coach is: hij heeft me geleerd om mentaal sterk te zijn. Kevin heeft me geholpen met structuur in mijn leven en om correct te eten, zoals hij dat doet. Hij leerde me omgaan met competitie, met stress en concentratie. Mijn ouders hebben me altijd gesteund en zijn altijd komen kijken. Als zij niet alles gefinancierd hadden, had ik dit niet kunnen doen, c’est clair. (roept in de bandopnemer) Merci, maman et papa, Kevin et Jacques!”

Is het gek om je schoonvader als coach te hebben?

Camille: “Hij is mijn coach, mijn schoonvader én we werken samen. Ik zie hem méér dan Kevin. (lacht) Het is tof dat we zo goed overeenkomen. Maar even vaak gaan we in discussie. In het begin toen ik bij hem trainde, zei hij: ‘Stop. Zeg die zin opnieuw, maar dan op een positieve manier.’ Als ik nu zo optimistisch ben, is dat dankzij hem. Hij heeft altijd in mij geloofd. Zodra ik bij hem kwam trainen, nam hij me bij de hand. ‘Kom, we gaan dit samen doen.’ Ik had ook echt behoefte aan zijn hand, zonder voelde ik me verloren. Sinds vorig jaar heb ik de indruk dat ik onafhankelijker ben, dat ik op eigen kracht kan vliegen, zeg maar. Precies zoals hij voorspeld heeft: ‘Quand tu vas trouver le chemin, tout sera plus facile.’ Wel, ik heb de weg gevonden. Ik weet waar ik naartoe wil.”

Waar leerde je Kevin kennen?

Camille: “We trainden samen – ik kon er niet naast kijken. (lacht) We hebben een goed evenwicht gevonden. We zijn véél samen. Maar het is niet te veel. De groep is groot: ik heb mijn vriendinnen, hij zijn vrienden. We hangen niet de hele tijd aan elkaar, hoor.”

Wat is het mooiste aan atletiek?

Hanne: “Dat je, in de estafette, prestaties kan delen met je vriendinnen. Iets wat je deelt, krijgt meer waarde dan wanneer je het alleen ervaart.”

Margo: “Het is bijna primitief. Atletiek is de basis: je loopt. Je vertrekt van je eigen kracht, hanteert je eigen snelheid, zonder attributen.”

Camille: “Het magnifieke is dat je elke dag traint voor een doel. Eenmaal je dat doel bereikt, geeft dat een
persoonlijke voldoening. Een gevoel van trots. Je kweekt karakter. Wat ik leer in mijn sport, kan ik later hanteren
in mijn carrière: doelen vooropstellen, niet opgeven, positief denken, omgaan met stress, geloven in jezelf, jezelf omringen met de juiste mensen. Sporten op dit niveau is een sleutel om te slagen in het gewone leven.”

Cynthia: “Voor mij telt vooral de persoonlijke voldoening en vooruitgang, niet zozeer de prestatie op zich of de podiumplaats. Heb ik het beste van mezelf gegeven? Dat is belangrijker dan me vergelijken met anderen.”

Welke opofferingen horen erbij?

Cynthia: “Gelijk welke droom verwezenlijken vraagt opofferingen. Heel vaak begrijpen andere mensen dat niet helemaal. Als ik op stage vertrek, zeggen ze ‘goeie vakantie’. (lacht) In het begin probeerde ik nog uit te leggen dat het vooral hard werken is, maar dat doe ik niet meer. Ik zeg nu gewoon ‘merci’. (lacht) Ik heb uiteraard zaken opgeofferd: van schoolreizen tot avondjes uit. Maar ik kon dat zonder moeite. Zéro regrets.”

Camille: “Juist eten, voldoende slapen, luisteren naar je lichaam. Het is allemaal een gewoonte geworden. Ik ga weleens eten of een glas drinken, maar ik ga niet naar een discotheek. Want dat zal me vermoeien en dan loop ik kans op blessures. Ik wil presteren op trainingen. Mijn jeugd gemist? Neenee. Mijn sportieve ervaringen zijn zoveel meer verrijkend dan avondjes op café.”

Margo: “Ik vind het jammer dat ik weinig tijd vind om te reizen. Dat kan alleen na het winterseizoen, in maart, en na het zomerseizoen in september. Maar als ik vakantie neem, gaat het tegen het einde altijd weer kriebelen om opnieuw te beginnen trainen. Twee weken nietsdoen? Dat ben ik snel beu.”

Hanne: “Het moeilijkste vind ik het eten. Heb ik goede proteïnen binnen? Zitten er niet te veel vetten in? Of
suikers? Ik ben niet zo’n snoeper, maar soms mis ik wel eens koekjes, of cake. Als ik me niet goed voel, vloek ik op die restricties, maar anders niet, hoor.”

Jullie hebben een mooi gespierd lichaam. Blij mee?

Hanne: “Nu valt het mee. Vroeger was ik té gespierd, té gespannen. Ik vond geen souplesse meer in het lopen. Nu zit ik beter in mijn vel. Ik ben slank gespierd. Natuurlijk wil je als vrouw misschien grotere borsten. (lachje) Maar door zo intensief te sporten, verdwijnen die helemaal. Gelukkig hebben we dan wél weer schone billen.”

Margo: “Ik ben altijd heel mager geweest. En ik mag werkelijk alles eten. Soms kan ik zelfs beter wat méér vet eten, anders sta ik te mager. Ik heb een hoog metabolisme. Als ik mocht kiezen, had ik graag wat meer vrouwelijke vormen. Ach ja. Elk meisje is streng voor zichzelf, ik dus ook.”

Cynthia: “Ik ben geen fan van mijn lichaam, ik zou graag iets slanker zijn. Mijn bovenbenen zijn nogal breed. Dat zijn allemaal spieren, maar ze zijn nogal ... imposant. (lachje) Mijn taille vind ik dan weer te smal. Maar ik hou van mijn huidskleur, met dank aan mijn Congolese roots. Mijn huid is nog mooier als ze blinkt. Ik probeer ze goed
te hydrateren.”

Camille: “Atleten hebben inderdaad een bijzonder lichaam. Het is eerder mannelijk: we verliezen onze vrouwelijke vormen en krijgen spieren in de plaats. Door krachttraining zie ook ik mijn boezem jaar na jaar verkleinen. Maar dat komt later mogelijk wel terug. Ik klaag niet. Je me sens très bien dans mes baskets. (lacht)”

Jullie trainster, Carole Bam, heeft voor jullie allemaal een bijnaam. Camille is de ‘boosteuse’. Leg eens uit.

Camille: “Ik probeer de andere atleten te laten geloven in zichzelf. We moeten durven dromen van het onmogelijke. Waarvoor trainen we anders? Ik ben van nature heel proactief en ik wil dat iedereen zich goed voelt. Voor elke wedstrijd maak ik een filmpje, met beelden van ons, of met zinnetjes die motiveren. Voor het EK in Glasgow had ik stiekem aan de entourage van de meisjes gevraagd om een klein woord van moed in te spreken. Dat monteerde ik in een filmpje om hen te laten zien vóór de start.”

Hanne: “Ik was daar emotioneel van, maar het gaf zulke goede, positieve energie. Misschien omdat het alles relativeerde. Ja, we waren er om te presteren. Maar wat het resultaat ook is: uiteindelijk telt alleen familie en vrienden.”

Cynthia Bolingo.
Stephen Mattues Cynthia Bolingo.

Carole zegt dat ze met jou veel moet praten, Hanne. Dat je veel uitleg nodig hebt.

Hanne: “Ik moet inderdaad op mijn gemak gesteld worden. Ik moet me goed voelen om te presteren. Carole kan me altijd geruststellen.”

Cynthia, jij wordt de ‘queen of the good vibes’ genoemd.

Cynthia: “Ik lach vaak, en probeer altijd het goede in alles te zien. Het leven is zo kort. Ik ga geen tijd verliezen aan negatieve gedachten. Veel liever geniet ik van alles. Dat probeer ik ook mee te nemen naar de Cheetahs. Ik wil ook altijd alleen maar vooruitgaan. Een van mijn profs zei heel vaak: ‘Qui n’avance pas recule (stilstaan is achteruitgaan, red.).”

En, Margo, jij bent dan weer ‘de rust zelve’.

Margo: “Zelfs buiten de atletiek sta ik daarvoor bekend. Vrienden lachen ermee: ‘We hadden Margo moeten bellen, die had alles weer eens kunnen platrelativeren.’ Soms zorg ik er met mijn rustige houding voor dat anderen ook minder nerveus aan de start staan, dus ik denk dat het een goede eigenschap is.”

Kom jij uit een sportief nest?

Margo: “Totaal niet. Mijn ouders volgen mijn sport ook niet op de voet. Ik kan zeggen dat ik die tijd of die tijd heb, maar ze begrijpen het niet omdat ze het niet kennen. (lachje) Ze komen slechts af en toe eens kijken. We zijn hecht, maar gunnen elkaar ademruimte. Ik weet dat ze trots zijn, maar vanaf een afstandje. Als ik zou zeggen:
‘Ik heb liever dat jullie komen’, dan zouden ze dat zeker doen. Maar ze weten dat het me niets kan schelen.”

Hanne: “Bij mij is dat toch anders. Ik heb veel gehad aan mijn ouders. Zeker op momenten dat mensen niet
begrepen waarom ik toch verder deed na die blessures. Die zeiden: Zou je niet beter stoppen? Zou je niet beter
beginnen te werken zoals iedereen? Mijn mama was de enige die zei: ‘Je moet voor je dromen gaan, geef het nog een kans en daarna kan je nog zoveel werken als je wil.’”

Cynthia: “Mijn ouders hebben me ook altijd gesteund. Niet dat ik een vrij kind was, ze waren streng wanneer nodig, maar in mijn keuzes zijn ze me altijd gevolgd – ook als dat niet die van hen waren. Onbetaalbaar is dat. Die vrijheid heeft me geholpen om de persoon te worden die ik vandaag ben.”

Hebben jullie vaste rituelen voor een belangrijke wedstrijd?

Margo: “Ik probeer vaste rituelen te vermijden, want je kan dat niet controleren. Stel dat je zegt: ‘Ik wil altijd die onderbroek aan om te lopen’, en je bent die vergeten? Dan gaat dat mogelijk in je hoofd spelen. Nee, bedankt.”

Hanne: “Ik neem altijd een wisseldouche voor een wedstrijd: warm, koud, warm, koud. Dat geeft zo’n kick. Ik luister ook graag naar latinmuziek, dat ontspant en geeft goeie vibes. En de avond voor een wedstrijd slaap ik altijd op de kamer bij Camille.”

Ach zo. En Kevin dan?

Camille: (lacht) “Ik slaap liever bij Hanne, want Kevin en ik zijn anders in periodes van stress. Hij is gesloten en kijkt naar series op zijn iPad, terwijl ik wil praten en me ontspannen. Als je zulke andere gewoontes hebt, kan je beter een kamergenoot kiezen die bij je past. We hebben daarover gepraat, en we vinden het goed zo. Daarin zijn we heel volwassen. Alles wat telt is de prestatie: daarvoor willen we gerust een nacht apart slapen.”

Cynthia, jij deelt vaak de kamer met Carole: jullie hebben een bijzondere band.

Cynthia: “Carole is coach van de Cheetahs sinds 2018, maar ze is mijn persoonlijke coach sinds 2012. Onze relatie is erg bijzonder. Ik beschouw haar als mijn grote zus. Als beste vriendinnen kunnen we over alles praten. Maar eenmaal er getraind wordt, is zij de baas. Het professionele en het vriendschappelijke is duidelijk gescheiden – zonder dat daar ooit één woord aan vuilgemaakt is.”

Wat zijn jullie dromen voor de toekomst?

Hanne: “Als de Belgian Cheetahs bekender worden, zou ik dat op een dag graag gebruiken voor projecten als ‘Right To Play’: kinderen in derdewereldlanden de kans geven om te sporten na school. Ik wil ook meisjes de kans geven om te sporten. Iets wat vroeger in Costa Rica bijvoorbeeld – met een machocultuur – not done was. Na mijn sportcarrière wil ik zelf wel een gezinnetje, maar ik weet nog niet hoeveel kinderen ik wil. Eerst even zien hoe het verder loopt met Max. (lacht)” 

Margo: “Mijn eerste doel is het WK in Doha – individueel en met het team. En hopelijk volgend jaar naar de Olympische Spelen. Uiteraard droom ik van scherpe tijden. Later zie ik mezelf werken als archeologe.”

Cynthia: “Ik wil me kwalificeren voor de Spelen van 2020. En eenmaal daar? Presteren op het maximum van mijn mogelijkheden. Halvefinalist worden zou een mooi doel zijn. En verder ga ik proberen om ooit eens te trouwen. (lacht) Een huwelijk organiseren kost tijd, maar het plannetje zit in ons hoofd. Ik wil ook heel graag mama worden. J’adore les enfants! Tot twee jaar geleden zei ik dat ik voor mijn dertigste mama wilde zijn, maar daar ben ik al van teruggekomen. Eerst wil ik alles op mijn sport zetten. Dan word ik maar iets later mama. Alles op zijn tijd.”

Camille: “Ik kleef er voor mezelf ook geen limieten op. Het eerste doel is om op de Spelen te raken, dat is mijn droom sinds … altijd. Na 2020 zal ik zien of ik er nog zin in heb of niet. Ooit willen Kevin en ik ook kinderen, ja. Op dit moment gaat dat niet. Al zagen we Tia Hellebaut het wel combineren. Het lijkt mij een hele uitdaging. Voorlopig zit alles prima – zowel sportief als privé, en daar ben ik gewoon dankbaar voor. Tout va bien - je touche du bois!”

Merci, Cheetahs.




1 reactie

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Roger Deprez

    Mooie dames en ik wens ze het succes dat ze na streven.