Exclusief voor abonnees

#ilovemyjob: zo word je gelukkiger op de werkvloer

Getty Images/iStockphoto
New year, new me! Bij het nieuwe jaar horen goede voornemens, en een veelvoorkomende is gelukkiger worden op het werk. Hoe je dat het best aanpakt? We vroegen het aan Anneleen De Lille, psychotherapeut en expert bij coachingbedrijf Better Minds At Work.

De kerstvakantie is gepasseerd, het nieuwe jaar is in volle gang en de beruchte evaluatiegesprekken komen eraan. Dat zet een mens al eens aan het denken. Doe ik mijn job nog graag? Wat kan er beter? En waar wil ik naartoe? Niet zo vreemd, want uit een rondvraag van Better Minds At Work blijkt dat slechts een kleine 19% van de Belgen zich energiek voelt op de werkvloer. Dat er ruimte is voor verbetering is dus wel het minste wat je kan zeggen. 

“Er zijn een heleboel zaken die werknemers stress bezorgen”, bevestigt coach Anneleen De Lille. “Niet iedereen kan bijvoorbeeld de digitale evolutie volgen. Fusies en diensten die geherstructureerd worden zorgen voor een rollercoaster aan veranderingen. En dan is er nog de constante connectiviteit: door nieuwe chatprogramma’s, je mailbox en smartphone staan we bijna 24 uur op 24 in contact met het werk. Ook op het bureau worden we om de haverklap gestoord door triviale berichten, waardoor werknemers zich minder goed kunnen concentreren. Op het einde van de dag hebben we het gevoel dat we weinig werk verzet hebben, wat een domper is op je humeur." 

Daarbovenop komt nog eens dat we niet langer werken voor brood op de plank. Een beroep moet je roeping zijn. Zelfverklaarde werkgelukgoeroes en influencers prediken: volg je hart en zoek een job waar je jouw talenten in kwijt kunt. En op die manier leggen we onszelf ontzettend veel druk op de schouders. De Lille: “Ook sociale media maken zich er schuldig aan. Hoe vaak zie ik wel niet de hashtag #ilovemyjob passeren? Dat creëert een vertekend beeld dat een job al-tijd plezant moet zijn. Maar is dat realistisch? Bij elke job moeten we energievreters en vervelende taken uitvoeren. Dat hoort er nu eenmaal bij.” 

De shakespeariaanse vraag is hoe je dan zelf voor een fijne werkweek zorgt. Goed nieuws: je moet er geen halsbrekende toeren voor uithalen. Met kleine stapjes kom je al een heel eind. 

Wees eerlijk tegen jezelf

“Stel jezelf enkele vragen. Wat doe je graag? Wat doe je goed? Maak daartussen een onderscheid, want dat zijn twee verschillende dingen. Wat wil je verbeteren? En welke zaken vind je niet tof, maar moeten gedaan worden? Zodra je een goed overzicht hebt, kan je een balans zoeken tussen al die taken. Belangrijk is dat je elke dag voldoende variatie hebt tussen dingen die je graag doet en goed kan, en in mindere mate zaken die je niet zo goed onder de knie hebt of niet zo leuk vindt.”, meent De Lille. 

Probeer jezelf uit te dagen

Goede voornemens worden vaak na enkele weken in de mentale vuilbak gekieperd. Nochtans vindt De Lille het een goed idee om ambitieuze doelen op te stellen op het werk. “Veel mensen hebben het gevoel dat ze op een trein zijn gestapt. Na lange tijd schrikken ze wakker en beseffen ze dat ze niet naar hun geplande bestemming onderweg zijn. Om dat te vermijden, is het nuttig om een reflectiemoment in te plannen. Een moment waarop je terugblikt op de voorbije week om je bewust te worden van je capaciteiten, kennis, ervaring en leeropportuniteiten. Wat gaat er goed en waar wil je naartoe? Wat wil je anders doen in de toekomst? En wat heb je daarvoor nodig? Stippel dan een roadmap uit, bestaande uit kleine concrete stappen om je einddoel te halen. Zoek ook een baas of een collega die je helpt. Niet iemand die zegt wat je moet doen, maar iemand die kritische vragen stelt en je motiveert.”

Maak tijd voor pauzes

Iedereen heeft het tegenwoordig druk, druk, druk en dat wordt gezien als een vorm van succes. Bijgevolg werken we graag non-stop door, zonder pauze. Zonde, stelt De Lille. “Je moet je brein zuurstof geven, je gedachten even laten waaien. En dat gaat alleen maar door af en toe de pauzeknop in te duwen. Strek de benen, ga naar buiten of tank wat brandstof door iets te eten en te drinken. Ook sporten is een goede aanrader.” 

Dat klinkt mooi in theorie, maar in de praktijk blijven veel werknemers toch achter hun bureau zitten. “In andere landen is een pauze op het werk al ingeburgerd. Vlaamse werknemers maken nog te veel assumpties. Ze gaan ervan uit dat de baas en de collega’s met de wenkbrauwen zullen fronsen als ze naar buiten gaan. ‘Hij of zij permitteert zich nogal!’ Het probleem is dat het bij die veronderstelling blijft. De Vlaming denkt dat die een krek is in gedachten lezen en weigert zaken af te toetsen bij de baas. Maar als ze dat wél doen, blijkt dat niemand er graten inziet. Integendeel, steeds meer bedrijven moedigen het aan door pingpongtafels aan te kopen of yogalessen te organiseren.”

Focus op je focus

“Ken je het motto van Better Minds At Work? Als je op een olifant jaagt, mag je je niet laten afleiden door konijnen. De olifant is je prioriteit, een taak waar je veel voldoening uit haalt en die veel concentratie vergt. Konijnen zijn de chaos van de dag: e-mails, je smartphone die voortdurend bliepjes produceert of collega’s die willen tetteren”, legt de coach uit. 

“Meestal beginnen we de dag in het konijnenhol. We slaan een praatje met collega’s en openen onze mailbox. Tegen 11 uur willen we ons focussen op de olifant, maar die is plots zo groot geworden. Dat stellen we nog even uit tot na de lunchpauze. Maar dan ervaren we bijna allemaal een energiedip. ‘Laten we nog even onze nieuwe e-mails afwerken’, klinkt het dan. En tegen 16 uur krijgen we het lumineuze idee: morgen starten we écht met de olifant.” Om uit die vicieuze cirkel te ontsnappen, raadt De Lille aan om elke dag aan te vangen met zo’n olifant. “Anders zit je op den duur met een kudde olifanten in je hoofd: belangrijke taken waar je geen tijd voor maakt.”

Vermijd de calimero’s

Sommige collega’s hebben er een handje van weg om voortdurend te zagen en te klagen. “Dat brengt je geen meter verder, maar ik vind het zo slecht nog niet. Vergelijk het met een avondje op café met je vriendinnen. Dan durven we ook zeuren over de partner. Dat kan deugd doen, want het schept verbondenheid. Achteraf ben je ook vaak opgelucht. ‘Die van mij valt best mee’. Ook op het werk is zo’n klaagzang soms verbindend. Het is een goede manier om even stoom af te blazen, maar besef dat het geen langetermijnoplossing is. Het maakt je niet competenter, creatiever of optimistischer. Op een bepaald moment moet je een kantelbeweging maken en jezelf afvragen wat je zelf kan doen om de situatie te verbeteren. Door je te wentelen in het slachtofferschap, word je alleen maar ongelukkig.” 

Start met positief roddelen

Onze samenleving wordt gekenmerkt door veel burn-outs, en energie is een schaars goed. Je spendeert het beter aan zaken als levenslang leren en productief werken. Als je het gaat verspillen aan roddelen, doe je jezelf de das om”, meent De Lille. Tegelijk kan je de aard van het beestje niet veranderen, en is er op de werkvloer nu eenmaal veel gossip. “Focus je dan niet op de negatieve aspecten, maar probeer op een positieve manier te roddelen. Wat is er goed gegaan? En waar ben je tevreden over?” 

Denk aan je lichaamshouding

“Wie een meeting heeft, ziet vaak comfortabele stoelen, koffie en koekjes klaarstaan in de vergaderzaal. Wat denkt je brein dan? Ah, tijd om te relaxen. Stem in de plaats je lichaamshouding af op wat je van je hersenpan verwacht. Ga je met twee brainstormen? Maak dan een wandeling. De neuzen staan letterlijk in dezelfde richting én je gaat vooruit. Je zal zien dat je op die manier sneller tot een vlot gesprek en compromissen komt.”