Exclusief voor abonnees

Ankes column: “Een moedig gevecht, een nieuw herstel. En opnieuw dat besef: stel niks uit”

Brit Guns
Hoe hou je een huishouden, een relatie en me-time overeind? Het leven zoals het is als je veertiger bent: journaliste Anke vertelt.

“Mijn moeder was zesenvijftig toen ze stierf.” Hoe vaak heb ik die zin al gezegd? In gesprekken, soms bij een eerste kennismaking, in nieuwe vriendenkringen, zelfs in interviews – als dat toevallig zo uitkomt. Hoe vaak ga ik daar zelf licht over? Tot opluchting, veelal, van hen die tegenover me zitten. Je kijkt eens naar beneden en zegt zacht: “Tja. Kanker.” Waarna de overkant begripvol knikt en hoopt dat het daarmee afgehandeld is.

Alsof twee woorden het samen- vatten. Alsof haar dood zo’n resumé verdient. Weggemoffeld als een voetnoot haast. Waarom doe je zoiets, keer op keer? Om anderen iets van ongemak te besparen? Zoals je ook automatisch ‘Goed!’ antwoordt op de vraag hoe het gaat. Al voel je je rot, ziekjes, onzeker of eenzaam: ‘Goed!’

Deze keer zit ik tegenover iemand die doorvraagt – “Al op haar zesenvijftigste?” – en ben ik er met twee woordjes niet van af. “Aan welke kanker dan?” Ik hoor mezelf zeggen dat het niet door kanker zélf was, dan wel door de gevolgen ervan. “Ach, een lang verhaal”, wuif ik het weg. “Vertel toch maar, ik luister.”

En zo keer je, voor je het weet, dertig jaar terug in de tijd. Naar dat meisje van dertien, die zomerdag in de keuken. Voor het eerst ervaar je paniek, als de ambulance toekomt. Verlammende angst: “Wat is er mis met mama?”

De diagnose: een tumor in de hersenen. Er volgt een zware operatie. Een litteken in de vorm van een hoefijzer op haar blote schedel, onder een muts van witte verbanden. En de wens die je uitspreekt aan haar ziekenhuisbed: “Kunnen we alsjeblieft van plaats wisselen: ik daar, jij hier?”

Haar herstel lukt en de jaren erna wordt lieve levenslust thuis met de paplepel opgediend: stel niks uit. Maak je niet druk. Geniet. Lééf.

Vijf jaar later een tweede mokerslag. Eén klein knobbeltje: borstkanker. Een amputatie. Radiotherapie. Een moedig gevecht, een nieuw herstel. En opnieuw dat besef: stel niks uit. Maak je niet druk. Geniet. Lééf.

Weer vijf jaar later: een valpartij, een arm die hangt, een hand dat verkrampt, een been dat niet meer stapt. Geen hersentumor ditmaal, maar wel littekenweefsel, op de plek waar het kwaad destijds is weggesneden. Je hoort die woorden van de chirurg nog. “Het drukt op delen van de hersenen. Het is niet te opereren. En het groeit.”

De bel-etage wordt een appartement zonder trappen. De wandelstok een rolstoel. Het ouderlijk huis verandert in een ziekenboeg. Met permanent toezicht voor een mama die voor alles – van eten tot toilet – hulp nodig heeft. Die vloekt op elke nieuwe beperking, en haar waardigheid stukje bij beetje verliest. Die op een dag zelfs haar stem kwijt is. “Afasie. Een totale taalstoornis. Onomkeerbaar.”

De laatste jaren van haar leven is er geen communicatie mogelijk. En rest enkel de stille strijd, van een lichaam dat verder aftakelt maar tegelijk een jong hart heeft. Een dat vurig klopt om zo lang mogelijk bij ons te blijven, om haar kleinzoon nog geboren te zien worden – zo lezen we in haar blik. Ze vecht tot er niet meer gevochten kán worden en je, in die ziekenhuisgang, samen met je broer en papa beslist: het is tijd voor afscheid. “Zo kreeg ze eindelijk de rust die ze verdiende”, zeg ik.

De persoon aan de overkant kijkt me aan. Sprakeloos. In die veelzeggende stilte glimlach ik, dankbaar als ik ben, en we heffen het glas. Klinkend op de boodschap die ik zelf zo veel mogelijk doorgeef: stel niks uit. Maak je niet druk. Geniet. Lééf.




1 reactie

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Guy Franckaerts

    Zo'n pakkend, emotievol artikel. Ik ben ontroerd.