Exclusief voor abonnees

“Actrices hebben minder tekst en die gaat vaak over trouwen, mannen en kinderen, mag het ook eens over iets anders a.u.b.?” Violet Braeckman & Sofia Ferri nu in NINA

Violet Braeckman en Sofia Ferri.
Noortje Palmers Violet Braeckman en Sofia Ferri.
In de televisiereeksen De twaalf en Over water spelen ze ‘de dochter van’. Maar Sofia Ferri en Violet Braeckman zijn die plek in het script ontgroeid. Twee porseleinen gezichtjes, klaar om potten te breken. Mooi én mondig. “Wij, vrouwen, hebben recht op onze eigen rol.”

Sofia Ferri herkennen we uit Aanrijding in Moscou, waarin ze als negenjarige de dochter van Barbara Sarafian speelde. In de Eén-reeks De twaalf zette ze de autistische dochter van ­jurylid Carl neer. Violet Braeckman mag in Over water papa zeggen tegen hoofdrolspeler Tom Dewispelaere. Dat deed ze ook al met Filip Peeters, in Salamander. Violet is dit jaar niet weg te denken van tv-zender Eén, met rollen in de nieuwe reeksen GR5 en Black-out. Sofia ­focust intussen verder op haar musicalwerk in Nederland. De twee ­actrices kennen elkaar alleen van in de verte, maar treffen die dag in de studio verrassend veel gelijkenissen.

Sofia: “Ik was als kind altijd aan het zingen, ik danste voor televisie en zat bij een amateurvereniging die musicals en toneel bracht. Ik was een vrij verlegen meisje, maar op een podium viel alle gêne weg.”

Violet: “Ook ik proefde op zeer jonge leeftijd van theater maken in de Kopergietery in Gent. Toen al gingen mijn ogen open: ja, méér van dit. Maar anders dan jij, Sofia, was ik geen verlegen meisje. Ik was veeleer een wild kind.”

Sofia: “Een wild kind?”

Violet: “Ja, zo’n echt buitenkind. ­Schieten. Ravotten met mijn broer. Kampen bouwen. Na mijn studies ­Latijn-Grieks deed ik audities op ­verschillende toneelscholen. In ­Maastricht voelde ik me meteen thuis. Ik zat er vier jaar op kot – of ‘op kamers’, zoals ze dat in Nederland zeggen.”

Sofia: “Ik ging ook ‘op kamers’ in ­Nederland. (lacht) Na de humaniora – ik deed trouwens ook Latijn – deed ik auditie ‘muziek-theater’ in Tilburg. ­Vandaag woon ik nog altijd in Nederland. In Amsterdam, voor Soldaat van Oranje, een musical over de Tweede ­Wereldoorlog.”

Violet, jij bent momenteel op Eén te zien als dochter van een gescheiden ­koppel, in Over water.

Violet: “En gek genoeg is de situatie – zonder te veel over mijn privé­leven te zeggen – heel herkenbaar. Mijn jongere broer en ik die bij hun mama achterblijven? Het scenario leek uit mijn leven gegrepen. Sommige zinnen letterlijk. Mijn lievelingsscène uit seizoen één is die waarbij mijn broer en ik samen in de keuken staan. Het gaat echt niet goed in ons leven, en de ene vraagt ‘Ça va?’, waarop de andere zegt: ‘Ja, maar als er iets ...’ En daar stopt het gesprek. Zonder woorden voelen broer en zus aan: we zijn er voor elkaar. Heel schoon.”

Is het hokje ‘de dochter van’ altijd even prettig?

Sofia: “Op zich is dat een mooie positie, maar ik denk dat ik het leuker vind om niet ‘de dochter van’ te spelen, maar om mijn eigen rol te pakken te krijgen. Om niet alleen maar ‘onderdeel te zijn’ van het verhaal.”

Violet: “(knikt) Ik vind een vader-dochterrelatie ook heel magisch om te spelen. Maar ik heb het geluk gehad om in de volgende twee projecten (GR5 en Black-out, red.) onafhankelijk van wie dan ook een rol neer te ­zetten. Ik krijg mijn eigen verhaal. Wat een verademing.”

Kleine meisjes worden groot.

Violet: “(snel) Het heeft zeker met onze leeftijd te maken. Maar ook met het feit dat zowel Sofia als ik in het MeToo-tijdperk afgestudeerd zijn. Er zijn tegenwoordig al iets meer – maar nog niet genoeg – rollen voor ­vrouwen. Dragende rollen, bedoel ik dan.”

Sofia: “Rollen die los staan van een vent.”

Sofia Ferri.
Noortje Palmers Sofia Ferri.

Hebben jullie daar zelf zoveel last van dan?

Violet: “Breek me de bek niet open. Vorige zomer nog trok ik zúlke ogen. Ik deed stage bij Het Nationale Theater in Nederland. We speelden Het duel naar de gelijknamige novelle van ­Tsjechov, maar het script was héél vrouwonvriendelijk. Mijn medeactrice Jacqueline Blom en ik merkten dat meteen op, maar alle mannen rond de tafel zagen dat totaal niet. Wij zijn dan beginnen te discussiëren: ofwel zetten we die vrouwonvriendelijkheid in de verf, ofwel gaan we het net ­tegenwerken in de voorstelling. (denkt na) En dat is geen alleenstaand geval, hoor. Al te vaak zit de verhouding scheef: de ­essentie, de thematiek van een stuk ligt in de tekst van de mannen. De vrouwelijke personages zijn vaak ­ondersteunend. Een vrouw heeft ­letterlijk mínder tekst. En haar tekst gaat veelal over trouwen, mannen, liefde, kinderen. Bij dezen een oproep aan scenaristen: mag het eens over iets anders gaan a.u.b.?”

Sofia: “Het is inderdaad een soort evidentie geworden dat vrouwen die ‘ondergeschikte’ posities innemen in het acteren en dat mannen de andere, grotere rollen op zich nemen.”

Violet: “Maar mannen zitten ook vast in stereotypen. Als ze een zware scène hebben, gaan mannen al snel ‘moeilijk staren in het donker bij het schijnsel van een lamp, om die dan plots om te stoten’. En vrouwen? Die gaan huilen. Maar waarom doen we dat eens niet omgekeerd? We moeten dat in vraag durven te stellen.”

Sofia: “Ik heb wel het gevoel dat er een en ander aan het verschuiven is. Stapje voor stapje ...”

Violet: “Maar de strijd voor emancipatie mag nog niet ­ophouden. De blanke, heteroseksuele man van middelbare leeftijd is wellicht bang van vrouwen die zonder glimlach voor hun mening durven op te komen. En je hoort hem zelfs denken ‘dat al dat feminisme nu weleens mag ophouden’. Maar we zijn hier nog maar honderd jaar mee bezig. We zijn maar net begonnen, man. (lachje)

Violet Braeckman.
Noortje Palmers Violet Braeckman.

Hopla, die barricade op.

Violet: “Nu ik toch bezig ben: er bestaat ook een misvatting over het hele MeToo-gegeven. Dat gaat niet ­zomaar over ongewenste aanrakingen, op­merkingen of ongepast gedrag. Dat gaat echt over macht. Over niet op hetzelfde niveau staan – als man en vrouw. Het is en blijft een diep­geworteld, complex gegeven.”

Sofia: “Dat is het voor alle partijen, denk ik. In de theaterwereld is men veel fysieker. Je raakt elkaar sneller aan. Het is gemakkelijk voor een man om daar misbruik van te maken. Maar het is even gemakkelijk voor een vrouw om een man onterecht met de vinger te wijzen. Ik kan daar licht boos over worden. Je hebt toch zelf een stem? Waarom zeg je als vrouw niet meteen: ‘De volgende keer dat je me zo benadert, krijg je een tik op je vingers!’ Geef je grenzen duidelijk aan. Zo ontstaan er geen misverstanden.”

Violet: “Ik begrijp wat je zegt. Ik ben zelf ook heel fysiek, maar ik merk meteen wanneer het eventueel gaat over macht en manipulatie. Zoiets voel je aan, toch? Ik heb deze zomer tijdens de opnames van GR5 zo vaak geknuffeld met ­regisseur Jan Matthys – maar dat was omdat wij dikke ­vrienden zijn. Maar mag ik nog iets zeggen?”

Dat mag.

Violet: “Dat actrices boven de veertig niet vergeten mogen worden. Echt waar: er bestaan heel mooie rollen voor jonge vrouwen, maar eenmaal je na je veertigste bent lijken die rollen plots ­dungezaaid. Alsof vrouwen niet ouder mogen worden. Net zo goed horen vrouwen niet te ‘verdwijnen’ zodra ze kiezen om een kind te krijgen. Als dertiger lijk je wel een tijdje niet meer mee te tellen omdat je mama geworden bent.”

Vanwaar komt jullie engagement?

Violet: “Als actrice kan je niet níét geëngageerd zijn. Punt.”

Sofia: “Ik kom uit een groot gezin van vijf kinderen en ik ben – op mijn halfzusje na – de jongste. Mijn oudste zus is achttien jaar ouder dan ik. Ik ben dus opgegroeid in een volwassen omgeving. Mijn papa is Italiaan en dat zuiderse temperament uitte zich thuis in vurige discussies en ­geanimeerde gesprekken. We zijn allemaal verbaal sterk. Als kleine uk heb ik me altijd moeten verweren. Ik heb mijn plekje moeten zoeken door me te laten gelden, zo van: ‘Hé, ik ben hier ook.’ Misschien verklaart dat mijn mondigheid een beetje.”

Hoe staat jullie generatie van de millennials in het leven?

Sofia: “Ik durf niet voor iedereen te spreken, maar zelf laat ik alles open: ik woon daar waar mijn werk me brengt. Ik ben óverflexibel. Niks bindt me. Niet mijn familie, niet de liefde, niet een of ander appartement dat ik moet afbetalen. En die vrijheid wil ik ten volle benutten. Ik heb nu de kans om zo veel mogelijk dingen uit te proberen.”

Violet: “Ik hoor dat van veel leeftijds­genoten. We nemen onze tijd om uit te ­zoeken waar we echt gelukkig van worden. Of waar we echt goed in zijn. Zonder toe te geven aan de druk of de verwachtingen van de maatschappij. De wereld beweegt. Alles wat ‘de norm’ is, wordt in vraag gesteld. Want wat is normaal? Huisje-­boompje-beestje? Geen idee. Dat hele nomadische, dat existentiële zoeken naar ‘wie ben ik?’ vind ik typisch voor onze generatie.”

Sofia: “Iedereen is op zoek naar zichzelf. Sommigen worstelen daarmee. Het hele ­Instagramgebeuren speelt daarin een grote rol. Je ziet van alles passeren, je raakt ­overprikkeld, je krijgt tienduizend keuzes ­voorgeschoteld. Ik wist tamelijk jong al dat ik actrice wilde worden. Maar als je het niet meteen weet? Dan maakt de hele online­wereld het er niet makkelijker op.”

Violet: “Ik merk dat ik niet durf stil te staan. Ik wil alles. Ik ben hongerig. Maar het is net zo belangrijk om rust op te zoeken, weet ik. Om even na te denken. Ik sta mezelf dat amper toe. Tegelijkertijd zoek ik bewust traagheid in kleine dingen. Ik heb net een ­Bialetti (Italiaanse koffiezetter, red.) ­gekocht. Een koffie maken met zo’n ding duurt lang. Je duwt niet rap op een knopje. Nee, je moet koffie ­inscheppen, de Bialetti op het vuur zetten en geduldig ­wachten tot het water kookt. Hetzelfde met platen spelen. ­Natuurlijk heb ik Spotify, maar liever haal ik een plaat uit de hoes en laat ik de pin van de pick-up traag neerdalen op het vinyl. Dan pas luister ik intens naar de muziek.”

Sofia: “We gaan aan te veel dingen voorbij. Kijk maar eens rond op straat. De helft van de mensen loopt gebogen over zijn of haar smartphone.”

Sofia Ferri en Violet Braeckman
Noortje Palmers Sofia Ferri en Violet Braeckman

Oh. Een pleidooi tegen digitale overdaad.

Violet: “Een pleidooi voor analoge traagheid. Ik geloof echt dat er een evolutie bezig is. Weg van Facebook, weg van ­Instagram. Ik ken steeds meer mensen die zich eraf smijten of zich er veel minder mee bezighouden.”

Sofia: “Het gaat ook nergens over, toch? Hoeveel volgers heb ik of die andere? Als het aan mij lag, liep ik nog altijd rond met zo’n klein Nokiaatje. Zo eentje waarmee je de muur kan inslaan.”

Violet: “Ik had nog zo’n Nokia tot ik in Maastricht ging ­studeren. Omdat alle Nederlanders al ‘appten’, en ik wel in die appgroep moest om op de hoogte te zijn, zat ik opeens met een smartphone opgescheept. Maar ik heb wel al vijf jaar dezelfde. En weet je wat ook terugkomt in onze generatie? Analoge fotografie! En wegwerpcamera’s! Ik heb in mijn vier jaar aan de toneelschool foto’s met zo’n cameraatje gemaakt. Ik dacht langer na over een beeld en stond niet de hele tijd met mijn iPhone te fotograferen. Ik heb nu een doos waarin enkele geweldige – de mislukte zijn de leukste – ­fotootjes ­zitten. (lacht) Met veel minder beelden heb ik mijn vier jaar in Maastricht perfect weten te ‘vangen’.”

Jullie zijn allebei single en wonen niet meer thuis: knaagt de eenzaamheid soms?

Violet:(met dramatische stem) Ik heb soms wel het gevoel: ik ben alleen op de wereld.”

Sofia: “Ik kan heel sociaal zijn, mensen leren kennen en mijn leven ergens ­leiden. Maar ik heb het ook nodig om me thuis te voelen. Nu, in Amsterdam, vind ik het moeilijk. Als toerist was ik er helemaal weg van, nu lijkt het vooral een veel te grote stad. Ik voel me ook ­geïsoleerd: ik ga van thuis naar het werk en weer terug. Ik ben nog niet helemaal geaard, zeg maar. ­Anderzijds is dit exact wat ik wil: ik ben nieuwsgierig en ik wil van zo veel mogelijk plekken proeven om te weten waar ik het liefst van al ben.”

Violet: “Ik geniet echt van dat nomadische – ik woonde al in Maastricht, Amsterdam, Den Haag en nu Antwerpen. Maar ik heb wel een somber kantje. Ik kan verdrinken in mijn eigen gedachten. En tegelijkertijd kan ik goed relativeren. In mijn hoofd gaat het dus eerst de sombere kant uit en niet veel later denk ik: het leven is ­prachtig! Maar eenzaam? Nee. Ik heb een handjevol mensen dat ik altijd kan bellen, dat is een fijn gevoel. Ik woon graag in ­Antwerpen maar blijf hier niet voor altijd. Ik denk aan Brussel, ik droom van Parijs: ik wil Frans om me heen horen. Na al die ­Hollanders! (lacht) Waarom werken we trouwens zo weinig samen met Wallonië? Hoe hard kan je niet één land zijn? (rolt met ogen) Zo spijtig. Als ik met Waalse acteurs praat, gaat het altijd daarover: zo jammer dat we ­elkaar niet beter kennen. Ook op cultureel vlak kunnen we elkaar alleen maar verrijken. Dit is dus ook een statement tégen de huidige regering.”

Waken twintigers beter over de balans privé en werk dan de vorige ­generaties?

Violet: “Ik zie toch twintigers met een burn-out. Het is dus veeleer een fenomeen, eigen aan deze tijd, dan een kwestie van leeftijd, denk ik.”

Sofia: “Er is nu vooral meer ruimte om psychologisch even uit te ­vallen. Om niet alleen fysiek ziek te zijn, maar ook mentaal. Het taboe ebt weg – toch zeker in de theaterwereld. Daar kan je vandaag gerust tegen iemand zeggen: ‘Ik moet straks nog naar de psycholoog.’”

Violet:(steekt vingertje in de lucht) Terwijl de mentale gezondheidszorg in ons land echt niet op punt staat, hè. Het huidige ­beleid haalt alle menselijkheid onderuit. Er wordt beknibbeld op zorg, op ­onderwijs en op cultuur. Allemaal domeinen waarin mensen centraal staan. Dat vind ik heel pijnlijk. En ik heb het niet eens over mijn eigen ­inkomen als jonge actrice of over ­subsidies die we allemaal mislopen, maar wel over een wereld waarin ik niet wil leven. Natuurlijk hebben we een zorgstaat vanjewelste, maar besparen op al wat menselijk is? Dat wringt. Je moet als overheid net investeren in mensen.”

Iets anders, als tussendoortje: met welke knappe acteur willen jullie weleens samenwerken?

Violet: “Ezra Miller! En Timotheé Chalamet, uiteraard.”

Sofia: “Amai, jij weet dat snel! Wat een moeilijke vraag. Ik zou wel graag in Vikings willen spelen, met al die ruige mannen.”

Violet: “Jij valt echt op een heel ander type dan ik. Ik val op androgyne mannen.”

Sofia: “Ik op echte venten. Zo’n mannenman. Hij hoeft niet de hele ­Vikinglook te hebben ...”

Violet: “... maar eigenlijk toch wel?”

Sofia: “Het kan zeker geen kwaad. (lachje) Zo van die grote, grove handen die me goed kunnen vastpakken? Dat vind ik wel iets hebben.”

Sofia Ferri en Violet Braeckman.
Noortje Palmers Sofia Ferri en Violet Braeckman.

Zijn jullie elkaars concurrenten, in a way?

Sofia: “We zaten door onze leeftijd lange tijd allebei in de positie voor rollen als ‘dochter van’. Maar een regisseur zoekt altijd naar een ­bepaald type, of een welbepaald gezicht, passend voor de rol.”

Violet: “Ik ken dat zelfs niet, het gevoel van concurrentie. En maar goed ook. Anders wordt het een heel vervelend vak.”

Sofia: “Veel mensen op school redeneerden: als ik niet direct werk heb, heb ik gefaald. Daar wil ik zelf zover mogelijk van weg blijven. Ik wil niet bezwijken onder druk. Het komt wanneer het komt. Waar een deur dichtgaat, gaat een andere deur open. Zo zit ik in mekaar.”

Violet: “Je mag het niet persoonlijk nemen als je een rol misloopt. Maar tegelijk is elke afwijzing net wel persoonlijk. Je moet daarmee leren omgaan. En onderweg een olifantenvel kweken.”

Sofia: “Het beste is om feedback te vragen. ­Anders krijg je een opstapeling van failures. En daar moet je ­jezelf tegen beschermen. Als ik toch eens gefrustreerd ben, fiets ik in Amsterdam naar huis langs een ­verlaten weggetje en dan ga ik even ... (roept luid) héél hard roepen. Dat kan deugd doen! Mediteren helpt ook. Of naar huis bellen.”

Hoe belangrijk is dat nog, zo op je 23ste, die steun van het ­thuisfront?

Violet: “Mijn mama is styliste en heeft het veeleisende van ons vak altijd begrepen als de beste. Zij heeft in haar tijd modeacademie mógen doen van mijn oma. En mijn oma heeft in de jaren vijftig al op Studio Herman Teirlinck gezeten. Men is toen komen smeken aan haar voordeur: ‘Please, kom naar de toneelschool.’ Mijn oma, mama en broer volgen me op de voet, ik voel hun steun. Altijd.”

Sofia: “Nu ik in Amsterdam woon, kom ik steeds minder thuis. Tot er zo’n onbestemd gevoel boven mijn hoofd hangt en ik weet: het is tijd om nog eens naar huis te gaan. We hebben altijd een heel vrij gezin gehad. Het was bij ons thuis de zoete inval, er was geen vast ­tijdstip om samen aan tafel te zitten: die zus kwam binnen en at een boterham. Dan kwam de andere zus thuis, die stak iets in de ­microgolfoven. Mijn mama, de liefste moederkloek ever, zorgde ­ervoor dat iedereen alles had wat ie nodig had. Ik draag mijn ouders, mijn familie, sowieso overal mee. Ook al zijn ze niet fysiek in de buurt, wonen ze niet om de hoek: ze zijn hier. Altijd bij mij.” 

Sofia Ferri in ‘De Twaalf’.
Wannes Nimmegeers Sofia Ferri in ‘De Twaalf’.
Violet Braeckman in ‘Over water’.
© VRT - Toon Aerts Violet Braeckman in ‘Over water’.