Welkom in 'The Jungle': onze reporter verbleef 24 uur in het vluchtelingenkamp in Calais

De jongste maand raken steeds meer mensen gewond tijdens hun pogingen op een trein of vrachtwagen te springen. Botbreuken worden verzorgd in de kliniek. Van zodra ze genezen zijn, wagen ze opnieuw hun kans.
Jan De Meuleneir voor Photonews De jongste maand raken steeds meer mensen gewond tijdens hun pogingen op een trein of vrachtwagen te springen. Botbreuken worden verzorgd in de kliniek. Van zodra ze genezen zijn, wagen ze opnieuw hun kans.
Verbijsterend en hallucinant. Dat is de eerste indruk van het vluchtelingenkamp 'The Jungle' in Calais. Op 200 kilometer van Brussel, 60 km van Plopsaland. In dit menselijke oerwoud verblijven 3.500 migranten uit conflictlanden, en de toestroom lijkt niet te stuiten. "Van Franse vrienden heb ik gehoord dat de overheid verwacht dat er hier tegen december 9000 mensen zullen zitten", verklapt ons de Nigeriaanse Zimako. "Als het begint te vriezen, zijn we eraan", vreest Omar uit Soedan. Wij brachten 24 uur door in The Jungle.

Het tenten- en barakkenkamp heeft een school, winkels, restaurants, tal van moskeetjes, een kerk en zelfs een 'discotheek'. The Jungle legt tegelijk een humanitaire crisis bloot.

Strikte dagorde
Voornamelijk mannen uit onder meer Syrië, Somalië, Soedan, Afghanistan en Eritrea houden zich aan een strikte dagorde. Opstaan. Aanschuiven voor de douche. Aanschuiven om de gsm op te laden. Terug in de rij gaan staan voor een schamele maaltijd. En dan - net als de vorige dagen - anderhalf uur stappen naar de ingang van de Eurotunnel.

Om daar in een hard kat-en-muisspel met de Franse ordediensten over prikkeldraad te klauteren en te proberen op een trein naar Engeland te springen. Of onderweg op een vrachtwagen. We horen verhalen vol wanhoop, woede en flagrante onmenselijkheid op. Maar we kijken ook verbaasd en vol ontzag naar zoveel veerkracht, inventiviteit en volgehouden hoop op een beter leven.

Voormalig jachtterrein
Onder het laatste eind snelweg naar de carferry, die is afgezet met hoge hekken met daar bovenop prikkeldraad, ligt The Jungle: 9 vierkante kilometer voormalig jachtterrein in de stoffige duinen is sinds enkele maanden de 'thuis' van naar schatting 3.500 mensen.

Iedereen loopt vrij in en uit, er is geen registratie. Geen bestuur, geen regels, geen overkoepelende organisatie. Eén keer zien we een politiecombi met zes agenten een surveillancetoertje in het kamp maken. Alles draait hier op zelfredzaamheid, plantrekkerij en solidariteit, zo zullen we gauw merken. En het draait nog verbazend goed ook.

Tien sigaretten = 1 euro
Een tiental plastic toiletten aan de inkom, allemaal bezet. Enkele meters verderop staan mannen zich te wassen aan een reeks kraantjes, hun voeten in vuilnis. Een vrouw zit gehurkt sportschoenen in zeep te soppen. Een winkeltje, waar je pasta, conserven, tandpasta, groenten en sigaretten kan kopen. Een Afghaanse man kijkt me zielloos aan als ik de prijs vraag. Tien sigaretten voor één euro, en hij begint ze met zo'n trektoestelletje te fabriceren. Een wikkeltje van aluminiumfolie errond en ik kan ze beginnen uitdelen. "Cigarette please?", zal ik de komende 24 uur vaak horen. Moet ik maar niet lopen roken.

Snijwonden door prikkeldraad
Mankende mannen, mannen op krukken, mannen met armen of benen in het gips. Allemaal jonge mannen, twintigers en dertigers: ze zijn op weg naar het veldhospitaal dat wordt gerund door Médecins du Monde (Dokters van de Wereld). Vijftien vrijwilligers, onder wie Bieke (23) uit Antwerpen, en 5 bezoldigde medewerkers verzorgen er schurft, aandoeningen van de luchtwegen en abcessen door insectenbeten. "Maar de laatste tijd vooral lelijke snijwonden door de prikkeldraad en botbreuken door valpartijen wanneer ze op een vrachtwagen of trein proberen te springen", zegt de Nederlands-Britse dokter Phil. Sinds kort is er ook een psycholoog, gezien de toename van mentale problemen zoals depressie en post-traumatisch stresssyndroom. Dagelijks krijgen hier 90 mensen basisverzorging. Vorige maand waren dat er 'slechts' 60 per dag.

Lees verder onder de foto

Tien sigaretten kosten 1 euro in dit winkeltje.
photo_news Tien sigaretten kosten 1 euro in dit winkeltje.

De laatste tijd zien we vooral lelijke snijwonden door de prikkeldraad en botbreuken door valpartijen wanneer ze op een vrachtwagen of trein proberen te springen

Phil, vrijwilligersarts bij Dokters van de Wereld
photo_news
Wachtrij voor het veldhospitaal van Dokters van de Wereld.
LB Wachtrij voor het veldhospitaal van Dokters van de Wereld.
Het kamp ligt in de schaduw van het laatste stuk snelweg naar de carferry richting Engeland. Dat stuk weg is afgezet met een hoog hekken met daar bovenop prikkeldraad.
Jan Demeuleneire voor Photonews Het kamp ligt in de schaduw van het laatste stuk snelweg naar de carferry richting Engeland. Dat stuk weg is afgezet met een hoog hekken met daar bovenop prikkeldraad.

Mensen met botbreuken worden naar de kliniek in Calais gevoerd. Phil leert ze daarna zelf hun injectie tegen bloedklontering te geven. "Als ze na vier tot zes weken uit het gips mogen, proberen ze opnieuw op een trein te springen. Vrouwen krijgen we niet vaak over de vloer. Zij zijn sterker. En minder idioot".

Creatief met paletten
Links en rechts worden nieuwe tenten gebouwd met planken en dekzeil. Vaak gammele wooneenheden, volgestouwd met kampeermatjes en afgedankte matrassen. Maar hier en daar zien we pareltjes van 'creatieve bouwkunst met paletten'. De zaag die nog in mijn autokoffer slingert, geef ik aan drie Somalische nieuwkomers die een barak aan het bouwen zijn.

Architectuurstudent in bouwsector
Een auto rijdt langs, een jonge kerel laadt vuilniszakken in een aanhangwagen. Julien is student architectuur en woont in het naburige Marck. "Sinds 15 juni, na de examens, kom ik twee tot drie keer in de week vuil ophalen. Maar ik help hier ook barakken bouwen. Ik breng hout en andere bouwmaterialen en leer ze hoe ze hun tent goed kunnen isoleren. Ik betaalde alles uit eigen zak, maar gisteren heb ik een cheque van 400 euro gekregen van de hulporganisatie Calais Ouverture et Humanité. Julien vertelt dat de naaste omwonenden vrede hebben genomen met de aanwezigheid van de vluchtelingen.

"Ze weten ondertussen dat die mensen niet agressief maar eerder sympathiek zijn. De mensen die wat verderop wonen daarentegen en bang zijn om hier eens te komen kijken, foeteren wel op het kamp en de vluchtelingen". In The Jungle is een dertigtal hulporganisaties actief, er zijn ook tal van privé-initiatieven uit de regio en, opmerkelijk, ook van heel wat Britten dragen hun steentje bij. Zij werven fondsen en doen schenkingen. Er is geen nijpend voedseltekort, maar warme kledij, dekens en vooral schoenen zijn felbegeerd.

'Salaam'
In de duinen liggen kriskras paadjes waarlangs de tenten dicht tegen elkaar gepakt staan. Daar de Somaliërs, daar de Soedanezen, ginds de Eritreeërs, daar de Ethiopiërs. Hier en daar staat telkens een vijftal tenten in een halve cirkel opgesteld. In de Afrikaanse jungle zie je vaak lachende gezichten, iedereen die je kruist zegt vriendelijk 'salaam', 'bonjour' of 'hello'. Aan de andere kant van het kamp ligt het Midden-Oosten: mensen uit Afghanistan, Syrië, Iran, Pakistan of Irak. De sfeer is er gereserveerder, zij weigeren vaak te praten. Mannen lopen voorbij met stapels pas gehakt hout op het hoofd. De stank van plastic afval dat mee wordt verbrand, gaat na enkele uren wennen.

Liefje in Antwerpen
Een tienerjongen pookt in een smeulend vuurtje. In de pan ligt gerookte haring, geschonken door een hulporganisatie. Hassan is 16 jaar en komt uit Egypte. Via ons land kwam hij in Calais terecht. Hij bracht enkele weken door in Antwerpen, waar hij een Marokkaans meisje ontmoette dat hij nu zijn liefje noemt.

"Zij zal me volgen naar Engeland, maar eerst moet ik mijn vrienden hier helpen. Ik ben hier nu één week, de laatste twee dagen heb ik niets gegeten. 's Nachts probeer ik op een trein of truck te geraken, 's morgens kom ik terug naar het kamp en slaap ik enkele uren. Als ik dan nog in de rij moet gaan staan voor het eten, is alles op tegen de tijd dat het mijn beurt is".

Bom op huis
Hassan komt uit Caïro. "Elke dag zijn er gevechten, maar waarom weet ik niet. Religieus geweld. We kregen een bom op ons huis, mijn vader is dood. Elke dag is er gevaar. Hier helpen de Egyptenaren elkaar".

"Of ik ga bidden in de moskee? Nee. Ik heb al drie dagen geen douche kunnen nemen. Wat zou ik gaan bidden? Ik ben onrein". Hassan heeft enkel een T-shirt en een short. We beloven dat we hem een trui zullen brengen. 's Anderendaags, als we hem tegen de middag bezoeken na zijn nachtelijke vluchtpoging, moeten zijn vrienden hem wekken. "Bedankt en sorry, ik moet nu terug wat slapen". Hij heeft verse snijwonden aan zijn enkel. "Over de prikkeldraad geklommen".

Lees verder onder de foto

Architectuurstudent Julien (20) woont in het naburige Marck en komt tot drie keer per week vuilnis ophalen. Hij leert de migranten ook hun tenten steviger te bouwen en goed te isoleren.
Jan De Meuleneir voor Photonews Architectuurstudent Julien (20) woont in het naburige Marck en komt tot drie keer per week vuilnis ophalen. Hij leert de migranten ook hun tenten steviger te bouwen en goed te isoleren.
photo_news

In de Afrikaanse jungle zie je vaak lachende gezichten, iedereen die je kruist zegt vriendelijk 'salaam', 'bonjour' of 'hello'. Aan de andere kant van het kamp ligt het Midden-Oosten: mensen uit Afghanistan, Syrië, Iran, Pakistan of Irak. De sfeer is er gereserveerder, zij weigeren vaak te praten

photo_news

Zij zal me volgen naar Engeland, maar eerst moet ik mijn vrienden hier helpen. Ik ben hier nu één week, de laatste twee dagen heb ik niets gegeten. 's Nachts probeer ik op een trein of truck te geraken, 's morgens kom ik terug naar het kamp en slaap ik enkele uren. Als ik dan nog in de rij moet gaan staan voor het eten, is alles op tegen de tijd dat het mijn beurt is

Hassan (16) uit Egypte heeft in Antwerpen een Marokkaans meisje ontmoet
photo_news
photo_news

Ook vrouwen en kinderen op school
In de late namiddag zien we voor het eerst kleine kinderen. De moeders met jonge kinderen verblijven in het voormalige vakantiecentrum dat aan het kamp grenst. Ze komen niet vaak in het kamp, maar er is net een infonamiddag geweest om na de mannen ook de vrouwen en de kinderen naar het schooltje te laten komen. Kinderen en moeders krijgen taart met koffie, thee of frisdrank. Het ijs is gebroken, binnenkort leren niet alleen de mannen hier de taal van Molière.

Hotel Zimako
Het klaslokaaltje is het werk van Zimako, een breedlachende Nigeriaan. Hij zal onze gids en hotelier worden. Over een slaapplek hoeven fotograaf Jan en ik ons geen zorgen meer te maken, we logeren in Hotel Zimako, ruim drie sterren. Hij begint meteen zijn slaaptent uit te vegen en met een luchtverfrisser te spuiten. Dan wil hij naar de supermarkt, we bieden hem een lift aan. "Lust je pasta?", vraagt hij. Ik besluit een rudimentaire bolognesesaus te maken, een ruime pot met anderhalve kilo rundvlees. Zimako heeft in wat hij zijn chalet noemt een gasfornuis en al het nodige keukenmateriaal. Het wordt al donker, maar met het licht van mijn gsm lukt het om de potten niet te laten vallen. Zimako nodigt vier Soedanese vrienden uit voor het diner: pasta met een kroes water. Ze bedanken me tot drie keer toe en verdwijnen dan voor het avondgebed in de moskee. Zimako schenkt oploscappucino bij het licht van de straatlantaarn.

Truckchauffeurs razen door
De nacht valt en we besluiten naar de plek te gaan waar de vluchtelingen, ingeduffeld tegen de nachtelijke koelte, hun leven op het spel zetten. Elke nacht opnieuw. Op het braakliggend terrein langs de snelwegafrit 'tunnel sous la manche' voor vrachtwagens duiken schimmen op: in groepjes van drie tot tien mensen steken ze de weg over, de vrachtwagens razen voorbij, de chauffeurs toeteren als ze menselijke silhouetten zien.

Zimako: "Vaart minderen doen ze niet, integendeel. Op dit stuk weg staan geen bewakingscamera's. Ze geven net extra gas. Als ze iemand aanrijden, zijn daar geen beelden van". In de verte zien we zwaailichten van de politie, een ziekenwagen van de brandweer snelt voorbij. "De politie is te talrijk vanavond, het is onmogelijk iets te ondernemen. Bovendien hebben ze een Afghaanse man hardhandig aangepakt. Ze hebben hem in de zij getrapt", beweert een groepje terugkerende Syriërs.

Sprankeltje hoop
Sommigen kamperen in de snelwegberm en houden dat dan een maand vol. "Dan zijn ze moe en keren ze terug naar het kamp. Uitgerekend die week slaagt één van hun vrienden erin de overtocht te maken. Het is altijd een teleurstelling, maar er zit ook telkens een sprankeltje hoop in dat ze opnieuw naar hier drijft", weet Zimako. Zijn gevoel voor humor verliest hij er niet bij. "Zal ik mijn vriend David Cameron bellen, en vragen dat hij jullie met de taxi komt halen?", roept hij naar een groepje Eritreeërs.

Saïd, een Afghaanse jongen van 14 jaar, foetert dat de aanwezigheid van journalisten de vluchtpogingen bemoeilijkt omdat de beveiliging dan extra strak is. Zimako merkt op dat Saïd, mits enige begeleiding, in Frankrijk zou kunnen blijven. "Ze laten hem dan naar school gaan, zorgen voor opvang en op zijn achttiende krijgt hij een Franse identiteitskaart".

"Vanavond wint de politie"
Het ziet er niet naar uit dat er deze nacht ook maar één enkele vluchteling de overkant van het Kanaal haalt. Niemand weet ook maar bij benadering hoeveel migranten de voorbije maanden hun jungle in Calais voor het vermeende paradijselijke Groot-Brittannië wisten te verruilen. Op de terugweg naar het kamp sloffen groepjes asielzoekers door de kille nacht, het hoofd naar het Franse trottoir dat ze beginnen te verachten. "Vanavond heeft de politie gewonnen", besluit Zimako.

Lees verder onder de foto

Het klaslokaaltje is het werk van Zimako, een breedlachende Nigeriaan. Hij zal onze gids en hotelier worden. Over een slaapplek hoeven fotograaf Jan en ik ons geen zorgen meer te maken, we logeren in Hotel Zimako, ruim drie sterren. Hij begint meteen zijn slaaptent uit te vegen en met een luchtverfrisser te spuiten

Zimako uit Nigeria bouwde het schooltje helemaal alleen. Nu wil hij nog twee scholen en een ziekenhuis bouwen met paletten. En hij kan voetballen ook.
photo_news Zimako uit Nigeria bouwde het schooltje helemaal alleen. Nu wil hij nog twee scholen en een ziekenhuis bouwen met paletten. En hij kan voetballen ook.
photo_news

Vaart minderen doen de truckchauffeurs niet, integendeel. Op dit stuk weg staan geen bewakingscamera's. Ze geven net extra gas. Als ze iemand aanrijden, zijn daar geen beelden van

Zimako
photo_news
Jan De Meuleneir voor Photonews
Jan De Meuleneir voor Photonews
Chris uit Ukkel geeft les in het schooltje en toont de tekeningen die de kinderen maakten van hun overtocht van de Middellandse Zee.
photo_news Chris uit Ukkel geeft les in het schooltje en toont de tekeningen die de kinderen maakten van hun overtocht van de Middellandse Zee.

Fotograaf Jan en ik besluiten om twee uur 's nachts onder de wol te kruipen. Maar Zimako steekt eerst nog twee kaarsen aan in onze slaaptent. "Je zal het merken, over een halfuurtje is het lekker warm". De tent is één en al superbrandbaar materiaal, gecapitoneerd met nylon dekens.

Van Maria naar Jeanne
De kaarsen naast het Mariabeeldje doen hun werk. Ik blaas ze uit en slaap diep. "Dat je goed hebt geslapen, dat heb ik wel gehoord", merkt Jan 's morgens op.  Ook hij heeft gesnurkt. Inslapen deden we met het geroezemoes van de Soedanezen, ontwaken met het gekakel van de  kip van buurman Alpha, Jeanne.

Zimako staat de afwas al te doen in een emmer en kookt water voor de oploskoffie. In het schooltje zit een tiental mannen in de Franse les. Lerares Chris deelt verf uit, ze laat de mannen een schilderij maken. "This is red. En français?". "Rouge", zegt één van de mannen. "Bien. Rouge. Comme ma sacrée motocyclette qui ne voulait pas démarer ce matin".

Berlijnse Muur
Zimako deelt koffie en thee uit. Een Engels koppel wilde "de schande van Calais" eens met eigen ogen wilde zien. "Ik werk in Londen voor Eurotunnel. In The Times las ik een stuk waarin het kamp wordt omschreven als 'Glastonbury, maar dan zonder podia', als een groot zomerkamp met drugs en nachtelijke bacchanalen. Zo fout". Een Duitse bezoeker vloekt: "Hoe is dat in godsnaam mogelijk in Europa? De grens hier lijkt wel de Berlijnse Muur, ik word er opstandig van".

Lees verder onder de foto's

Hotel Zimako. Midden: de keuken annex leefruimte, links de slaaptent.
photo_news Hotel Zimako. Midden: de keuken annex leefruimte, links de slaaptent.

Inslapen doen we met het geroezemoes van de Soedanezen, ontwaken met het gekakel van buurman Alpha's kip Jeanne.

Pasta koken in de keuken van 'Hotel Zimako'.
Jan De Meuleneir voor Photonews Pasta koken in de keuken van 'Hotel Zimako'.
Twee kaarsen en een Mariabeeldje warmen onze slaaptent op.
photo_news Twee kaarsen en een Mariabeeldje warmen onze slaaptent op.
De kleuren in het Frans leren benoemen.
photo_news De kleuren in het Frans leren benoemen.
'Ici on vend du vaccin contre le racisme'. Alpha uit Senegal is de kunstenaar in 'The Jungle'. Rechts het luxehok van zijn kip, Jeanne.
photo_news 'Ici on vend du vaccin contre le racisme'. Alpha uit Senegal is de kunstenaar in 'The Jungle'. Rechts het luxehok van zijn kip, Jeanne.

We nemen afscheid van Zimako. "Je komt toch naar de inhuldiging van de nieuwe school? Ik verwacht volgende week 200 paletten uit Engeland. Dan bouw ik die school op een week tijd. Dan nog een school en een ziekenhuis. Als het hospitaal af is, ben ik hier weg. Als je een voetbalclub kent in België die een goede verdediger zoekt, wil ik best een test komen doen". Zimako lacht breed.

Een normaal leven
In het portaal van de kerk van Calais ligt een tiental matrassen in het gelid. Het is bijna middag, maar iedereen slaapt nog. Behalve Adnan (32) uit Syrië. Hij zoekt in zijn rugzak propere kleren bij elkaar. Voor de kerk staat een mobilhome van Médecins du Monde. Daarin kan Adnan straks een douche nemen. "Ik wil vrede, ik wil een nieuw leven", verzucht hij. Hij slaapt nu al tien nachten in het kerkportaal, het kamp was niets voor hem. Vier maanden geleden ontvluchtte hij zijn geboorteland.

"Ik ben boekhouder, ik had een mooie job in Damascus. Tot de oorlog daar een eind aan maakte. Nu zit ik al drie jaar zonder werk. Ik heb mijn vrouw, ouders, broers en zussen achtergelaten. Dit is geen droom die ik nastreef. Deze reis is een kans die is geschapen door God. Ik heb niets te maken met de oorlog. Al wat ik wil, is een normaal leven. Voor die kloteoorlog alles kapot maakte, behoorde ik tot de middenklasse in Syrië. Die middenklasse bestaat niet meer".

"Ik heb een paar keren geprobeerd op een truck te springen, maar dat doe ik niet meer. Wat ik vind van de Britten? Ik weet het niet. Het is hun land, het zijn hun grenzen. Vrienden heb ik hier niet, nee". Adnan weent.

Verontwaardigd en verward
In de wagen op weg naar huis worstel ik met verontwaardiging om de menselijke ellende die ik de voorbije 24 uur zag. Verwarring ook: wat moet Frankrijk doen, wat moet Groot-Brittannië doen? Wat doen 'wij' met deze mensen? Laten we ze aan hun lot over, of bieden we ze eerlijke kansen? En uit wat putten zij na een reis vol misère zoveel veerkracht, vindingrijkheid en moed? Raakt de bron van hun hoop dan nooit opgedroogd? Hoe mooi en ontroerend dat is. De lach achter de traan.

Uit wat putten zij na een reis vol misère zoveel veerkracht, vindingrijkheid en moed? Raakt de bron van hun hoop dan nooit uitgedroogd?