Waarom Clinton met meer stemmen toch verliest

De teleurstelling is groot bij de Clinton-aanhangers.
REUTERS De teleurstelling is groot bij de Clinton-aanhangers.
47,7 procent tegenover 47,5 procent. Het verschil is klein, bijzonder klein zelfs, maar de Democratische presidentskandidate Hillary Clinton heeft in absolute termen meer kiezers achter zich gekregen dan Donald Trump. Toch werd niet zij, maar hij, verkozen tot nieuwe president van de Verenigde Staten. Het doet terugdenken aan de presidentsverkiezingen van 2000 toen Al Gore populairder was dan George W. Bush, maar die laatste uiteindelijk toch won.

129,1 miljoen Amerikanen hebben hun stem uitgebracht bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Volgens de laatste tellingen hebben 59.415.096 Amerikanen op Clinton gestemd (of 47,7 procent), Trump kreeg 59.229.732 stemmen achter zijn naam of 47,5 procent.

Intussen is nog altijd maar 92 procent van de stemmen geteld, het blijft nog wachten op de officiële uitslagen in drie staten: Minnesota (dat naar Clinton neigt), Michigan en New Hampshire (die beiden naar Trump neigen). De krant New York Times verwacht dat de Democrate uiteindelijk met zo'n 0,6 procent voorsprong zal eindigen.

Dat iemand die de 'popular vote' wint uiteindelijk geen president wordt, heeft te maken met het Amerikaanse kiessysteem dat zich opsplitst in 'electoral votes' (het aantal kiesmannen) en 'popular votes' (het aantal daadwerkelijke stemmen dat een kandidaat achter zijn naam krijgt).

Per staat kan een presidentskandidaat een aantal kiesmannen - bepaald volgens het aantal inwoners - binnenrijven. Zij duiden in een kiescollege uiteindelijk de nieuwe president aan. Trump heeft intussen 290 kiesmannen achter zijn naam, Clinton 218.

In de einduitslag maakt het aantal stemmen dus evenwel niets uit.

Dat iemand toch de 'popular vote' wint, maar uiteindelijk geen president wordt, is vrij uitzonderlijk. Toch was dat ook in 2000 het geval toen de Republikeinse presidentskandidaat George W. Bush 50.456.002 stemmen binnenhaalde (47,87 procent) tegenover 50.999.897 stemmen (48,38 procent) voor de Democratische presidentskandidaat Al Gore. Deze laatste greep uiteindelijk naast de macht en moest zich na een beslissing van het Hooggerechtshof bij die beslissing neerleggen.