Exclusief voor abonnees

Vijf etappezeges is een score uit oorlogsjaren

photo_news

Op 17km van de meet had Maciej Bodnar nog een voorsprong van 50 seconden op het peloton. Mijn hart sloeg over. Zouden we het dan toch nog meemaken dat een Ronderenner solo over de meet komt? Ik snakte ernaar als een kind naar snoep.

Het controleren van de sprintersploegen in vlakke etappes komt me de strot uit. Dat georganiseerde opportunisme heeft niets heroïsch. Het is goedkoop, banaal zelfs. Domme overmacht versus avontuur.

Bodnar is een talentvolle tijdrijder, maar tegen de collaboratie van de sprintersploegen kon ook hij niet op. Ik vraag me af of die sprintersploegen dan geen enkele gêne kennen voor hun hold-up op de eenzame fietser. Dat schaamteloze jagen deugt toch niet. Drie kilometer voor de finish had Bodnar nog 17 seconden bonus. Met een laatste dot gas kon hij het redden. Het lukte niet. Ingelopen. Ik haat het repetitieve exhibitionisme van dominantie, of het nu om Kittel of om Froome gaat.

Vijf ritten winnen in de Tour is prehistorisch. Dat Marcel Kittel een amusant-beschaafde kop heeft, mag geen excuus zijn. Vijf etappezeges is een score uit oorlogsjaren, je wil ze niet meer voor je rekening nemen. Geluk wordt dan een scenario.

André Greipel faalt in snelheid en zelfvertrouwen. Maar dat geeft Marc Sergeant nog niet het recht om zijn sprinter af te serveren als kreupelhout. Greipel heeft Lotto een decennium lang glorie gebracht. In zijn eentje. Zijn oude benen verdienen een orgie van dankbaarheid. Zeker niet die zure sneren over teleurstellende resultaten.

Blijf wie je altijd was, Marc Sergeant: geboren gentleman.