Vijf dingen die je moet weten om de verkiezingen vannacht te begrijpen

EPA
We schreven het al: niet degene die de meeste stemmen haalt, wordt de volgende Amerikaanse president, wel degene met de meeste kiesmannen.

In totaal zijn er 538 kiesmannen te verdelen. Het aantal per staat is het gebaseerd op het aantal inwoners en varieert van 3 (onder meer Alaska en Vermont) tot 55 (Californië).

Het volstaat om de meerderheid van de stemmen te halen in een staat, om dan volgens het 'winner takes all'-principe alle kiesmannen achter zich te scharen. Enige uitzonderingen zijn Maine en Nebraska: daar worden de kiesmannen verdeeld volgens het aantal stemmen.

De kiesmannen duiden uiteindelijk de president en vicepresident aan. In geval van een ex aequo - als beide kandidaten 269 stemmen achter zich zouden krijgen - beslist het Congres wie de winnaar is.

Het kiescollege stamt uit de tijd van de eerste president, George Washington. De 'Founding Fathers' waren bang dat de burgers zelf niet de juiste keuze zouden kunnen maken. Daarom lieten ze hen stemmen op lokale vertegenwoordigers, die ongetwijfeld wél slim genoeg waren om 'juist' te kiezen.

Het totale aantal stemmen van de Amerikaanse burgers (popular vote) wijkt soms af van de uitslag in het kiescollege (electoral vote). Herinner u de verkiezingen van 2000: toen werd George W. Bush president, terwijl Al Gore een half miljoen méér Amerikanen had kunnen overtuigen.