Exclusief voor abonnees

Vechten tegen de tijd

Welkom in het weekend

rv

Iris en Jeroen, het jonge koppel dat iedereen ontroerde tijdens de slotshow van 'Iedereen Tegen Kanker'. "Bedankt om te vechten", zei Iris tegen haar man, die twee keer kanker kreeg. Een 'bedankt' wordt vaak snel en automatisch uitgesproken. Maar als het op die manier gebeurt, besef je weer: wat mooi, eigenlijk.


Een cijfer waar we al enkele dagen naar uitkijken, en dat vandaag hopelijk waarheid wordt. 20 graden. Wat zou dat eens deugd doen.


Eén ding onthoud ik, van deze eerste week in het proces van de kasteelmoord.


Tijd is iets formidabels.


Ik verslind dat, de kasteelmoord. Die bekentenis, en hoe dat komt. Hoe de dokter toch wel schrok, toen hij voor die volle rechtszaal stond, en dat de druk hem mogelijk op de knieën bracht. Of dat het misschien gewoon een berekende zet is, om alsnog te bekennen, en schuld te verschuiven.


Maar stiekem denk ik graag bij mezelf: heeft de tijd niet gewoon zijn werk gedaan? Zoals dat eigenlijk altijd gebeurt? Niet alleen in de beste doktersfamilies, maar bij iedereen? Noem me gerust naïef, maar ik denk graag dat dokter Gyselbrecht gewoon is gevloerd door die vijf jaar sinds de moord. Ingehaald door de tijd.


Tijd wordt doorgaans voorgesteld als iets zachts. Tijd heelt alle wonden, weet u wel. En tijd brengt raad, nietwaar. Het verstrijken van de jaren, als milde bondgenoot. Soms wordt echter vergeten, hoe hard en streng de tijd kan zijn. Toch voor zij die vechten tegen het verleden.


Deze week moest ik bijvoorbeeld terugdenken aan Michel Scantamburlo, de Brusselaar die in 1991 zijn vrouw aan stukken sneed en in een diepvries stopte. Het leek de perfecte moord, maar acht jaar later praatte hij toch zijn mond voorbij. "Ik kon het niet meer aan", vertelde de man op zijn proces. "Elke dag zei ik tegen mezelf in de spiegel: 'Dag moordenaar.'" Scantamburlo liep jaren vrij rond, leek ermee weg te komen. Maar hij werd ingehaald door die 2.920 ochtenden voor de spiegel.


Tijd brengt raad? Neen. Voor mensen die vooral proberen te verbergen, brengt tijd juist onraad. De dagen knagen en peuteren. Het gerecht soms ook. Steeds harder moeten ze, ergens in hun hoofd, tegen een luikje duwen waarachter de waarheid staat te kloppen. Dan begint de waarheid te bonzen. Uiteindelijk te beuken.


Tijd heelt alle wonden? Dat klopt soms voor de slachtoffers. Maar zij die de pijn hebben veroorzaakt, en aanvankelijk fluitend leken verder te doen, voelen hoe de tijd trage krasjes maakt. Er schuurt iets in hun gedachten. Tot ze schaafwonden krijgen. Dan doorligwonden. Tot ze vrezen: ga ik hieraan kapot?


Toegegeven, er zijn types die daar allemaal weinig last van hebben. De pure psychopaten. De volslagen zotten. Tussen ons: niet bepaald mensen om jaloers op te zijn. Ofwel kunnen ze het verschil tussen goed en kwaad net zo min uitleggen als het verschil tussen links of rechts, en eindigen ze schuddebollend tussen vier muren. Ofwel moeten ze na een tijd vaststellen dat de wereld die rond hun grote ego leek te draaien toch slimmer blijkt dan ze dachten. Plots ontmaskerd. Plots moeten ze verdwijnen in 'Nacht und Nebel'. Weg, met ingetrokken staart.


Gerechtigheid is soms nog trager dan het gerecht, maar ik geloof graag dat ze komt. De tijd doet immers altijd zijn werk. A la tête du client, dat wel. Wie zich min of meer fatsoenlijk gedraagt, heeft de tijd aan zijn kant, als een mooie belofte. De optimisten beleven dat voorrecht voluit, en zingen en klappen van 'Het beste moet nog komen'. Meer ingetogen types hopen stilletjes: 'Mijn tijd komt nog wel.' Maar wie daarentegen weet dat er nog rekeningen openstaan, kan enkel vrézen dat zijn tijd komen zal.


Uiteraard, de meeste mensen hebben weinig te vrezen. Niet van het gerecht, niet van anderen, niet eens van zichzelf. U en ik, nietwaar. Goed volk dat zich altijd beheersen kan, zelfs bij de occasionele colère. U en ik, wij blijven weg van het messenblok en voelen evenmin de behoefte om de gereedschapskelder in te duiken. Maar toch. Als ik naar mezelf kijk, en de paar mensen die ik pijn heb gedaan in mijn leven, moet ik vaststellen dat de tijd nooit helemaal losgelaten heeft. Ik voel soms nog dat neepje, dat kneepje. Die zweem van schaamte. Soms is mij nadien zélf aangedaan wat ik anderen voordien had aangedaan. Zo sluw is de tijd immers wel.


Ter zake. Nu de waarheid bekend is, moeten we nog horen wat dokter Gyselbrecht gepresenteerd krijgt. Maar hoeveel jaar het ook wordt qua straf, de tijd zal als vanzelf oordelen. Want hoe moet dat nu verder met zijn dochter, die deze bekentenis op haar boterham kreeg als pas bevallen vrouw? Met de nieuwe schoonzoon, vader van zijn vijfde kleinkind, die aan een draadje in dat web van familiale intriges hangt? En dan vooral: de kleinkinderen. Die kan men nu nog vertellen dat opa abusievelijk tussen de stouteriken vertoeft, daar in Brugge. En ja, er zullen in deze zaak zeker verzachtende omstandigheden zijn. Maar mettertijd zullen de kleinkinderen op zijn minst beseffen, als ze voor de dokter zitten: "Jij hebt mijn vader laten vermoorden." Kinderen worden mettertijd de strengste rechters, zegt men. Volgende generaties wegen altijd de vorige. En niemand die daar iets voor moet doen. Het rijpen van de geesten gaat helemaal vanzelf.


Daarom vind ik tijd dus formidabel. Soms is hij opeens rijp. Soms nog niet. Maar sowieso komt er altijd een volgend Groot Gebeuren. Niemand die het lang op voorhand weet, en niemand die het tegenhouden kan. Het gebeurt gewoon. Op een dag staat een dokter in een rechtszaal, en blijken vijf jaar lang genoeg. De tijd heeft gewerkt.

Dit artikel is exclusief
voor abonnees.

Word ook abonnee en lees onbeperkt alle artikels. Meer dan 200.000 mensen gingen je voor.

Kies hier je voordeelperiode: