Thé Lau: oerrocker van 'Blauw' tot 'Platina Blues'

ANP
Thé Lau zal vooral herinnerd worden als oprichter en bezieler van de Nederlandse rockband The Scene. De zanger stierf thuis in Amsterdam op dinsdag 23 juni 2015, ongeveer een jaar na zijn concert in de Brusselse AB.

Thé Lau, geboren als Matheus J. Lau, wordt op 17 juli 1952 geboren in het Noord-Hollandse Bergen. Hij start zijn muzikale loopbaan in de jaren zeventig bij bands als Tortilla, Turquoise, Neerlans Hoop Express en Music Garden. In 1979 richt hij The Scene op. De band brengt aanvankelijk vooral singles uit in eigen beheer en verandert zowat maandelijks van samenstelling. Toch is er ook dan al het karakteristieke geluid dat de groep zal blijven kenmerken, met centraal de hese en rauwe stem van Thé Lau.

The Scene neemt aanvankelijk nummers op in zowel het Engels als het Nederlands, maar het grote succes komt pas wanneer de band in de loop van de jaren tachtig definitief overstapt naar het Nederlands. Met 'Blauw', dat in 1991 uitkomt, schrijft The Scene rockgeschiedenis. Het titelnummer wordt een hit, ook de single 'Iedereen is van de wereld' doet het erg goed en The Scene verdient met de plaat definitief haar plaats in de Hall of Fame van de Nederrock. Wat begon als een Engelstalige band is in enkele jaren uitgegroeid tot een van de belangrijkste Nederlandstalige rockbands.

Ook de opvolger van 'Blauw', 'Open', wordt op lof onthaald. Het album komt uit in 1992 en is net als het voorgaande geproduced door Rick De Leeuw. Nadien volgen 'Avenue de la Scene' (1993) en Arena' (1996).


Belga


Succesvol solowerk

Ook solo zit The Lau niet stil: tussendoor neemt hij de soundtrack van de Vlaamse film 'Gaston's War' op. In februari 1997 start Thé Lau met solo-optredens langs de Vlaamse en Nederlandse theaters. Iets wat hij de jaren nadien elke winter zal blijven doen. In tegenstelling tot de rockconcerten van The Scene ligt het accent bij deze optredens veel meer op de teksten en kunnen er meer ballads worden gepeeld. The Scene komt later met een Duitstalig album en in de wintermaanden trekt Thé Lau opnieuw naar de theaters en brengt het solo-album '1998' uit.

Najaar 2000 verschijnt het verzamelalbum 'Rauw, Hees en Teder'. In de zomer van 2001 staat The Scene opnieuw op de podia van verschillende Belgische en Nederlandse festivalpodia en nadien gaat Lau weer solo aan het werk: 'God van Nederland' komt uit in 2002. Hoewel Thé Lau meermaals verkondigt dat zijn solocarrière niet het einde is van The Scene valt eind 2002 toch het doek over de groep, wanneer de zanger dat in een interview met De Telegraaf in november bevestigt.

Schrijfsels
Thé Lau kon zijn creativiteit niet alleen kwijt in muziek: begin 2000 debuteerde hij als schrijver met de verhalenbundel 'De Sterren Van De Hemel', waarop opnieuw een solotournee volgt. Daarna verschijnen onder meer een tekstbundel, de dvd 'The Show' (2003), de roman 'Hemelrijk' (2004), een tweede solalbum 'Tempel Der Liefde' (2006) en verhalenbundel 'In De Dakgoot' (2006). In 2007 volgt '1000 vissen' een bibliofiele uitgave met verhalen over de Amsterdamse Spaarndammerbuurt, waar Thé Lau sinds 15 jaar woont en werkt.

Ondertussen speelt hij op verschillende optredens opnieuw met een aantal leden van The Scene. Die krijgen opnieuw de smaak te pakken en besluiten in 2007 opnieuw te gaan toeren met de drie vroegere bandleden (Jeroen, Emilie en Otto). Er komt ook een nieuwe cd '2007', waarop tien klassiekers van de band in een nieuw jasje zijn gestoken. Op verschillende tracks doen gasten mee: onder meer Sarah Bettens van K's Choice bij 'Blauw' en Tom Barman op 'Rigoureus'. Het veertiende album van The Scene komt uit in 2009 'Liefde op doorreis', waarna in 2012 'Code' volgt.

kos
ANP

Kale haveloze dood
In augustus 2013 werd bekendgemaakt dat Thé Lau aan keelkanker lijdt. Na de behandeling liet de zanger weten dat de chemo en bestralingen goed waren verlopen en de ziekte overwonnen was. In april 2014 kwam dan het slechte nieuws dat Thé Lau uitzaaiingen had in de longen en uitbehandeld was. De prognose was toen dat hij nog zes tot negen maanden te leven had.

De band organiseerde daarop een kleine tour om de zanger een waardig afscheid te gunnen. Er volgden nog vier optredens, op 7 juni op Pinkpop, op 17 juni in de Heineken Music Hall, op 14 juni in de De Lotto Arena in Antwerpen en een laatste op 21 juni in de Brusselse AB.

Thé Lau zelf nam van zijn publiek afscheid met de soloplaat 'Platina Blues'. De plaat is een veertig minuten durend ostinato, of zoals Lau het zelf omschrijft: een muzikale droomreis. De liedjes gaan in elkaar over en spelen zich af tussen één uur 's nachts en zes uur 's ochtends in kamer tien op de vijfde verdieping, waar Lau's keelkanker werd bedwongen.

"Ik ga nu slapen / Mij wacht de nacht / Ik kan niet wachten / Op wat me wacht", zijn de beginregels van 'Platina Blues', een song over een man die zich verzet tegen de "kale haveloze dood", "de vuile uitzichtloze dood".

Lau laat een vrouw, Marijke, en twee zonen achter.