Spanje eist dat VS plutonium ruimen na kernongeval in '66

Tijdens een routineuze bijtankoperatie botste de bommenwerper met het tankvliegtuig en beide toestellen stortten neer.
Tijdens een routineuze bijtankoperatie botste de bommenwerper met het tankvliegtuig en beide toestellen stortten neer.
In 1966 botste boven het Zuid-Spaanse Palomares een Amerikaanse B52 bommenwerper met een tankvliegtuig tijdens een routineuze brandstofbevoorrading. Vier kernbommen vielen in de buurt van het dorp Palomares en over een groot gebied raakte plutonium verspreid. Spanje eist nu dat de Verenigde Staten de opruiming daarvan afmaakt.

Drie waterstofbommen vielen op 17 januari 1966 in en rond Palomares, een vierde landde zeven kilometer verder in de Middellandse Zee.

"Gigantische vuurbal"
Manolo Gonzalez getuigt voor de BBC: "Ik stond buiten en hoorde een enorme ontploffing. Ik keek omhoog en zag een gigantische vuurbal. De twee vliegtuigen braken in stukken".

Gonzalez zag hoe één helft van de brandende B52 vlakbij de lagere school neerstortte waar zijn vrouw op dat moment les aan het geven was.

Niemand op de grond verloor het leven. De locals noemen dat het enige positieve aan het hele incident.

De vier bemanningsleden van het tankvliegtuig kwamen om het leven en ook drie van de zeven mannen aan boord van de B52 konden niet tijdig hun schietstoel gebruiken.

Koude Oorlog
Er was in 1966 slechts één telefoontoestel in Palomares, stromend water was er nog niet. Maar toch vlogen elke dag de modernste oorlogstoestellen boven de arme Zuid-Spaanse regio. Het was het hoogtepunt van de Koude Oorlog.

De VS hadden tussen 12 en 24 bommenwerpers met kernkoppen permanent in de lucht, zo groot was de vrees voor een nucleaire aanval van de Russen. Die Amerikaanse bommenwerpers volgden verschillende routes in verschillende delen van de wereld. De B52 die in Palomares neerstortte vloog op de zuidelijke route, in een bocht van zijn basis in Noord-Carolina rond de Middellandse Zee. Het tankvliegtuig was opgestegen van een basis in Zuid-Spanje en zou de B52 bijtanken voor zijn terugvlucht naar de VS.

Twee parachutes gingen niet open
Gezien de kernbommen niet geladen waren, kwam er geen kernexplosie. Normaal zouden de parachutes aan de bommen die zacht moeten hebben laten landen, waardoor geen nucleaire besmetting zou gebeuren, maar twee van de vier parachutes gingen niet open. De impact deed ze uiteenspatten, waardoor bijzonder giftig radioactief plutonium werd verspreid. Een vierde kernbom belandde in zee en raakte bekend als 'de verloren waterstofbom'.

Vlak na de crash streken honderden Amerikaanse militairen en wetenschappers neer in Palomares, met als doel het terugvinden en bergen van de kernbommen.

"Wat ze besloten, was dat ze de besmette grond zouden weghalen op de meest besmette plekken", verklaart wetenschapster Barbara Moran, die het boek 'The Day We Lost the H-Bomb' schreef.

"Ze hebben toen letterlijk tien centimeter grond afgeschraapt, in vaten verzegeld en verscheept naar een opslagplaats in de VS".

De Spaanse en de Amerikaanse regeringen hebben toen alles gedaan om de wereld te verzekeren dat er geen gevaar was. De Amerikaanse ambassadeur Biddle Duke kwam zelfs vanuit Madrid naar Palomares om voor de tv-camera's in zee te gaan zwemmen. Toen een reporter hem vroeg of hij een spoor van radioactieve straling had gemerkt, antwoordde hij lachend: 'Als dit radioactiviteit is, ben ik er dol op'".

Lees verder onder het hiernavolgend filmpje met archiefbeelden van de Spaanse televisie.

 
Normaal zouden de parachutes aan de bommen die zacht moeten hebben laten landen, waardoor geen nucleaire besmetting zou gebeuren, maar twee van de vier parachutes gingen niet open. De impact deed ze uiteenspatten, waardoor bijzonder giftig radioactief plutonium werd verspreid. Een vierde kernbom belandde in zee en raakte bekend als 'de verloren waterstofbom'

De Amerikaanse marine zette meer dan 20 schepen in om de verloren bom te gaan zoeken.

Vier maanden later kon hij op een Amerikaans oorlogsschip getakeld worden vanop een diepte van 869 meter. Het werd de duurste reddingsoperatie van de Amerikaanse marine tot dan toe: 10 miljoen dollar.

Nog 40 hectare besmet
De Verenigde Staten en Spanje kwamen overeen de inwoners van Palomares jaarlijks aan een medisch onderzoek te onderwerpen en ook de bodem, het water, de lucht en de gewassen te controleren op radioactieve besmetting. Al die jaren is geen bewijs gevonden dat iemand ziek werd door het incident, dus is iedereen Palomares vergeten. Behalve de inwoners. De Amerikanen hadden tijdens hun opruimingsactie immers enkele besmette terreinen over het hoofd gezien.  

Ruim 40 hectare grond zou nog altijd besmet zijn. De Spaanse onderzoeker Carlos Sancho schat dat er tussen 7 en 11 kilo plutonium in de bodem terechtkwam.

"Maar als we aan de grond beginnen raken, riskeren we dat het plutonium verspreid raakt".

De besmette gronden zijn omheind. Er mogen geen gewassen op gekweekt worden, er mag ook niet op gebouwd worden. Het Spaanse ministerie van Energie stelt het als volgt: "Laat het plutonium liggen en er is geen probleem". Maar net dat vinden de inwoners van Palomares het probleem.

Gemiste kansen
Het is vooral het imago van het dorp dat schade opliep, oordeelt barman Andres Portillo: "Telkens de media over dit verhaal beginnen, krijgt het toerisme hier klappen. Heel wat mensen willen hier niet komen omdat ze denken dat de levenskwaliteit hier lager ligt en dat hier meer kanker voorkomt dan elders, wat niet het geval is".

Volgens sommige bewoners zou Palomares zonder de negatieve publiciteit even populair zijn als zijn beroemde buurstad Marbella.

De gemeenschap daar zit gevangen: klagen de inwoners, dan haalt het ongeval terug de media en zakt het aantal bezoekers. Net als de prijzen die boeren krijgen voor hun gewassen.

Maar nu, 46 jaar na het incident, lijkt het erop dat Spanje en de VS op een permanente oplossing aansturen. Eerder dit jaar ontmoette de Spaanse buitenlandminister Jose Garcia-Margallo zijn Amerikaanse collega Hillary Clinton.

Wanneer? Wie? Hoe?
"Minister Clinton heeft beloofd dit nog binnen haar ambtstermijn op te lossen", verklaarde Margallo na afloop. Maar het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken haastte zich die belofte te ontkrachten. Volgens een woordvoerder van de Amerikaanse ambassade in Madrid zijn verdere gesprekken nakend, maar het is nog onduidelijk wanneer een akkoord kan bereikt worden over wie voor de kosten van de tweede opruimingsronde zal opdraaien, hoe het zal gebeuren en waar de besmette grond zal opgeslagen worden.

Museum in vorm van B-52
En dus wachten de inwoners van Palomares. Zoals ze al bijna een halve eeuw doen. Nu en dan durven ze nog dromen. Zoals de plaatsvervangende burgemeester Juan Jose Perez, die hoopt dat de tragedie nog iets positiefs inhoudt. Hij wil immers een museum bouwen waarin verklaard wordt hoe het ongeluk is gebeurd. "Misschien zelfs een museum in de vorm van een B-52 bommenwerper", verklaart hij. "We zouden zelfs geleide wandelingen door de getroffen gebieden kunnen aanbieden".

Maar voor het zo ver komt, moeten volgens Perez de Amerikanen eerst hun rotzooi komen opruimen.

 
De besmette gronden zijn omheind. Er mogen geen gewassen op verbouwd worden, er mag ook niet op gebouwd worden. Het Spaanse ministerie van Energie stelt het als volgt: "Laat het plutonium liggen en er is geen probleem". Maar net dat vinden de inwoners van Palomares het probleem.