Qatar betaalde 2,5 miljoen euro aan zoon van Lamine Diack voor WK's van 2017 en 2019

AP
Het Qatarese investeringsfonds QSI heeft volgens het Franse dagblad Le Monde zo'n 3,5 miljoen dollar (2,5 miljoen euro in die tijd) betaald aan een marketingbedrijf waarbij de zoon van Lamine Diack, ex-voorzitter van de Internationale Atletiekfederatie (IAAF), de plak zwaait, om het WK atletiek van 2017 binnen te halen. Uiteindelijk kreeg Londen de voorkeur op de Qatarese hoofdstad Doha voor de organisatie in 2017, maar kreeg Doha later wel de organisatie voor het WK in 2019.

Le Monde kreeg het bewijs van twee overschrijvingen in handen, in totaal goed voor 3.499.950 dollar. Dat bewijs werd verzameld door de Amerikaanse fiscus. Het bedrag werd door Oryx Qatar Sports Investments (QSI) in twee schijven uitbetaald aan het bedrijf Pamodzi Sports Consulting, dat geleid wordt door Papa Massata Diack, op 13 oktober en 7 november 2011. Enkele weken eerder, op 5 september, kondigde Doha zijn kandidatuur aan voor het WK atletiek van 2017. Vier dagen na de tweede overschrijving kreeg uiteindelijk Londen en niet de Qatarese hoofdstad de organisatie van het WK toegewezen.

In 2013 haalde Qatar wel de organisatie voor het WK van 2019 binnen ten nadele van het Amerikaanse Eugene en het Spaanse Barcelona. Qatar beloofde meteen 37 miljoen dollar (32 miljoen euro) neer te tellen voor de sponsoring en de televisierechten.

Papa Massata Diack, raadgever van het IAAF tot 2014, wordt er ook van verdacht een rol te hebben gespeeld in het corruptieschandaal bij de top van het IAAF om positieve Russische dopingtests te verdoezelen in ruil voor geld. Diack verblijft momenteel in Senegal en heeft een internationaal aanhoudingsbevel tegen zich lopen van de Franse justitie, die de leiding heeft over dat dossier. Zijn vader Lamine Diack, voorzitter van het IAAF van 1999 tot 2015, wordt al sinds november 2015 beschuldigd van corruptie en witwassen in dezelfde zaak.

Le Monde gaf ook nog mee dat Papa Massata Diack en QSI gevraagd werden naar een reactie, maar niet wensten te antwoorden.

AP
getty