Obama ondertekent aangepaste spionagewet

President Barack Obama heeft een aangepaste wet voor binnenlandse veiligheid ondertekend. Inlichtingendiensten mogen vanaf nu niet meer willekeurig mensen afluisteren en telefoongegevens aftappen en bewaren. Om gegevens van telecombedrijven in te zien, moeten ze eerst toestemming hebben van de rechter.

De wet werd eerder op de dag goedgekeurd door de Amerikaanse Senaat. Die ging met 67 tegen 32 stemmen akkoord met de wet. De zogeheten USA Freedom Act beperkt de mogelijkheden van de inlichtingendiensten om mensen af te luisteren. Eerder had het Huis van Afgevaardigden met het wetsvoorstel ingestemd.

Omdat de Senaat afgelopen zondag niet tot overeenstemming over de aangepaste wet kwam, verliepen gisterochtend 06.00 uur (Belgische tijd) drie belangrijke spionageprogramma's die deel uitmaakten van de zogeheten Patriot Act-wetgeving. Daardoor mochten inlichtingendiensten tijdelijk geen grootschalige afluisteroperaties meer voeren.

Toenmalige president George Bush voerde de Patriot Act in na de terreuraanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington. De Patriot Act maakte het de inlichtingendiensten mogelijk op grote schaal mensen af te luisteren. De wetgeving is zwaar omstreden, voornamelijk de telefoonafluisterpraktijken van de NSA, onthult door klokkenluider Edward Snowden. De USA Freedom Act vervangt de bijna vijftien jaar oude wet.

Belangrijkste wijziging is dat de massale en automatische opslag door de NSA van alle metadata van in Amerika gevoerde telefoongesprekken niet meer mag. Die data blijven in handen van de telefoonbedrijven. Als de NSA toegang tot die data wil, moet hij daarvoor toestemming vragen bij de rechter.

EPA