Na 2,5 jaar: "Nog heel wat (stoffelijke) resten op rampplek MH17"

EPA
In het oosten van Oekraïne, op de plek waar vliegtuig MH17 op 17 juli 2014 uit de lucht geschoten werd, zouden nog veel resten liggen "die de moeite waard zijn om te onderzoeken". Dat zegt alvast een Nederlandse journalist die ter plekke ging om een documentaire te draaien. Hij krijgt echter kritiek omdat hij sommige spullen zou hebben meegenomen in een vuilniszak.

Na meer dan twee jaar lijkt het erop dat nog heel wat persoonlijke bezittingen zijn blijven liggen op de rampplek. "Stukken aluminium en metaal, delen van raamkozijnen, stoelnummers, dat soort dingen", zegt de Nederlandse journalist Michel Spekkers nadat hij het gebied een bezoek bracht.

De journalist is erg geschrokken en denkt dat hij ook menselijke resten heeft gevonden. "Experts moeten straks bepalen wat het precies is, maar ik weet natuurlijk wel hoe een bot eruit ziet. Ik vond ze op een plek waar het logischerwijs van een van de slachtoffers zou kunnen zijn. We zijn inmiddels 2,5 jaar verder, ik vind dit schandalig."

De journalist krijgt nu echter wel kritiek omdat hij op Twitter meldde dat hij een deel van de bezittingen in een vuilniszak meeneemt naar Nederland, voor onderzoek. Een woordvoerder van de Stichting MH17 vindt het vervelend dat er niet respectvol met eventuele resten wordt omgegaan. Spekkers heeft zijn excuses al aangeboden: "Het laatste wat ik wil, is dat nabestaanden nog meer pijn moeten lijden, ik doe dit juist voor hen.''

Vier Belgen
Vlucht MH17 vertrok op 17 juli 2014 op de luchthaven van Amsterdam en had als eindbestemming Kuala Lumpur, de hoofdstad van Maleisië. Het vliegtuig werd boven het Oost-Oekraïense dorp Hrabove, Donetsk, neergehaald nadat het was geraakt door een luchtdoelraket. 298 passagiers en bemanningsleden overlevenden de crash niet. Vier Belgen lieten het leven, 193 inzittenden hadden de Nederlandse nationaliteit.

Omdat de brokstukken verspreid lagen over een gigantische oppervlakte, was het bergen van de lichamen en de vliegtuigonderdelen een erg moeilijke klus. Dat het vliegtuig was neergestort in een conflictgebied waar pro-Russische separatisten en het Oekraïense leger strijd leverden, maakte het onderzoek er niet makkelijker op.