Hoe zinnig is een hoofdtelefoon van 50.000 euro?

Sennheiser
Op elektronicabeurs IFA werd er een hoofdtelefoon op onze kruin gezet die een winkelprijs van 50.000 euro heeft: de MH1, het grote prestigeproduct van de Duitse fabrikant Sennheiser. Zijn geluid klonk alsof het door een peloton engeltjes op ons trommelvlies werd geblazen. Het is gewoon niet anders: rijke mensen krijgen betere muziek.

Vergulde keramieken elektrodes. Elektronenbuizen onder kleine stolpen van kwartsglas. Een met platina bezette trilplaat in beide oorschelpen. Een versterker in een marmeren behuizing, vervaardigd met marmer uit het Italiaanse Carrara, hetgene dat Michelangelo ook gebruikte om zijn wereldberoemde beeldhouwwerken als Mozes en David uit te beitelen. Knoppen met een afwerking van koper en chroom.

Natuurlijk klinkt het geluid dat uit de MH 1 komt, de nieuwe 50.000 euro kostende hoofdtelefoon van Sennheiser, hemels. De Duitse fabrikant hoefde er daarvoor niet eens bij te vertellen dat hij in zijn fabriek in Wedemark, nabij Hannover, een team van dertig geluidsingenieurs - 'Tonmeisters' - in dienst heeft genomen, die zich uitsluitend over dit product hebben ontfermd. Of dat de 6.000 componenten die erin zitten met een minimum aan machinale fabricage werden geassembleerd tot het eindproduct: het is een ambachtswerk.

Sennheiser

Prestigelijn

De MH 1 is geen folie van het 70 jaar oude hoofdtelefoonmerk om marketing-gewijs op te vallen: hij is de geestelijke opvolger van de Orpheus-hoofdtelefoons, een lijn van prestigeproducten die in 1991 werd gestart door Sennheiser, en het beste van het beste - topmaterialen, het beste vernuftelingenwerk - aanbood voor een navenante prijs. De eerste Orpheus-toestellen kostten in hun tijd ook al 20.000 Duitse mark (400.000 toenmalige Belgische franken of 10.000 euro, 25 jaar inflatie niet meegerekend).

Sennheiser is ook lang niet de enige fabrikant die hifi-apparatuur met een voor gewone stervelingen onwaarschijnlijk lijkende prijs verkoopt: de Britse fabrikant Bowers & Wilkins verkoopt bijvoorbeeld, met zijn Nautilus-geluidsboxen, een stereosetje waarvoor ware liefhebbers zo'n 65.000 euro neertellen. Het is gewoon niet anders: rijke mensen krijgen - los van de keuze van wat ze opleggen - betere muziek in hun oren.

Culinair geluid

In een afgesloten hokje dat Sennheiser had gereserveerd op zijn stand op de Berlijnse elektronicabeurs IFA, beluisterde ondergetekende 'The Drugs Don't Work' van The Verve en 'Sky & Sand' van Paul Kalkbrenner op het toestel. De eerste song omdat hij vol gitaarplukjes, strijkerts en andere arrangementen zit, de tweede omdat elektronische muziek per definitie uit een kleurrijke compositie van bliepjes bestaat.

Alles klonk, vanzelfsprekend, loepzuiver. Zeker wanneer u, zoals ondergetekende, hoofdtelefoons van een paar honderd euro gewend bent.  Maar klonk het noodzakelijk beter dan een hoofdtelefoon die duizend of tweeduizend euro kost en dus ook al op een audiofiel publiek mikken, zoals de eveneens op IFA voorgestelde Z1R van Sony? Het enige juiste antwoord daarop is: ongetwijfeld. De betere Hifi, zo vertellen experten me, levert een ervaring op die je bij de beste benadering 'culinair' kunt noemen.

Iemand die weinig sterrenrestaurants aandoet in zijn leven zal absoluut genieten van de keuken die ze pakweg in Le Moulin de Mougins serveren, en de verfijndheid erkennen van hetgene wat zijn smaakpapillen raakt. Zo zat Uw Dienaar daar ook ongeveer in dat demohok van Sennheiser: als een gestampte boer die ze ineens een vijfsterrenmaaltijd opvoederen. Maar wie zich wel vaker in toprestaurants ophoudt, zal veel meer details en schakeringen herkennen, en het smakenpalet veel beter naar waarde kunnen schatten. 'An acquired taste', heet dat mooi in het Engels. En eens u die voldoende hebt ontwikkeld in uw gehoor, kunt u eens kijken waar u nog 50.000 euro hebt liggen rondslingeren.

Sennheiser
Sennheiser