EU: "Asielzoekers op homoseksualiteit testen is onwaardig"

THINKSTOCK
Het "doet afbreuk aan de menselijke waardigheid" om buitenlanders die een asielaanvraag indienen omdat ze naar eigen zeggen vervolgd kunnen worden voor hun homoseksualiteit te onderwerpen aan een test om hun seksuele geaardheid te onderzoeken. Dat zegt het Europees Hof van Justitie. Het onderzocht de zaak van drie asielzoekers van wie de asielaanvraag in Nederland werd afgewezen omdat hun geaardheid niet kon worden aangetoond.

De drie, die door het Hof A, B en C worden genoemd, zijn afkomstig uit Afghanistan, Gambia en Oeganda. Ze verklaarden in Nederland dat ze in eigen land vervolgd dreigden te worden omdat ze homo zijn. Maar omdat hun geaardheid niet kon worden bewezen, wezen de Nederlandse asielinstanties hun aanvragen af. Ze tekenden beroep aan, waarop de Nederlandse Raad van State de vraag doorspeelde aan het Europees Hof in Luxemburg: welke grenzen worden er gesteld aan de verificatie van de seksuele geaardheid van asielzoekers?

In zijn arrest verschaft het Hof de nationale autoriteiten een viertal "aanwijzingen". Uitgangspunt is dat elk dossier individueel moet worden behandeld. Als een asielzoeker een aantal vragen die verband houden met stereotype opvattingen van homoseksualiteit niet kan beantwoorden, is dat op zich geen voldoende grond om te besluiten dat hij of zij niet geloofwaardig is. Vragen naar de "praktische invulling" van de seksuele beleving kunnen evenmin, vindt het Hof, want die doen afbreuk aan het respect voor het privéleven.

Phallometrie-methode
Verschillende Europese landen onderwerpen zelfverklaarde homoseksuelen aan tests om hun geaardheid te onderzoeken. Dat is in Nederland niet het geval, maar bijvoorbeeld wel in Tsjechië en Slovakije, waar pornografische afbeeldingen getoond werden en vervolgens de fysieke reactie gemeten werd - de zogenaamde phallometrie-methode. Zulke medische tests en verzoeken aan asielzoekers om video-opnamen van hun seksuele handelingen voor te leggen, kunnen niet door de beugel, meent het Hof. "Zij hebben niet noodzakelijkerwijs bewijswaarde en zouden afbreuk doen aan de menselijke waardigheid."

Tot slot, zegt het Hof, kan een asielaanvraag ook niet worden afgewezen omdat iemand niet meteen heeft verklaard homoseksueel te zijn. De rechters in Luxemburg wijzen in die context op de terughoudendheid bij het onthullen van intieme aspecten van het privéleven.