ESA gaat door met ontwikkeling Ariane-6 draagraket

Een model van hoe de Ariane-6 er in de toekomst kan uitzien.
AFP Een model van hoe de Ariane-6 er in de toekomst kan uitzien.
De Raad van het Europese Ruimtevaartbureau ESA heeft vandaag beslist door te gaan met de ontwikkeling van de nieuwe draagraket Ariane-6. Dit heeft directeur draagraketten Gaele Winters van de in Parijs gevestigde organisatie bekendgemaakt.

De Raad heeft de voortgang van het programma bekeken en unaniem beslist de opvolger van de Ariane-6 te blijven ontwikkelen. "Het signaal is duidelijk", zei Winters. "Ariane-6 wordt meer en meer realiteit".

Moordende concurrentie
Op hun top in Luxemburg hebben de voor ruimtevaart bevoegde ministers van ESA in december 2014 beslist dat Europa de Ariane-6 zal krijgen die goedkoper zal zijn dan de huidige superraket Ariane-5. Het ruimtevaartbureau hoopt met de nieuwe draagraket beter de moordende concurrentie op de internationale lanceermarkt aan te kunnen gaan. Bedoeling is de kost met de helft te verminderen. De 22 landen kwamen in Luxemburg toen ook overeen om in september 2016 een tussenevaluatie te maken.

De eigenlijke ontwikkeling van de nieuwe Europese draagraket is in handen van het bedrijf Airbus Safran Launchers (ASL). ESA en ASL hebben daartoe in augustus 2015 een contract van 2,4 miljard euro ondertekend, met een vast engagement van 600 miljoen euro voor de eerste acties. De eerste Ariane-6 zou al in 2020 moeten vliegen, om in 2023 volledig operationeel te zijn. Het dossier komt volgens Winters niet aan bod tijdens de volgende top van ESA, begin december in het Zwitserse Luzern.

Twee versies
Om aan uiteenlopende behoeften van klanten te kunnen voldoen zal de raket uit twee versies bestaan. Met twee A62 opduwraketten richt de Ariane-6 zich naar de institutionele markt, met een capaciteit van vijf ton. De commerciële markt komt aan zijn trekken met een versie die vier "boosters" heeft en waardoor de capaciteit naar 10,5 ton oploopt.

AFP