Eén jaar na geweldexplosie Maidan staat onderzoek nog nergens

Oekraënse bevolking legt bloemen aan het monument in Kiev voor de Maidan-activisten die er tijdens een protestactie tegen de overheid precies een jaar geleden om het leven kwamen.
EPA Oekraënse bevolking legt bloemen aan het monument in Kiev voor de Maidan-activisten die er tijdens een protestactie tegen de overheid precies een jaar geleden om het leven kwamen.
Precies één jaar na de explosie van geweld op het Maidanplein in Kiev staat het onderzoek naar de gebeurtenissen die de val van president Viktor Janoekovitsj inluidden, nog nergens. Voor het nieuwe regime in Kiev is haast ook niet geboden: ten eerste heeft het geheel andere kopzorgen - de falikant verlopen strijd in het Oosten en de economische teloorgang. Ten tweede kunnen kiev en bondgenoten best leven met de tot dusver als feit voorgestelde versie van het drama.

In die versie vielen de bijna honderd doden, sindsdien geëerd als de 'Hemelse Honderd', martelaren van de democratie, door geschut van de inmiddels opgeheven speciale politie, de Berkoet. En opdracht tot dat geweld werd gegeven door Janoekovitsj, die aldus terecht door een coup werd afgezet. Hoe heroïsch dat verhaal ook klinkt, met de tijd begint het grotere barsten te vertonen. Met name wie die snipers, scherpschutters, waren die op het Onafhankelijkheidsplein demonstranten zowel als politie neermaaiden, blijft een cruciale vraag.

Ter gelegenheid van de eerste verjaardag van Euromaidan publiceerde Amnesty International onder de titel 'Justice Delayed, Justice Denied' een kort rapport over hoe er nog steeds geen gerechtigheid is geschied voor de slachtoffers van het geweld. Dat rapport zoomt vooral in op de slachtoffers van politiegeweld voorafgaande aan de gewelddadige anticlimax van het protest.

Gebrek aan bewijs

Sinds de coup zijn voor het geweld op Maidan zeggen en schrijven drie ex-agenten van de Berkoet aangeklaagd, van wie er één na op borgtocht te zijn vrijgelaten spoorloos is verdwenen. Maar zelfs in die zaken, zo stelde het persbureau Reuters in een onderzoek vast, kampen de aanklagers met een gebrek aan bewijs. Bij het geweld werden ook minstens 13 ordehandhavers gedood. Daarvoor is vooralsnog niemand aangeklaagd. Ook nabestaanden van mensen die niet door de oproerpolitie werden gedood, vangen bij de rechtbanken bot.

Reeds snel na de februaricoup doken andere versies van de feiten op. Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Vitaly Zachartsjenko stelde in april reeds dat de Berkoet niet de daders, maar de doelwitten van de Maidantragedie waren. In een gelekt telefoongesprek in maart tussen toenmalig EU-"buitenlandminister" Catherine Ashton en de minister van Buitenlandse Zaken van Estland, Urmas Paet, maakte laatstgenoemde duidelijk dat "er steeds meer bewijs is dat achter de scherpschutters niet Janoekovitsj zat, maar iemand van de nieuwe coalitie". Ook voormalig chef van de Oekraïense Veiligheidsdienst Aleksandr Jakimenko gaf later toe dat agenten en burgers werden gedood door snipers die zich in het Conservatoriumgebouw en Hotel Ukraina hadden gevestigd, beide gebouwen die op dat moment in handen van de toenmalige oppositie waren. Begin oktober verscheen de meest grondige studie tot dusver van de gebeurtenissen van 20 februari. In zijn paper 'The Snipers' Massacre on the Maidan in Ukraine' komt professor Ivan Katchanovski van de universiteit van Ottawa, Canada, via een gedetailleerde reconstructie aan de hand van videobeelden, radiocommunicatie en getuigenissen tot de conclusie dat de massa én de ordehandhavers door leden van de Euromaidanbeweging werden beschoten.

Losse schroeven

En in de aanloop naar de "verjaardag" kwamen vorige week ook de BBC en de Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) met berichten die de officiële versie op losse schroeven zet. De BBC liet een zekere 'Sergej' aan het woord, die bekende aangeworven te zijn om als scherpschutter paniek te zaaien. De FAZ citeert Vladimir Parasjoek, destijds leider van de paramilitaire eenheden van Euromaidan en huidig parlementslid, volgens wie veel Maidandemonstranten wapens met zich hadden meegebracht. Parasjoek is geen doetje: de man vocht aan het "oostfront" aan de zijde van het beruchte Dniprobataljon.

De versie dat huidige machthebbers achter het Maidandrama zitten, zou meteen ook verklaren waarom er zo weinig haast gemaakt wordt om de kwestie gerechtelijk uit te spitten. Het onderzoek viel trouwens initieel in handen van Andrij Paroebij, verantwoordelijk voor nationale veiligheid. Meteen werd de vos bij de kippen gezet, want Paroebij, bevelhebber van de "zelfverdedigingstroepen" van Euromaidan, wordt in de getuigenissen naar voren geschoven als opdrachtgever van de 'snipers'. Paroebij is de leider van de ultrarechtse Sociaal-Nationalistische Partij van Oekraïne, die wegens nazi-bijklanken omgedoopt werd tot Svoboda (Vrijheid). De man zelf ontkent alle betrokkenheid en stelt dat de scherpschutters uit Rusland kwamen.

De toenmalige oppositie beschikte ook over een uitgebreid wapenarsenaal. Enkele dagen voor Maidan plunderden zij immers politiekantoren in Lviv, Ivano-Frankivsk en andere West-Oekraiense steden. Die wapens zouden vervolgens naar de hoofdstad zijn overgebracht. Dat ontkracht dan weer de mythe van de met stokken en het woord gewapende democratieliefhebbers versus een zwaargewapende politiemacht.

Dat er sprake zou zijn van twee groepen snipers, wordt tegengesproken door de vaststelling van medici dat alle slachtoffers gevallen zijn onder hetzelfde soort kogels.

EPA

Propagandaoorlog

Zo is ook "Maidan" een speelbal geworden in de propagandaoorlog tussen het Westen en Rusland. Velen in Oekraïne geloven de versie dat, via de pro-Russische Janoekovitsj, Moskou achter het geweld zat. In Rusland is iedereen ervan overtuigd dat het bloedbad georchestreerd is, via rechts-nationalistische bewegingen als Svoboda en Pravy Sektor, door de CIA. 

Overigens is 'Maidan' niet het enige onderzoek dat op zich laat wachten. Zo is er de slachtpartij van Odessa begin mei die "onderzocht zal worden", blijft het wachten op bewijsmateriaal over MH17 en moet nog uitgespit worden wie enkele weken geleden de stad Marioepol en bussen in Donetsk heeft beschoten.

Dat een en ander in Kiev lang kan duren, moge blijken uit de zaak-Gongadze. Die journalist, die gold als regimekritisch, werd in het jaar 2000 gedood. Een onderzoek in 2002 leverde weinig op. In 2013 werd een politieofficier wegens moord tot levenslang veroordeeld. Deze week kondigde justitie in Kiev aan dat de zaak wordt heropend. Gongadze werd, naar men vermoedt, vermoord wegens zijn kritiek op toenmalig president Leonid Koetsjma. Wil het toeval dat het huidige regime bij de Normandië-onderhandelingen in Minsk vertegenwoordigd werd door, jawel, Koetsjma.