Consensus over zware beroepen

ANP
Er bestaat een consensus tussen de overheidsvakbonden en de overheden over de criteria die zullen worden gebruikt om te oordelen over wat wel dan niet een zwaar beroep is. Dat bevestigt Luc Hamelinck, voorzitter van de christelijke overheidsvakbond ACV Openbare Diensten.

Binnen het Nationaal Pensioencomité wordt onderhandeld over wie wel dan niet een zwaar beroep uitoefent. Wie een zwaar beroep uitoefent, kan vroeger op pensioen gaan.

Vandaag werd het voortgangsrapport over die zware beroepen afgeklopt. Veel 'voortgang' stelt dat rapport nog niet voor: bonden en werkgevers zijn bereid om verder te onderhandelen, en wachten nu op antwoord van de regering over de omvang van het budget dat tot hun beschikking staat.

Dat overleg wordt zowel voor de privé- als de openbare sector gevoerd. In de openbare sector is er wel al een consensus over, bevestigt Hamelinck. Of al dan niet een zwaar beroep wordt uitgeoefend, zal op basis van vier criteria worden beoordeeld: belastende arbeidsomstandigheden, belastende werkorganisatie, emotionele werkbelasting en verhoogde veiligheidsrisico's.

Die criteria moeten nu nog verder worden verfijnd om ze in de praktijk te kunnen omzetten. Hoeveel ambtenaren uiteindelijk in de categorie zwaar beroep zullen vallen, is nog niet duidelijk. "Alle cijfers daarover zijn op drijfzand gebaseerd", aldus Hamelinck.