Zuid-Soedanese rebellen ontkennen etnische zuivering, en beschuldigen leger

Rebellenleider Riek Machar.
AFP Rebellenleider Riek Machar.
De Zuid-Soedanese rebellen die geleid worden door de vroegere vicepresident Riek Machar hebben ontkend in het noordelijke dorp Bentiu honderden burgers gedood te hebben. Ze beschuldigen het regeringsleger en zijn bondgenoten, waarmee de rebellen al sinds midden december strijd leveren.

Gisteren had de VN de troepen van Machar ervan beschuldigd, op basis van etnische motieven, die burgers gedood te hebben toen ze Bentiu heroverden op het regeringsleger. Volgens de VN-missie in Zuid-Soedan (Minuss) is de slachtpartij op 15 april begonnen. De rebellen hebben al bevestigd op die dag de controle over Bentiu heroverd te hebben. Machars rebellen hebben in een persbericht de "ongegronde beschuldigingen" en de "belachelijke aantijgingen" ontkend.

"Regeringsleger is verantwoordelijk"
"Het regeringsleger en zijn bondgenoten zijn volledig verantwoordelijk voor de systematische moorden van burgers en buitenlanders in Bentiu", aldus Lul Koang, militair woordvoerder van de rebellen, in het persbericht.

"De Minuss-onderzoekers hebben bevestigd dat, toen de rebellentroepen op 15 en 16 april Bentiu veroverden, ze een bepaald aantal plaatsen doorzocht hebben waar honderden Zuid-Soedanese en buitenlandse burgers onderdak gevonden hebben", aldus de VN. "Daar zijn honderden burgers gedood, nadat hun etnische afkomst of nationaliteit achterhaald was."