Zuid-Soedan wil minder hulp uit buitenland ondanks dreigende hongersnood

Vluchtelingen uit Zuid-Soedan in een VN-kamp in Bentiu.
ap Vluchtelingen uit Zuid-Soedan in een VN-kamp in Bentiu.
Zuid-Soedan, dat in juli 2011 onafhankelijk werd van Soedan na decennia van geweld, heeft gisteren een wet gestemd die het aantal buitenlandse humanitaire hulpverleners flink terugschroeft. Door de burgeroorlog in het land hebben miljoenen mensen dringend nood aan hulp.

De nieuwe wet zegt dat maar 20 procent van het humanitaire personeel van ngo's uit het buitenland mag komen. De humanitaire organisaties "moeten ervoor zorgen dat zeker 80 procent van hun werknemers uit Zuid-Soedan komen, en dit op alle niveaus: het kaderpersoneel, het tussenkader en de gewone werknemers", zo staat in de wettekst, die nog door president Salva Kiir moet worden ondertekend.

De humanitaire organisaties in Zuid-Soedan hebben vaak meer dan 80 procent lokale inwoners in dienst, maar niet in leidinggevende functies of op posten die een zeker niveau van specialisatie vergen.

De hulpverleners zijn bezorgd over de mogelijke gevolgen voor hun inspanningen om de slachtoffers van de burgeroorlog te helpen. Sommigen verklaarden anoniem bang te zijn van een clausule van de wet die in zware gevangenisstraffen, tot wel drie jaar, voorziet voor "valse verklaring".

De burgeroorlog in Zuid-Soedan brak op 15 december 2013 uit met gevechten binnen het leger, dat ondermijnd was door politieke en etnische conflicten aangewakkerd door de rivaliteit tussen president Kiir en zijn voormalig vicepresident Riek Machar. Ondertussen telt het land 2,3 miljoen ontheemden en 3,9 miljoen hulpbehoevenden.

De organisatie van Oost-Afrikaanse landen IGAD riep de verschillende partijen in het conflict vorige week op voedselhulp door te laten naar zones waar hongersnood dreigt.