Oproep Decaluwé valt in dovemansoren: "Het zijn mensen, geen zwerfkatten"

Benny Proot
'Gelieve niet te voederen.' Een bordje zoals in de dierentuin hangt er nog niet in Zeebrugge, waar een groepje vluchtelingen bivakkeert. Maar gouverneur Carl Decaluwé hoeft z'n verf­borstel niet boven te halen: zijn onderdanen luisteren toch niet.

Ze waren met veertien gisteren, de Iraanse vluchtelingen aan het kerkje van de Strandwijk in Zeebrugge. Hun situatie is bekend. Ze hoéven geen honger te lijden. Zodra ze in Brussel asiel aanvragen, hebben ze minstens voor een tijd lang recht op een bad, een bed en warm eten. Maar dat laten ze allemaal aan zich voorbijgaan ­omdat ze inzetten op Engeland, het beloofde land. Even was de kerk in Zeebrugge een warm onderkomen, maar die deuren zijn intussen weer dicht. En dus huizen de vluchtelingen nu onder een klein afdakje dat de plaatselijke petanqueclub ooit liet bouwen. Dat brengt toch een beetje beschutting tegen die ijzige zeebries, maar het maakt de stapels met dekens, plastic dekzeilen, sjaals en ­mutsen hoegenaamd niet overbodig. Het zijn hier allemaal mannen die - sommigen met drie broeken over ­elkaar getrokken - de koude trot­seren. De honger niet. Want West-Vlaams gouverneur Carl Decaluwé mag nog een hele week lang op de voorpagina oproepen om geen vluchtelingen meer te 'voederen', ze zullen er hier geen hap minder voor eten.

LEES DE VOLLEDIGE REPORTAGE IN ONZE DIGITALE KRANT (NU VIJF WEKEN GRATIS PROEF)

Henk Deleu