Migratietiegolf weegt op allochtone werkloosheid

Asiselzoekers wachten aan het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen in Brussel. Foto uit augustus 2015.
EPA Asiselzoekers wachten aan het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen in Brussel. Foto uit augustus 2015.
De allochtone werkloosheid in Vlaanderen is in januari op jaarbasis gestegen met 1,2 procent. Dat blijkt uit de cijfers over de werkloosheidscijfers vrijgegeven door Vlaams minister van Werk Philippe Muyters.

Aanleiding voor de stijging is de migratiegolf die op gang kwam als gevolg van de vluchtelingencrisis in 2015. "Die vluchtelingen beginnen zich stilletjes aan af te tekenen in de werkloosheidscijfers", klinkt het bij het kabinet Muyters.

Dat blijkt vooral duidelijk uit de nationaliteit van de werkzoekenden. Voor het eerst zijn er heel wat mensen afkomstig uit Syrië, Irak en Afghanistan: drie landen waaruit heel wat mensen zijn weggevlucht. Het is voor het eerst dat die nationaliteiten prominent in de cijfers over allochtone werkloosheid opduiken.

De allochtone werkloosheid steeg in januari met 1,2 procent tot 62.249. In december was er nog een lichte daling van het aantal allochtone werklozen met 0,1 procent.

Een specifieke dienstverlening bij de VDAB voor werkzoekenden afkomstig uit Syrië, Irak en Afghanistan is er niet. "We leggen de nadruk op maatwerk. In het geval van de vluchtelingen gaat het vooral om taalcursussen, zoveel mogelijk in een werkomgeving", klinkt het bij Muyters. Bij de VDAB zijn wel 35 extra mensen aan de slag specifiek met het oog op werkzoekenden uit vluchtelingenlanden.

Vlaamse werkloosheid blijft dalen

Nog uit de cijfers blijkt dat de Vlaamse werkloosheid blijft dalen. Al sinds augustus 2015 daalt de werkloosheid elke maand. Eind januari telde Vlaanderen 222.255 niet-werkende werkzoekenden. Dat zijn er 10.676 of 4,6 procent minder dan een jaar eerder. De werkloosheid daalt in bijna alle categorieën en in alle provincies.

De jeugdwerkloosheid (-25 jaar) daalt met 4,0 procent, de werkloosheid in de middenleeftijdsgroep (25-50 jaar) met 4,4 procent en bij 50-plussers is er een daling van 5,3 procent. De 50- tot 55-jarigen en de 55- tot 60-jarigen dalen zelfs met respectievelijk 8 en 8,1 procent. Alleen bij de 60-plussers is er nog sprake van een stijging, maar die is te wijten aan de regels rond de langere beschikbaarheid.