Turks leger: "We hebben 41 PKK-militanten gedood sinds donderdag"

AFP
Het Turkse leger heeft naar eigen zeggen sinds donderdag in Noord-Irak en Zuidoost-Turkije 41 militanten van de Koerdische Arbeiderspartij PKK gedood. Het nieuwsagentschap Firat, verbonden met de PKK, bevestigde recente Turkse luchtaanvallen, maar repte niet over slachtoffers.

Gisteren heeft de Turkse interim-regering het parlement gevraagd, het vorig jaar oktober goedgekeurde mandaat dat toeliet een jaar aanvallen in Syrië en Irak uit te voeren, met een jaar te verlengen. Dat mandaat stelt tevens buitenlandse troepen in staat om sommige operaties vanop Turks grondgebied uit te voeren. In juli had Ankara de VS de toestemming verleend luchtmachtbases te gebruiken voor aanvallen tegen de terreurbeweging Islamitische Staat (IS).

Eind vredesakkoord na zelfmoordaanslag
Vorige maand kwam een abrupt einde aan het in 2013 bereikte vredesakkoord tussen de Turkse staat en de in Turkije verboden PKK. Die breuk volgde op een zelfmoordaanslag nabij de grens met Syrië, waarbij 34 Koerden omkwamen.

In het Turkse zuidoosten, waar een meerderheid van Koerden woont, is gisteren een legerkapitein gedood en werd een plaatselijk kantoor van de AKP, de partij van president Erdogan, bestookt met twee bommen. Daarbij viel één gewonde, een politieagent.

Oproep om wapens neer te leggen
De leider van de pro-Koerdische partij Democratische Volkspartij (HDP), Selahattin Demirtas, riep vandaag de rebellen van de PKK op, onvoorwaardelijk de wapens neer te leggen. Zoniet, aldus Demirtas, riskeert Turkije in een burgeroorlog terecht te komen.

Sinds Ankara een militair offensief tegen de Koerden is begonnen, op 24 juli, zijn al zeker 50 Turkse soldaten en meer dan 800 PKK-aanhangers gedood. De strijd tegen de PKK valt samen met en is mogelijk gepaard aan de politieke impasse waarin Turkije zich bevindt nadat na de verkiezingen van 7 juni geen nieuwe regering gevormd is kunnen worden.