Turkije in steek gelaten in strijd tegen IS, moppert Erdogan

AP
De internationale coalitie tegen de terreurgroep Islamitische Staat (IS) heeft het vuile werk tegen de jihadisten volledig aan Turkije overgelaten, zo heeft de Turkse president Recep Tayyip Erdogan zich vandaag beklaagd.

De jongste tijd vinden ook op Turks grondgebied herhaaldelijk aanslagen plaats die aan de soennitisch-fundamentalistische groep worden toegeschreven. "Daesh (het Arabische acroniem voor de terreurgroep) laat ons bloeden met zelfmoordaanslagen en met aanvallen tegen (de Turkse grensstad met Syrië) Kilis", zei het Turkse staatshoofd.

Turkije is lid van de Navo en van de "door de VS geleide, internationale coalitie tegen IS", maar sommige media hebben al uitgebreid geschreven over een op zijn minst economische (olietransport) band tussen Ankara en het wahabistische (de Saoedische variant van de soennitische islam) IS.

Voor Turkije zijn de aanvallen uit Syrië reden geworden om het aantal bombardementen in het noorden van Syrië op te voeren. Voorts voert Ankara een soort antiterreuroperatie tegen de Koerdische PKK in eigen land én met luchtbombardementen ook in Iraaks Koerdistan. Intussen heeft het regime in Ankara ook een gecontesteerde miljardendeal met de Europese Unie gesloten voor de opvang van -vooral Syrische, maar ook Iraakse en Afghaanse - vluchtelingen.