Ga naar de mobiele website
^ Top

Tijdlijn van onafhankelijkheidsproces Kosovo

Voor Kosovo wordt zondag 17 februari een heel bijzondere dag. Dan begint een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van een regio die de laatste 20 jaar met grootschalig geweld en terreur werd geconfronteerd.

Ook voor de Europese Unie betekent een onafhankelijk Kosovo een belangrijk moment, want een sprong in het onbekende en een statement dat de Unie het lot van het eigen continent zelf in handen wil nemen. Desgevallend zonder het fiat van de Verenigde Naties en de grote Russische buur. Een chronologie van een onafhankelijkheidsproces. (belga/ka)

* 1974: Kosovo wordt onafhankelijke provincie
In de nieuwe Joegoslavische grondwet krijgen Kosovo en Vojvodina het statuut van autonome provincies. De federale staat Joegoslavië, die door de vroegere partizaan Josip Broz Tito wordt geleid, bestaat nu uit 6 republieken (Servië, Kroatië, Slovenië, Montenegro, Macedonië en Bosnië-Herzegovina) en 2 autonome republieken. Zo krijgt Kosovo een eigen administratie, parlement en gerecht en wordt het lid van de federale instellingen, zoals het collectief presidentschap en het federaal parlement. Kranten, studie- en schoolboeken uit Tirana worden nu ook in Kosovo verkrijgbaar. Op één wezenlijk punt verschillen de autonome provincies van de republieken. Ze hebben het recht niet om uit de federatie te treden. Wel krijgen ze een vetorecht in federale instellingen. Ondanks het autonoom statuut blijven de Albanese Kosovaren voor een eigen republiek ijveren. De Serviërs willen daar niet van weten. "Hun belangrijkste bezwaar, aldus Mon Detrez, was van sentimentele aard." In Kosovo stond de wieg van het Servendom en ligt de vlakte waarop in 1389 de beslissende slag tegen de Osmanen verloren werd.

* 4 mei 1980: dood van Tito
President voor het leven Tito die sinds 1946 aan de macht is en in 1948 met Stalin breekt, overlijdt in Ljublijana. Regeringsleiders uit 122 landen geven op zijn begrafenis "acte de présence". Een opgemerkte afwezige is de pas verkozen Amerikaanse president Ronald Reagan.

* 11 maart 1981: Kosovaarse opstand tegen Belgrado Protest van Albanese studenten in Pristina tegen de erbermelijke levensomstandigheden op de campus, leidt tot een heuse uitbarsting in grote delen van Kosovo. De politie reageert met vuurwapens en tanks. Volgens niet officiële verklaringen vallen er 11 doden, maar de Albanese Kosovaren hebben het over 1600 doden. De staat van beleg wordt afgekondigd, de nachtklok ingesteld en de scholen gaan dicht. Honderden mensen, vooral intellectuelen en partijkaders, worden aangehouden en achter de tralies gezet. De partijkaders worden grondig "gezuiverd". Ondanks de pogingen van sommige Servische communisten blijft Kosovo echter een autonome provincie. De systematische repressie kan echter niet verhinderen dat het gistingsproces voor meer Kosovaarse autonomie verdergaat.

* 5 juli 1990: Milosevic maakt einde aan Kosovaarse autonomie Onder impuls van Milosovic die in 1987 voorzitter van de Servische communistenbond was geworden, holt Belgrado de autonomie van Kosovo systematisch uithol. Zo beperkt de nieuwe grondwet van 1989 de autonomie van de provincie. In Kosovo komt het regelmatig tot dodelijke confrontaties met de beruchte "specijalci" (speciale veiligheidstroepen). In mei 1990 nemen alle Albanese regeringsleden ontslag en op 2 juli, op de trappen van het parlement in Pristina, stemmen de Albanese vertegenwoordigers voor een zelfstandige republiek binnen het Joegoslavisch staatsverband. Daarop ontbindt de Servische regering het parlement en de regering van Kosovo en komt het bestuur van de provincie in handen van de vice-president van Servië. De politie van Kosovo wordt ontbonden en de Albanese instellingen van Kosovo worden volop "geserbiseerd". Tienduizenden Albanese Kosovaren verliezen hun job. Zowel Amnesty International als Human Rights Watch klagen de grootschalige schending van de mensenrechten door Servië aan. Onder leiding van de schrijver Ibrahim Rugova vormen de Albanezen een schaduwregering en -samenleving.

* 25 juni 1991: Slovenië en Kroatië verklaren zich onafhankelijk
Als Slovenië en Kroatie aankondigen dat ze de Joegoslavische republiek zullen verlaten, kondigt Belgrado de "totale oorlog" aan. Op 25 oktober verlaat het Joegoslavisch Nationaal Leger echter Slovenië, dat aldus feitelijk onafhankelijk wordt. In Kroatië wordt echter tot de zomer van 1995 slag geleverd. Dan worden de akkoorden van Dayton ondertekend en stoppen de gevechten. Reeds in januari 1992 worden Slovenië en Kroatië door een groot deel van de internationale gemeenschap als onafhankelijke staten erkend.

* 24 mei 1992:
Rugova wordt president van Albanese Kosovaren
Uit de autonoom georganiseerde - volgens Belgrado illegale - verkiezingen in Kosovo komt de Liga voor een Demokratisch Kosovo (LDK) van Rugova als grote overwinnaar uit de bus. Ze haalt 96 van de 100 rechtsstreeks te begeven zetels. Rugova wordt tot president verkozen. LDK komt voor een volledig onafhankelijk Kosovo op, belijdt het geweldloos verzet en rekent op de internationale gemeenschap om Belgrado op de knieën te krijgen. Reeds op 19 oktober 1991 roept de Kosovaarse regering in ballingschap de onafhankelijkheid uit. Albanië erkent als enig land de nieuwe staat op 22 oktober 1991. Voor de internationale gemeenschap is een onafhankelijk Kosovo op dat ogenblik absoluut onbespreekbaar.

* 5 maart 1998: slachting in Prekazi en opkomst van KLA/UCK
In Prekazi wordt de Jashari clan, die een beslissende rol in de lokale ontplooiing van het Kosovo Liberation Army (KLA) of het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK) speelt, door de Servische troepen met de grote middelen (artillerie en scherpschutters) uitgeschakeld. 58 mensen worden neergeknald. In 1995 eist het KLA/UCK, waar de huidige premier Hashim Thaci één van de meest opvallende figuren is, voor het eerst een aanslag op : de moord op een Servische politieman. De volgende jaren slaagt het erin om de invloed van het LDK en Rugova systematisch terug te dringen. Met de slachting in Prekazi gaat ook in Kosovo de echte oorlog van start. Het Joegoslavisch leger voert volop versterkingen aan, terwijl het KLA/UCK in heel Kosovo gewapende milities organiseert. Op 23 september keurt de Veiligheidsraad resolutie 1199 goed. Daarin wordt een wapenstilstand bepleit en worden de Servische troepen opgeroepen om Kosovo te verlaten.

* 13 oktober 1998: Navo kondigt ultimatum af
De Servische troepen moeten Kosovo binnen de 96 uur verlaten, zoniet, zo dreigt de Navo op 13 oktober 1999, komen er luchtaanvallen. Enkele dagen later bereiken de speciale VN-gezant Richard Holbrooke en de Servische president Milosevic een akkoord over een gedeeltelijke terugtrekking van de Servische troepen. Het akkoord wordt door de Veiligheidsraad goedgekeurd, maar de volledig tekst wordt nooit publiek gemaakt. Het KLA/UCK van Thaci profiteert van de Servische terugtocht om de eigen machtspositie te versterken. Omdat het KLA niet inbindt, blaast Milosevic het akkoord met Holbrooke op. Aan de Kosovaarse grenzen wordt zwaar militair materieel gepositoneerd. In het dopje Racak executeren de Servische troepen 45 etnische Albanezen.

* 18 maart 1999: akkoorden van Rambouillet
De nieuwe golf van geweld ontlokt een vluchtelingenstroom en op initiatief van vooral de VS komt in Rambouillet een vredesconferentie over Kosovo bijeen. Op 18 maart ondertekenen de Kosovaarse leiders een akkoord dat de autonomie van de provincie herstelt, de terugtrekking van de Servische troepen en de ontwapening van het KLA/UCK gebiedt. Over het definitieve statuut van Kosovo wordt niets bepaald, tenzij dat er later over wordt beslist. Milosevic weigert de Rambouillet-akkoorden te ondertekenen en stuurt nog meer troepen naar Kosovo. Op 22 maart roept secretaris-generaal van de VN Kofi Annan Servië op om de militaire activiteiten onmiddellijk te stoppen. Een dag later waarschuwt Jvier Solana, toen secretaris-generaal van de Navo, dat in Kosovo een humanitaire catastrofe dreigt.

* 24 maart 1999: Navo begint bombardement van 78 dagen
Zonder het groen licht van de VN begint de Navo op 24 maart de Servische stellingen te bombarderen. Het Servisch leger repliceert met een terreurcampagne die tot doel heeft zoveel mogelijk Albanese Kosovaren het land uit te drijven. Pure "ethnic cleansing", inclusief massadeportaties. Circa 863.000 Kosovaren ontluchten het land en daar bovenop komen nog eens 600.000 interne vluchtelingen. De Navo maakte een ernstige inschattingsfout, want het werd geen "quick fix". Pas op 1 juni gaat Milosevic door de knieën. Op 10 juni wordt "Allied Force" afgeblazen, na 26.614 bommen en 500 Servische burgerdoden. In haar rapport komt de Onafhankelijke Internationale Commissie voor Kosovo, die in 1999 op Zweeds initiatief werd opgericht, tot de conclusie dat de Navo-intervantie "illegaal, maar legitiem" was.

* 10 juni 1999: Veiligheidsraad keurt resolutie 1244 goed Resolutie 1244, die systematisch naar de akkoorden van Rambouillet verwijst, legt het kader voor het bestuur van Kosovo vast. Dit in afwachting dat er een definitief statuut komt. Vooreerst moet Belgrado alle militairen, politiemensen en bestuurlijke autoriteiten uit Kosovo terugtrekken. In de plaats komt er een internationale civiele en militaire aanwezigheid. Daarmee wordt de wettelijke basis gelegd voor de ontplooiing van een door de Navo aangestuurde internationale troepenmacht (Kfor) en een door de VN uitgeoefend bestuur, de "UN Interim Administration Mission in Kosovo" (Unmik). De internationale civiele autoriteit kan in Kosovo, dat bijgevolg een heus VN-protectoraat wordt, alle wetgevende, uitvoerende en juridische macht uitoefenen. Verder kreeg Unmik de opdracht om "substantiële autonomie" en "voorlopige instellingen - parlement, regering, president - voor democratisch en autonoom zelfbestuur" op poten te zetten. In resolutie 1244 wordt herhaaldelijk naar de toezegging (commitment) van alle lidstaten verwezen om "de soevereiniteit en territoriale integriteit van de Federale Republiek van Joegoslavië" te respecteren. Heel nadrukkelijk stelt de Veiligheidsraad dat de "substantiële autonomie binnen de Federale republiek wordt uitgeoefend.

* 15 mei 2001: Kosovo krijgt grondwettelijk kader
Onder toezicht van de Speciale Vertegenwoordiger van de VN (SRSG) wordt op 15 mei een grondwettelijk kader afgekondigd. De vraag van de Kosovaren om een heuse grondwet te krijgen, wordt door de VN geweigerd, omdat het teveel naar onafhankelijkheid ruikt. Het document concretiseert de bepalingen van resolutie 1244 inzake substantiële autonomie. Er komt een parlement met 120 zetels waar de Servische minderheid 10 zetels krijgt. Ook de Egyptische, Bosnische en Turkse minderheidsgroepen krijgen samen 10 zetels. De vrouwen krijgen een gereserveerd quotum op de lijsten en de kiezers kunnen alleen een lijststem uitbrengen. De regering mag het beleid uitwerken, maar de SRSG behoudt in alle essentiële kwesties het laatste woord. Bijvoorbeeld het buitenlands beleid, de financiële en begrotingsdoeleinden, de benoeming van rechters en aanklagers. De president die door het parlement wordt verkozen, heeft een symbolische functie. Op 17 november 2001 zijn er de eerste verkiezingen in dit kader. De LDK van Rugova haalt 46,3 procent van de stemmen. De PDK van Thaci volgt op ruime achterstand en de AAK van Ramush Haradinaj wordt derde.

* 24 april 2002: VN lanceert campagne "Standards before Status"
De nieuwe Unmik-chef de Duitser Michael Steiner kondigt de Veiligheidsraad op 24 april aan dat hij concrete doelen zal formuleren om Kosovo beter bestuur, degelijke democratie, bescherming van minderheden en consolidatie van de rechtsorde bij te brengen. "In Kosovo, zo stelt de Veiligheidsraad in december 2003, moet iedereen, ongeacht de etnische afkomst, ras of religie, vrij kunnen leven, werken en reizen." Met hun plan willen Unmik en Steiner de Serviërs overtuigen dat Kosovo tolerant wordt. Tegelijkertijd wordt "Standards for Status" een mantra om de Kosovaren duidelijk te maken dat er nog werk aan de winkel is vooraleer de onderhandelingen over onafhankelijkheid kunnen beginnen. De gevolgen blijven niet uit. "Standards before Status" wordt zo onpopulair dat de slogan reeds in 2003 werd opgedoekt. Ook Steiner moet vlugger dan verwacht vertrekken. Na nauwelijks 1,5 jaar wordt hij door de vroegere Finse premier Harri Holkeri opgevolgd.

* 17 maart 2004: Kosovaars geweld tegen Serviërs en Unmik
Een onschuldige scholierenbetoging in Mitrovica, een stad met een belangrijke Servische minderheid, loopt uit de hand. De rellen en gewelddaden dijen de volgende uren over heel Kosovo uit. Bij zware ongeregeldheden vallen er 19 doden, in hoofdzaak Serviërs, en 900 gewonden. Verder worden 700 Servische en/of Roma huizen beschadigd of verwoest, alsook 10 openbare gebouwen, 30 Servische kerken en 2 kloosters. Zowat 4.500 mensen worden op de vlucht gedreven. In totaal zouden 51.000 Albanese Kosovaren aan 33 grootschalige rellen hebben deelgenomen. Voor Unmik is het een tegenvaller, want een aanduiding dat de statusdiscussie bijzonder dringend wordt. Voor Kfor is het een afgang. "In de nacht van 17 op 18 maart, zo schrijft de International Crisis Group (IGC) een maand later, heeft het geen haar gescheeld of Unmik en Kfor waren Kosovo kwijtgespeeld." Kfor, dat in 1999 nog 45.000 manschappen ter plekke had, moest het nu met 17.500 doen en was, aldus IGC, compleet "overstretched".

* 8 maart 2005: premier Haradinaj achter de tralies in Den HaagHonderd dagen nadat hij het tot eerste minister had geschopt, zit de 36-jarige Ramush Haradanaj in Den Haag achter de tralies. Het Internationaal Joegoslavië-Tribunaal (ICTY) had hem van misdaden tegen de menselijkheid en oorlogswreedheden aangeklaagd. In 1998 was Haradinaj, die commandant van het KLA/UCK was, met zijn broers actief in het Westen van Kosovo. Volgens het ICTY is hij direct verantwoordelijk voor tientallen moorden, ontvoeringen en geweldplegingen op Serviërs, Roma's en gematigde Kosovaren. In 2000 stichtte hij de Alliantie voor de Toekomst van Kosovo (AAK) en haalde tijdens de parlementsverkiezingen van oktober 2004 8,4 procent van de stemmen. Voldoende om een coalitie met de LDK van Rugova, goed voor 45 procent van de stemmen, te vormen. De DPK van Thaci kwam met 29 procent in de oppositie terecht. Zijn broer Daut werd in 2002 door Kfor gearresteerd en wegens verschillende moorden op een rivaliserende Albanese groep door een Unmik-tribunaal tot 5 jaar gevangenschap veroordeeld.

* 10 november 2005: Veiligheidsraad brengt Ahtisaari in stelling
Op voorstel van VN-secretaris-general Kofi Annan belast de Veiligheidsraad de vroegere Finse president en topdiplomaat Martti Ahtisaari om "een politiek proces op gang te brengen om het toekomstige statuut van Kosovo te bepalen". Ahtisaari die veel voor de VN werkte, is vertrouwd met het dossier. Toen Milosevic in juni 1999 voor "Allied Force" capituleerde, was Ahtisaari namens de Unie in Belgrado.

* 21 januari 2006: president Rugova overlijdt
Op 61-jarige leeftijd overlijdt Ibrahim Rugova aan longkanker. In 1989 werd Rugova, die zich in een vorig leven veel met literatuur bezig hield, voorzitter van LDK. Onder zijn leiding werd LDK de leidende politieke formatie van Kosovo. Tijdens de oorlog werd Rugova, die het geweldloos verzet predikt, steeds nadrukkelijker door Thaci en KLA/UCK overvleugeld. In Rambouillet is het trouwens Thaci die de Kosovaarse delegatie leidt. Na de capitulatie van Milosevic slaagt Rugova er echter in terrein terug te winnen en de verkiezingen te winnen. Rugova wordt door Fatmir Sejdiu (LDK) opgevolgd.

* 26 maart 2007: Veiligheidsraad ontvangt plan-Ahtisaari
Om de Servische verkiezingen niet te beïnvloeden overhandigt Ahtisaari zijn plan pas in maart 2007 aan VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon. Deze stuurt het op 26 maart door aan de Veiligheidsraad. Het document bestaat uit 2 delen: een rapport van 4 pagina's en een "comprehensive proposal" van 63 pagina's. Paragraaf 5 van het rapport stelt: "Ik kwam tot de conclusie dat onafhankelijkheid, die in het begin door de internationale gemeenschap moet worden gecontroleerd, de enige leefbare oplossing voor Kosovo is." Het internationaal toezicht of de voorwaardelijke onafhankelijkheid zou pas worden opgeheven als de concrete bepalingen van het plan zijn uitgevoerd. Ahtisaari stelt ondermeer voor dat het Servisch naast het Albanees de officiële taal wordt. Het Turks, Bosnisch en Roma worden officiële talen op gemeentelijk niveau. Kosovo aanvaardt het plan. Servië wijst het af. Omdat Rusland niet akkoord gaat en niet bereid is resolutie 1244 door een nieuwe te vervangen, wordt de onderhandelingsronde verlengd. De Duitse diplomaat Wolfgang Ischinger, die deel uitmaakt van de trojka (EU, VS en Rusland) krijgt de leiding van de onderhandelingen.

* 17 mei 2007: EU vindt nieuwe VN-resolutie noodzakelijk
In een "background"-nota van de Europese Unie worden de voorbereidingen inzake de civiele EU-missie (politie en gerecht) voor Kosovo toegelicht. "Een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad, aldus het document dat onder toezicht van Javier Solana wordt verspreid, is noodzakelijk voor de implementatie van het definitieve statuut, in het bijzonder voor de aanwezigheid van de internationale civiele en militaire aanwezigheid."

* 11 juni 2007: Bush belooft Kosovo onafhankelijkheid
Tijdens een officieel bezoek aan Albanië, waar hij met toeters, vlaggen en een boulevard met zijn naam wordt ontvangen, belooft president George W. Bush dat Kosovo zeker onafhankelijk wordt. "We kunnen, aldus de Amerikaanse president, niet eindeloos blijven praten." En Bush vervolgt: "Ook als er binnen de VN geen overeenstemming komt, dan erkennen de VS de onafhankelijkheid van Kosovo." De verklaring van de VS maakt de Europese diplomatie duidelijk dat Ischinger geen extra onderhandelingstijd zal krijgen en dat er desgevallend buiten het VN-kader moet worden opgetreden.

* 17 november 2007: Thaci wint verkiezingen
Ondanks de lage opkomst (45 procent) komt de PDK van Thaci met 34 procent van de stemmen als overwinnaar uit de parlementsverkiezingen. LDK, de partij van Sejdiu, krijgt een zware klap en haalt slechts 22 procent. Op 9 januari krijgt Thaci als eerste minister het vertrouwen van het parlement. Hij kondigt aan dat Kosovo zeer binnenkort de onafhankelijkheid zal uitroepen.

* 9 december 2007: Bildt vraagt respect voor internationaal recht
In een vertrouwelijke nota (non paper) stelt de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Carl Bildt dat een volledig legale erkenning van een onafhankelijk Kosovo nauwelijks mogelijk lijkt. "Vermits de status quo, aldus Bildt niet houdbaar is, moeten we een Europese politiek ontwikkelen, die aan de onafhankelijkheidsvraag voldoet, maar ook de schijn van respect voor het internationaal recht hooghoudt."

* 14 december 2007: EU zet licht op groen voor civiele missie
Op de Europese Raad nemen de regeringsleiders de princieps- of politieke beslissing om een grootschalige politie- en gerechtelijke missie naar Kosovo te sturen. In de slotconclusie wordt deze beslissing niet aan de onafhankelijkheid van Kosovo gekoppeld en evenmin wordt gezegd dat de missie de plaats van Unmik zal innemen. De wettelijke basis van de beslissing komt evenmin aan bod. "We kunnen er ons over verheugen, aldus premier Guy Verhofstadt na afloop van de top, dat Europa ook in moeilijke dossiers vlug kan beslissen." Van zijn kant zegt minister Karel De Gucht dat de missie moet doorgaan, zelfs als ze buiten het VN-kader gebeurt. De eventuele erkenning van een onafhankelijk Kosovo, zo verduidelijken de regeringsleiders in vele persbabbels, is geen zaak van de Unie, maar van de lidstaten.

* 19 december 2007: patstelling in de Veiligheidsraad
De Veiligheidsraad neemt akte van het eindverslag van de Duitse diplomaat Ischinger over de laatste onderhandelingsronde over het statuut van Kosovo. Servië en Kosovo zijn het nog steeds niet eens, maar, aldus Ischinger, verder onderhandelen heeft geen zin meer. Rusland dringt er op aan om de gesprekken toch verder te zetten. De VS en de EU vinden dat tijdverlies en gaan er vanuit dat Kosovo zonder nieuwe VN-resolutie onafhankelijk wordt.

* 1 februari 2008: De Gucht erkent dat EU VN-resolutie omzeilt
Tijdens een debat in het Engels voor het Navo Defence College te Rome geeft De Gucht als eerste EU-minister publiek toe dat de Europese Unie gedwongen is om VN-resolutie 1244 te omzeilen (disrespect). De Gucht voegt er wel aan toe dat de Unie ertoe gedwongen wordt, wegens de negatieve houding van Rusland.

* 17 februari 2008: Kosovo roept onafhankelijkheid uit
Het Kosovaars parlement roept de onafhankelijkheid uit. Pristina feest, de Balkan houdt de adem in. Volgens de Kosovaren zouden zeker 100 landen Kosovo erkennen. De Verenigde Naties tellen 192 lidstaten.



Meld een bug