Syriëstrijders hebben vaak al psychische problemen voor vertrek

De Belgische Syriëganger Jeroen Bontinck op het terrorismeproces tegen Sharia4Belgium.
Bob Van Mol De Belgische Syriëganger Jeroen Bontinck op het terrorismeproces tegen Sharia4Belgium.
Nederlandse Syriëgangers hebben opvallend vaak psychische problemen, die zich vaak al lang voor vertrek manifesteren. Minstens 20 procent heeft ernstige gedragsproblemen of een psychiatrische diagnose, zoals schizofrenie, autisme of een psychose.

Dat concluderen onderzoekers van het team contraterrorisme- en extremisme van de Nederlandse Landelijke Eenheid van de politie. Ze onderzochten 140 politiedossiers van jihadisten die naar Syrië zijn vertrokken of van wie bij de politie bekend was dat ze wilden gaan. Iets meer dan de helft van die jihadisten is Marokkaans-Nederlands.

Lang werd aangenomen dat terroristen psychisch gezien 'verbazingwekkend normaal' waren, schrijven de onderzoekers, maar nu blijkt dit anders te liggen: in totaal had 60 procent van de onderzochte Syriëgangers psychosociale problemen. 'Doordat ze in een isolement raken, zijn ze vatbaar voor groepen die structuur bieden en een kant-en-klaar, radicaal verhaal hebben', zegt de Nederlandse onderzoeker Anton Weenink.

Geen van de jihadisten had een afgemaakte hogere opleiding. Vrijwel niemand had vast werk. Velen kwamen uit gebroken gezinnen. Sommigen waren dakloos, sommigen hadden een ouder verloren door zelfmoord. Velen hadden te maken gehad met huiselijk geweld, als dader of als slachtoffer, of beide.

Psychische klachten

De criminaliteit onder de mannelijke jihadisten was twee keer hoger dan normaal, onder de vrouwelijke vijf keer. De psychische klachten in de 'zwaarste groep' liepen uiteen. Sommigen leden aan ptss of psychosen, anderen mishandelden of misbruikten hun kinderen of hadden oncontroleerbare woedeaanvallen.

Inmiddels zijn uit de media meerdere gevallen bekend van jihadisten met een psychiatrische achtergrond. Zo slikte de 'koppensneller uit het Nederlandse Almere', Khalid K., medicijnen tegen schizofrenie en claustrofobie. In Syrië poseerde hij met afgehakte hoofden. Ook de Iraakse Nederlander Mohammed G. (25) zei jihadopdrachten te krijgen van een krijger in zijn hoofd. Hij belandde later in een psychiatrisch ziekenhuis voor paranoïde schizofrenie.

De onderzoekers zeggen zich te realiseren dat geen controlegroep is gebruikt en dat de politiedossiers incompleet zijn. Daardoor is het aandeel psychische problemen mogelijk nog hoger, stellen ze.

'Dit verandert de manier waarop we Syriëgangers moeten benaderen'

Onderzoeker Weenink

Samenwerken

'Dit verandert de manier waarop we Syriëgangers moeten benaderen', zegt onderzoeker Weenink. 'Ggz (dienst geestelijke gezondheidszorg in Nederland, nvdr), politie en scholen moeten hierin samenwerken. Het is van belang dat de ggz weet wie ze voor zich kunnen hebben. Het is nog te weinig doorgedrongen dat psychosociale problemen een rol kunnen spelen in radicalisering. Eigenlijk werd altijd gedacht dat deze figuren voor terroristische organisaties niet bruikbaar waren en nooit in de jihadzone aan zouden komen. Maar dat gebeurt dus wel. Sommigen worden gebruikt voor zelfmoordaanslagen.'

In de dossiers zag hij 'dramatische jeugdverhalen'. Zo beschrijft hij een jonge moeder met problemen die meerdere familieleden had met psychiatrische stoornissen. 'Ze verzekerde de hulpverleners dat ze niet uit zou reizen. Maar een paar weken later was ze weg, met haar kind, een kleuter. Ik denk dat de alertheid bij sommige hulpverleners wel groter kan worden.'

De Nederlandse hoogleraar terrorisme Edwin Bakker zegt in een reactie dat 60 procent met psychosociale problemen veel is. Omdat de groep divers is, is het lastig er beleid aan te verbinden. 'Veel troeven hebben we niet in handen. Misschien moeten we minder op zoek naar signalen van radicalisering, zoals de lange baard of de halflange hoofddoek, maar meer naar mensen die klem zitten. Die moeten we overhalen hulp te zoeken.'

Hulpverleners zijn gewend dat allochtonen eerder afhaken en laten het er te snel bij zitten

Niet helemaal lekker

Het verhaal 'dat het jongeren zijn die niet helemaal lekker zijn', kan volgens hem ook helpen: 'Het haalt toch de romantiek weg van de Syriëgang.'

Omar Ramadan, hoofd van het Europese Radicalisation Awareness Nework, zegt dat ggz-instellingen ook aan zijn netwerk melden dat de jongeren die ze behandelen soms radicaliseren. Volgens hem worstelt de ggz met de vraag wanneer ze dit moeten melden aan de politie.

Bij veel moslims heerst een taboe op psychische hulpverlening, zegt hij. 'Hulpverleners zijn gewend dat allochtonen eerder afhaken en laten het er te snel bij zitten. Die zouden daar een steviger punt van moeten maken. Stel je voor dat iemand met psychiatrische problemen afreist naar Syrië, terugkomt, wordt gesepareerd en dan weer losgelaten. Ze zijn al met een stoornis vertrokken en zijn er in Syrië niet beter op geworden. Dat is echt een risico.'