Soedanese soldaten verkrachtten meer dan 200 vrouwen en kinderen van één dorp

Kinderen arriveren op 4 februari aan een vluchtelingenkamp in Noord-Darfoer, na clashes tussen regeringsmilities en rebellen.
REUTERS Kinderen arriveren op 4 februari aan een vluchtelingenkamp in Noord-Darfoer, na clashes tussen regeringsmilities en rebellen.
Anderhalve dag duurde het, voorbije herfst. Liefst 221 vrouwen en kinderen - de jongste overlever was 7 jaar oud - werden er brutaal verkracht in het dorp Tabit, in het noorden van de Darfoerstreek in Soedan. Dat concludeert Human Rights Watch na eigen onderzoek. De mensenrechtengroepering eist een onderzoek door de Verenigde Naties.

Human Rights Watch (HRW) maakt melding van getuigenissen uit eerste hand over 27 verkrachtingen en "geloofwaardige informatie" over 194 andere in het dorp Tabit op 30 en 31 oktober. De drie verschillende aanvallen van de Soedanese soldaten namen zowat 36 uur in beslag. Ze gingen van deur tot deur, arresteerden de mannen, sloegen de dorpsbewoners en verkrachtten vrouwen en kinderen in hun huizen.

De soldaten gaven volgens sommige slachtofferverklaringen aan zich te wreken na aanvallen door rebellengroeperingen in de regio. Volgens bronnen van HRW zouden de soldaten zelfs het bevel gekregen hebben om vrouwen te vekrachten. Tabit ligt inderdaad in een gebied dat gecontroleerd wordt door rebellen, maar het rapport van HRW zegt echter geen bewijs te hebben gevonden dat zij in de nabije omgeving actief waren op dat moment.

De massaverkrachting van de vrouwen en meisjes in het dorp Tabit vormt een nieuw dieptepunt in de catalogus van gruweldaden in Darfoer

Daniel Bekele, de directeur van HRW voor Afrika

Intimidatie

Over de verkrachtingen werd al op 2 november bericht door het in Nederland gevestigde, Soedanese radiostation Radio Dabanga. Maar de Soedanese autoriteiten ontkenden. Vertegenwoordigers van de vredesmacht van de VN en de Afrikaanse Unie (UNAMID) kregen pas op 9 november heel even toegang tot het dorp, maar volgens HRW werd degelijk onderzoek onmogelijk gemaakt. In een intern UNAMID-rapport was er sprake van "intimidatie".

"De doelbewuste aanval op Tabit en de massaverkrachting van de vrouwen en meisjes in het dorp vormen een nieuw dieptepunt in de catalogus van gruweldaden in Darfoer", stelt Daniel Bekele, de directeur van HRW voor Afrika. "De Soedanese overheid moet stoppen met de voorvallen te ontkennen en moet de vredesmacht en de internationale onderzoekers onmiddellijk toegang geven tot Tabit."

Een Soedanese rebel
REUTERS Een Soedanese rebel

Genocide

Het geweld in Soedan is een constante in de voorbije decennia. Het staakt-het-vuren van de jarenlange burgeroorlog in Zuid-Soedan was nog niet getekend in 2005, of in de regio Darfoer kwamen rebellen in opstand tegen de Soedanese president Omar al-Bashir. De burgeroorlog die er sindsdien woedt, heeft volgens de VN al honderdduizenden doden gemaakt. Miljoenen mensen zijn er op de vlucht. Alleen al vorig jaar zouden zeker 400.000 mensen uit hun huizen verjaagd zijn. In de eerste drie weken van 2015 kwamen daar nog eens 70.000 vluchtelingen bij.

HRW eist dat het Internationale Strafhof de voorvallen in Tabit uitpluist. Onder meer presidant Omar al-Bashir is door het Strafhof al aangeklaagd voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, maar Soedan weigert met het onderzoek mee te werken.

De burgeroorlog die al zeker 10 jaar woedt in Darfoer, heeft volgens de VN al honderdduizenden doden gemaakt