Ga naar de mobiele website
^ Top

Raciale haat verdeelt Libië na Kadhafi

epa
Nu Kadhafi van het toneel verdwenen is, neemt de raciale haat in Libië met de dag toe. Vooral zwarte inwoners hebben het hard te verduren.

Na een acht maanden durende opstand en de dood van Mouammar Khadafi vorige week zijn de Libiërs volop bezig een leefbare democratie uit te bouwen, een nieuwe grondwet te schrijven en verkiezingen voor te bereiden. Maar na 42 jaar Kadhafi hebben de tijdelijke leiders van de Nationale Overgangsraad het moeilijk om met één stem te spreken.

Wapens van de straat
"De wapens moeten van de straat, wet en orde moeten worden gevestigd en de uiteenlopende facties van de Nationale Overgangsraad moeten verenigd worden: dat zijn de belangrijkste prioriteiten na Khadaffi's dood ", zei Mahmoud Jibril, voorzitter van Nationale Overgangsraad, zaterdag bij de aankondiging van verkiezingen.

Met meer dan 140 stammen en clans is Libië een van de meest gefragmenteerde landen in de Arabische wereld. Het stamverband blijft een belangrijke kracht in een land waar wapens nu overvloedig aanwezig zijn.

Veertig onafhankelijke milities
Tijdens de opstand tegen Kadhafi's regime zijn bijna veertig verschillende onafhankelijke milities opgedoken. Verscheidene milities hebben tegenstrijdige belangen en zijn erop uit om rekeningen uit het verleden te vereffenen.

Dat is onder meer het geval in Tawergha, een stadje in de buurt van de stad Misurata dat ooit twintigduizend inwoners telde maar vandaag een spookstad is. De rebellen van Misurata houden de inwoners van Tawergha verantwoordelijk voor zware mensenrechtenschendingen tijdens Kahdafi's beleg van Misurata in maart en april.

De Zwarten
In Tawergha leefden veel Toearegs. In de jaren zeventig had Kadhafi Toearegs en andere zwarte rekruten ondergebracht in een elitebataljon Al-Asmar ('De Zwarten'). Deze milities werden vaak ingezet voor militaire expedities naar buurlanden. Bij het begin van de opstand tegen Kadhafi werden de Toearegs ingezet tegen manifestanten. Bovendien gingen er geruchten dat Kadhafi zwarte huurlingen had ingezet. Bij de rebellen wakkerde dat de haat tegen zwarten aan.

Volgens mensenrechtengroepen zoals Amnesty International hebben rebellen midden augustus honderden inwoners van Tawergha opgepakt en weggevoerd. Van verschillende van die inwoners ontbreekt elk spoor.

"Toen de rebellen midden augustus onze stad binnenkwamen en ons met granaten bestookten zijn we gevlucht met alleen maar wat kleren op de rug", zegt een vrouw die samen met haar man en vijf kinderen in een geïmproviseerd kamp verblijft. "Ik weet niet wat er met onze huizen en bezittingen gebeurd is. Mijn zoon is ziek en maar ik ben te bang om naar het ziekenhuis in de stad te gaan."

Bloedige wending
Ook economische migranten, vluchtelingen en asielzoekers uit Afrika ten zuiden van de Sahara zijn het slachtoffer van wraakacties. Velen zijn naar het naburige Tunesië of Egypte gevlucht. "Jammer genoeg kreeg de opstand in Libië een bloedige wending", zegt de twintigjarige Eiman, wiens ouder uit Darfoer afkomstig zijn. "De mensen respecteerden niet langer de wet, ze begonnen vrouwen te verkrachten, gijzelaars te nemen, mensen te doden. Twee maanden lang zat mijn familie vast in ons huis. Alle zwarte mannen die men te pakken kreeg werden gedood, ze werden ervan beschuldigd huurlingen te zijn."

Mensenrechtengroepen hebben de Nationale Overgangsraad met aandrang gevraagd zwarte Libiërs beter te beschermen. (ips/adb)



Meld een bug