Pussy Riot "wilde niemand beledigen"

In Moskou is vandaag het proces begonnen tegen drie bandleden van de Russische meidenpunkgroep Pussy Riot. Ze waren in februari binnengedrongen bij een kerkdienst, waar ze een 'punkgebed' over president Vladimir Poetin en de Russisch-Orthodoxe Kerk lieten horen. De vrouwen riepen hun onschuld uit in de rechtbank en excuseerden zich voor het kwetsen van gevoelens van gelovigen.

Nadjezjda Tolokonnikova, Marija Aljochina en Jekaterina Samoetsevitsj bestormden in februari samen met andere bandleden de Christus Verlosserkathedraal in Moskou en zongen er een protestlied tegen de kandidatuur van Vladimir Poetin bij de presidentsverkiezingen. In hun 'punkgebed' riepen ze de maagd Maria op, Rusland te verlossen van Poetin.

Zo schopten ze tegen de schenen van het Kremlin én van de Russische orthodoxe kerk. Sinds maart zitten ze in voorhechtenis en eerder besloot een rechtbank in de Russische hoofdstad dat ze tot januari in de cel moeten blijven. De drie dames riskeren zeven jaar cel indien ze veroordeeld worden voor 'hooliganisme'.

"Uiting van ongenoegen"
"We hebben geen beledigende woorden uitgesproken ten aanzien van gelovigen, de kerk of god", zo las advocate van de dames, Violetta Volkova, luidop de verdediging voor in de rechtszaal. "We hebben geen enkele agressie gebruikt", klonk het. De punkband wilde enkel haar ongenoegen uiten over de "autoritaire" en "niet-feministische" houding van Poetin en van Kirill, de leider van de Russisch-orthodoxe kerk. Die laatste had in de aanloop naar de presidentsverkiezingen in Rusland ook openlijk zijn steun betuigd aan Poetin.

Internationale steun
Het drietal kon internationaal al op veel steun rekenen. Mensenrechtenorganisatie Amnesty International kloeg vandaag nogmaals aan dat het om een proces "met politieke beweegredenen" gaat en vraagt "de onmiddellijke vrijlating" van het drietal. Ook buiten de rechtbank maakten fans duidelijk dat ze achter de bandleden staan.

Russisch premier Dimitri Medvedev minimaliseerde het belang van het proces en riep op "kalmte" te bewaren en "het einde van het onderzoek en het oordeel" af te wachten.