Onze reporters werden drie dagen lang ondervraagd door Congolese inlichtingendienst

Benoit De Freine
Onze verslaggevers, Kurt Wertelaers en Benoit De Freine, zijn drie dagen lang door de Congolese inlichtingendienst ondervraagd over hun werk en over wat ze te weten waren gekomen over de kindersmokkel, die Het Laatste Nieuws vandaag naar buiten brengt. Pas na een tussenkomst van de Belgische ambassade werden ze vrijgelaten.

Dagenlang werkten we in alle omzichtigheid aan de reportage. Dat moest ook, want vrij snel werd duidelijk dat hooggeplaatsten een rol gespeeld hebben in de kindersmokkel. Of minstens op de hoogte waren en wegkeken. Slechts enkele lokale jongeren wisten van ons verblijf in Gemena, maar toch verspreidde het nieuws zich razendsnel.

We werden plots 'uitgenodigd' door een vrouwelijke lokale minister. Die had destijds, na de ontvoering en frauduleuze adoptie, de straatarme biologische ouders ontvangen in haar kabinet. "Het is nu eenmaal zo", had ze de ouders verteld, nadat die te horen hadden gekregen dat hun kinderen in België waren terechtgekomen. Waarna ze hen probeerde te overtuigen een document te ondertekenen voor vrijwillige adoptie. Valsheid in geschrifte, dus. De minister vertelde ons dit verhaal zélf en leek erg verbaasd toen er van onze kant weinig begrip kwam voor haar demarche.

Ontmijnen

Een dag later werden we opgepakt en afgevoerd naar de burelen van de ANR, de gevreesde nationale inlichtingendienst van Congo. De verhalen over mensen die lange tijd opgesloten worden door de ANR zonder ook maar enige vorm van onderzoek zijn genoegzaam bekend. Een lid van een lokale jongerenorganisatie dat ons vergezelde, werd meteen opgesloten.

"U hoeft zich geen zorgen te maken", zei de lokale chef van de inlichtingendienst terwijl hij naast ons kwam zitten. "Het gaat niet lang duren." We máákten ons ook geen zorgen. Tot hij ineens telefoon kreeg. We hoorden een vrouwenstem, een bekende stem. De lokale minister. "Ze weten alles", hoorden we haar zeggen. "Ze hebben de namen, ze kennen de ouders. Doe iets!" Waarop de chef in het Frans antwoordde: "Oui, mon excellence."

We werden drie dagen ondervraagd. Eérst in Gemena, later werden we overgevlogen naar de burelen van de Congolese inlichtingendienst in hoofdstad Kinshasa. Intussen probeerden Belgische diensten van Buitenlandse Zaken, de ambassade en de Belgische militaire inlichtingendienst ADIV de gespannen situatie te ontmijnen. Dat lukte uiteindelijk vorige week vrijdagavond. We werden naar een hotel overgebracht en 's anderendaags met een militaire escorte naar de luchthaven van Kinshasa gebracht.