NSA-directeur: "Geen bewijs dat telefoontap aanslagen verijdelde"

NSA-directeur Keith Alexander.
AFP NSA-directeur Keith Alexander.
Generaal Keith Alexander, directeur van de veiligheidsdienst NSA, heeft gisteren toegegeven dat de regering-Obama misleidende informatie heeft uitgegeven over terroristische plannen en het verijdelen ervan. Doel was zo de afluisterpraktijken van de overheid te steunen. Dat schrijft de Amerikaanse nieuwswebsite Salon.

Tijdens de hoorzitting die gisteren plaatsvond, legde Patrick Leahy, voorzitter van het gerechtelijke comité van de Senaat, Alexander stevig op het rooster. Daarbij zag die zich genoodzaakt enkele dingen toe te geven.

"Er is geen bewijs dat het aftappen van telefoonlijnen een tiental terroristische aanslagen heeft kunnen dwarsbomen", zei Leahy. Vervolgens vroeg hij Alexander om toe te geven dat slechts 13 van de 54 gevallen van voorkomen terroristische aanslagen het resultaat waren van het afluisterwerk van de overheid. "Dit waren niet allemaal terroristische plannen en ze werden ook niet allemaal gedwarsboomd. Ben je daarmee akkoord, ja of neen?", vroeg Leahy aan Alexander. De NSA-directeur antwoordde "ja".

Uitgebreide database
Toen Leahy nog verder inging op de kwestie, gaf Alexander toe dat slechts een of twee van die 13 voorkomen gevallen te danken waren aan de uitgebreide database van afgeluisterde telefoongesprekken. Die database met zogenaamde metadata bevat van elk telefoongesprek in de Verenigde Staten de nummers van wie belt en van wie gebeld wordt, de tijdstip en de duur van het gesprek.

James R. Clapper, directeur van de Amerikaanse nationale inlichtingendienst, haalde aan dat het aantal voorkomen terroristische aanslagen niet het enige criterium moet zijn waaraan men het succes van het afluistersysteem toetst. "Ik denk dat er nog een andere maatstaf is, die zeer belangrijk is. [...] Ik zou die 'gemoedsrust' noemen." Dat schrijft de krant Washington Times.

Buitenlandse contacten
Volgens Clapper konden medewerkers van het NSA in de database steeds nagaan of buitenlandse terroristen geen contacten of medewerkers binnen de Verenigde Staten hadden. Zo wist het NSA bijvoorbeeld dat de verdachten die een aanslag pleegden op de marathon van Boston geen deel uitmaakten van een groter terroristisch complot.

Deze nieuwe feiten bevestigen volgens Clapper wat velen al langer vermoedden: "Dat de overheid onder het mom van de 'oorlog tegen terrorisme' een toezichtstaat inrichtte met weinig aandacht voor een eerlijke relatie met het Amerikaanse volk."