Nieuwe opflakkering van geweld in oosten van Oekraïne

Buurtbewoners ruimen de overblijfselen van hun vernielde huizen op na gevechten tussen het Oekraïense leger en pro-Russische separatisten.
AFP Buurtbewoners ruimen de overblijfselen van hun vernielde huizen op na gevechten tussen het Oekraïense leger en pro-Russische separatisten.
In het onrustige oosten van Oekraïne laait het geweld tussen de strijdende partijen weer op.

Het regeringsleger beschuldigt de pro-Russische separatisten van een aanval in de streek rond Donetsk, en heeft bij een tegenaanval een strategisch belangrijke hoogte veroverd.

De opstandelingen hebben stellingen van het leger met granaatwerpers en artillerie beschoten om ze vervolgens te bestormen, aldus Alexander Toertsjinov van de Oekraïense Veiligheidsraad maandag. Het kamp van de opstandelingen bestempelt die beweringen alvast als "leugens".

Zowat 200 rebellen, met steun van een tiental tanks, hebben in de nacht van zondag op maandag de stad Starognativka aangevallen. De stad ligt tussen rebellenbolwerk Donetsk en havenstad Marioepol, die ook de laatste stad in het conflictgebied is die nog onder controle staat van Kiev.

De aanval door de rebellen kostte het leven van een soldaat en een burger. Door de tegenaanval van het leger hebben de opstandelingen zich drie kilometer moeten terugtrekken. Bij het geweld zijn, nog volgens Kiev, zeven soldaten gewond geraakt, terwijl de opstandelingen "grote verliezen" geleden hebben.

Eduard Bassurin, woordvoerder van die opstandelingen, laat vanuit Donetsk echter weten dat zij niet aan gevechten hebben deelgenomen.

De Oekraïense president Petro Porosjenko van zijn kant kondigde aan de Franse en Duitse regering in te lichten over het toenemende geweld in de Donbass. Hij beschuldigde de separatisten er opnieuw van zich niet te houden aan het in februari in Minsk gesloten vredesplan.