Nederland pakt twee oorlogsmisdadigers voormalige Joegoslavië op

De Nederlandse politie heeft donderdag twee vermoedelijke oorlogsmisdadigers uit het voormalig Joegoslavië opgepakt. Dat gebeurde op verzoek van de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina, meldt het Nederlandse Openbaar Ministerie. De mannen die in Spijkenisse en Heumen wonen, worden onder meer verdacht van moord tijdens de Balkanoorlog.

Het gaat om een 43-jarige Bosniër uit Spijkenisse. Hij was volgens het uitleveringsverzoek kampcommandant in de regio Derventa, waar Servische burgers gevangen werden gehouden in een schoolgebouw. Hij maakte deel uit van de 103e brigade van het Bosnisch Kroatische leger.

De autoriteiten van Bosnië en Herzegovina geven aan dat de man betrokken zou zijn geweest bij moord, marteling en psychisch en lichamelijk geweld tegen burgers. De kampcommandant beschuldigde een gevangene van een ontsnappingspoging. Die gevangene werd vervolgens doodgeschoten. De andere gevangenen werden gedwongen het dode lichaam te bekijken.

Gevangenen werden in het kamp geslagen met geweerkolven, hun tanden werden uit hun mond geschopt en er werden sigaretten op hun lichaam uitgedrukt. De kampcommandant zou de gevangenen hebben gedwongen hun geld, goud, horloges en andere kostbaarheden af te staan.

De tweede verdachte is een 52-jarige Bosniër die inmiddels ook de Nederlandse nationaliteit heeft. Hij zou als lid van een gewapende groep tijdens de Balkanoorlog in 1992 oorlogsmisdrijven hebben gepleegd. Met andere gewapende mannen is hij vermoedelijk verantwoordelijk voor de dood van een bewoner van het Bosnische dorp Beslagici. Zijn groep nam het huis van het slachtoffer onder vuur en doodde hem. Een moeder en dochter uit een woning vlak naast dit huis wisten te vluchten door een raam. Beide woningen gingen uiteindelijk in vlammen op.

De rechtbank behandelt binnenkort het uitleveringsverzoek van Bosnië Herzegovina voor de twee vermoedelijke oorlogsmisdadigers.