Mishandeling Eindhoven: "Iedereen kijkt me aan op straat, dat is niet leuk hoor"

Kort voordat acht jongeren begin januari een man ernstig mishandelden in het centrum van Eindhoven, was iemand de hele tijd ruzie aan het zoeken met hen. Dat zegt een van de acht jongeren, Brett S., aan PowNews. Wie die ruziezoeker was, wil S. niet met zoveel woorden zeggen. "Ik denk dat wel algemeen bekend is over wie dat gaat", luidt het. Tijdens het interview barstte S. vol zelfmedelijden in tranen uit. "Iedereen kijkt me aan op straat. Dat is niet leuk hoor."

In het interview zegt S. huilend dat hij spijt heeft van de mishandeling en graag telefonisch met het slachtoffer zou willen spreken. Hij zegt erg te lijden onder de ophef over de mishandeling. "Ik slaap er zelfs niet goed door. Lukt niet meer. Omdat je beseft dat je in één minuutje tijd meer dan de helft van je leven kwijt bent, dat je alles opnieuw kan gaan doen."

Trappen op hoofd
S. en zeven vrienden worden ervan beschuldigd op 4 januari een man ernstig te hebben mishandeld in het centrum van Eindhoven. Het slachtoffer werd meerdere keren tegen zijn hoofd getrapt, waardoor hij onder meer een zware hersenschudding opliep.

Stilzitten kan S. niet wanneer hij zijn relaas doet. Op straat kijkt iedereen hem aan. "Niet leuk hoor, maar het is mijn eigen fout", en dat beseft hij maar al te goed. Het aandeel van S., een van hoofdverdachten in de zaak, zou uit twee klappen bestaan.

Politie
Op 21 januari zond de Nederlandse politie op Omroep Brabant beelden
van de mishandeling uit die waren gemaakt door bewakingscamera's. De 'Acht van Eindhoven' meldden zich, nadat hun namen en foto's openlijk op het internet werden gezet, de dag na de uitzending uiteindelijk zelf bij de politie.

S. zegt "enorm veel spijt te hebben" van de brute mishandeling. Toch weerhield de kans op straf hem ervan zich direct aan te geven. Op de weg naar huis zouden de jongens zich wel meerdere malen hebben afgevraagd hoe het met hun doelwit was. Hoewel ze zich realiseerden hun boekje te buiten te zijn gegaan, werd er onderling nooit over aangifte gesproken.

Uiteindelijk kreeg S. een bolwassing van een moeder van een vriend die het filmpje zag. "Ze heeft me goed op mijn plaats gezet", zegt S. met betraande ogen. Het spreekt niet in zijn voordeel dat S. carnavalsfoto's van zichzelf, getooid met felgekleurde pruik, op Twitter zette, en daarmee het slachtoffer kwetste.

Toneelstukje
Het interview, met zijn advocaat buiten beeld aan zijn zijde, lijkt dan ook een ingestudeerd toneelstukje. S. herhaalt de woorden van zijn raadsman als hij zegt: "zijn straf niet te willen ontlopen, maar door de media al gestraft te zijn."

De constatering van de interviewer dat het nu wel lijkt alsof híj het slachtoffer is, weerlegt hij. "Nee, hij is het slachtoffer", doelend op de mishandelde man. Op de vraag waarom hij en zijn vrienden zich dan niet neerleggen bij een uitlevering aan Nederland, geeft S. geen antwoord. "Daar kan ik niets op zeggen, ik volg daarin mijn advocaat." Hij en de anderen gaan in beroep tegen de rechterlijke uitspraak, eerder deze week.

Hij denkt niet zijn straf te zullen ontlopen. "Het is nog niet gedaan. Ik krijg mijn straf nog", zegt S. "Het liefst zo snel mogelijk, en dan vergeten." Als hij aan Nederland wordt overgeleverd, wordt hem waarschijnlijk poging tot doodslag aangerekend.